De moderne vloeibare samenleving van Zygmunt Bauman: een beknopte inleiding
Het minste dat er kan gezegd worden van de Poolse socioloog Zygmunt Bauman is dat hij een man is met een vlotte pen. De afgelopen 20 jaren slaagde hij er in om niet minder dan 23 boeken te publiceren. Zijn voorlaatste boek Liquid Times (ondertussen verscheen er in 2007 ook nog Consuming Life)  is een inventarisatie van argumenten uitgewerkt in vorige boeken en biedt bijgevolg een mooie gelegenheid om kennis te maken met bepaalde aspecten van zijn denken. Centraal in dit boek staat het leven in de moderne vloeibare tijd. Onder deze noemer probeert Bauman de dagelijkse ervaringen van de inwoners van de westerse samenleving te beschrijven aan het begin van de 21ste eeuw. Deze levensomstandigheden verschillen danig van hun voorgangers dat het volgens hem legitiem is om te spreken van een nieuw tijdgewricht binnen de westerse samenleving : “At least in the developed part of the planet, a few seminal and closely interconnected departures have happened, or are happening currently, that create a new and indeed unprecedented setting for individual life pursuits, raising a series of challenges never before encountered� (1) .
Â
Enkele maanden geleden belichtte ik in enkele blogs al enkele specifieke levensomstandigheden binnen de moderne vloeibare samenleving zoals angst , xenofobie en politieke machteloosheid. Om deze stukjes te lezen: klik hier.
Â
In de meeste van zijn recente werken probeert Bauman te achterhalen op welke manier inwoners van westerse samenlevingen hun dagelijkse leven ervaren en beleven. Dat is in dit laatste boek Liquid Times niet anders. Om het concept van de moderne vloeibare samenleving enigermate te kunnen begrijpen is het noodzakelijk om stil te staan bij theoretische reflecties over het concept van de moderne vloeibare samenleving en de historische filosofische en politieke context waarin Bauman het concept introduceerde. In dit stuk zal ik een korte inleiding trachten te geven bij het idee van de moderne vloeibare samenleving. Daarmee hoop ik enkele criticasters lik op stuk te kunnen dienen die mij de laatste maanden herhaaldelijk hebben ingepeperd dat de werken van Zygmunt Bauman niet te moeite lonen om door serieuze wetenschappers. Ook sta ik even stil bij de academische methode die door hem wordt gehanteerd. Met name binnen de sociologische wetenschap kan Bauman aanzien worden als een vernieuwer die breekt met traditionele methoden die reeds jaren de heersende toon voeren binnen de Amerikaanse sociologie.
Â
Postmodernisme debat
Â
Het concept van de moderne vloeibare samenleving is weldoordacht en springt voort uit het postmodernisme. Dit is een term die tijdens de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw door denkers uit nagenoeg alle wetenschappelijke disciplines en artistieke stromingen werd gebruikt om te verwijzen naar een breuk met bepaalde fundamentele aspecten van de moderne samenleving die zich ontwikkelde sinds de Verlichting en de Franse revolutie. Het is de Franse filosoof Jean-Francois Lyotard die vaak wordt toebedacht met het introduceren van de term postmodernisme. In een spraakmakende analyse van de evolutie van de westerse kennismaatschappij koppelde hij het concept postmodernisme aan het einde van het
geloof in grote verhalen. Hiermee verwees hij naar het faillissement van het Cartesiaanse idee dat het mogelijk is om als kennend subject de gehele wereld op een objectieve en waardeneutrale manier te bestuderen. Het modernisme versus postmodernisme debat is een complexe en multigelaagde aangelegenheid die hier niet in zijn volledigheid kan worden weergegeven.
Â
Door de term moderniteit te behouden zorgt Bauman er voor dat de continuïteiten met de voorgaande fase in de geschiedenis van de westerse samenleving niet getrivialiseerd geraken. Het concept van de moderne vloeibare samenleving verschilt op deze manier van het concept van het postmodernisme dat volgens sommigen, waaronder Bauman zelf, een historische breuk met het modernisme suggereert. Een gelijkaardige visie is terug te vinden bij de literatuurcriticus Ibn Hassan die reeds langs geleden schreef dat het modernisme en het postmodernisme niet van elkaar gescheiden worden door een Chinese Muur. Het resoneert ook met het denken van de Duitse filosoof Jürgen Habermas die zich in het midden van de jaren tachtig verzette tegen het idee dat het project van de moderniteit tot zijn einde was gekomen. De moderne vloeibare samenleving vertoont zowel continuïteiten als discontinuïteiten met de harde vloeibare samenleving. Beide samenlevingen vormen een breuk met traditionele samenleving die kernmerkend waren voor de opkomst van de Renaissance, de wetenschappelijke revolutie tijdens de zeventiende eeuw en politieke revoluties van de  achttiende en negentiende eeuw. De moderne tijd wordt onder andere gekenmerkt door een geloof in de maakbaarheid van de samenleving, de mogelijkheid van opwaartse mobiliteit, de erkenning van het primaat van het individu boven collectieven maar ook door het streven naar rationalisering en het bureaucratiseren van samenleving en maatschappelijke organisaties.
Â
Een probleem bij Zygmunt Bauman is een manifest gebrek aan historische afbakening. Nergens in zijn werken wordt het duidelijk wanneer er precies sprake is van de opkomst van de moderne tijd evenmin geeft hij aan in welke periode hij de opkomst van de moderne vloeibare tijd situeert. De afwezigheid van het gebruik van een afgebakende historische tijdslijn binnen zijn denken zorgt vaak voor verwarring en onduidelijkheid. Deze historische onduidelijkheid staat in schril contrast met de werkwijze van andere hedendaagse denkers die zich met deze kwestie hebben bezighouden. Zo is er de Engelse politieke wetenschapper John Schwarzmantel die het begin van de moderne tijd koppelt aan het begin van de Franse revolutie in 1789. De Britse filosoof Stephen Toulmin situeert het begin van de moderne tijd aan het begin van de zeventiende eeuw op het moment dat het voor velen duidelijk werd dat de religieuze oorlogen op het Europese continent niet konden worden opgelost zonder rationele wetenschappen en rationele politieke structuren. Bauman is bijzonder onduidelijk over het precieze ontstaan van de moderne tijd. Soms lijkt hij te suggereren dat het begin valt te lokaliseren in de Renaissance, uitsluitsel hierover is in zijn boeken echter moeilijk te vinden.
Â
Een andere bron van verwarring bij Bauman is de afwezigheid van een grondige interculturele vergelijking tussen verschillende samenlevingen. In het bijzonder is het opvallend dat er nergens in de boeken van Bauman een vergelijking terug te vinden is tussen de Amerikaanse en de Europese samenleving. Dit ondanks het feit dat Bauman in 2004 een geheel boek wijdde aan het idee en het concept van Europa. Het is zonder meer opvallend dat het concept van de moderne vloeibare tijd in dit boek bijna geheel afwezig is. Onder andere de Amerikaanse journalist Carl Honoré en de Amerikaanse sociologe Barbarah Ehrenreich hebben er recent nadrukkelijk op gewezen dat meerdere kenmerken van de moderne vloeibare samenleving met name toepasbaar zijn op de Amerikaanse samenleving. Hierbij moet er vooral gedacht worden aan de toename van sociale isolatie, een versnelling van de levensstijl, een vergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt en een proliferatie van een sociaaldarwinistische en neoliberale visies op rijkdom en armoede. In een bijtende kritiek op het neoconservatieve beleid van president G.W. Bush besteedt Morris Berman een heel hoofdstuk aan de moderne vloeibare samenleving in de Verenigde Staten. Volgens hem is de VS de moderne vloeibare samenleving par excellence.
Â
In navolging van Berman is het volgens mij plausibel om te beargumenteren dat de moderne vloeibare samenleving zijn meest vergevorderde uitdrukking vindt aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Desondanks is het evenzeer een feit dat bepaalde van haar kenmerken ook zichtbaar zijn in West-Europa. De kenmerken van de Amerikaanse samenleving die net werden aangehaald zijn ook aanwezig in Europa, maar in minder prominente of minder acute vorm. Op dit vlak sluit ik mij aan bij vergelijkende maatschappelijke analyses uitgevoerd door de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin en de socioloog Ronald Inglehart. Dit impliceert dat we binnen een Europese context bijzonder voorzichtig moeten omspringen met het concept van de moderne vloeibare samenleving.
Â
 Een interessante vraag die zich stelt is of de moderne vloeibare samenleving misschien geen projectie is van Amerikaanse ontwikkelingen op de Europese samenleving. Dit is een tendens binnen het denken van vooraanstaande continentale Europese intellectuelen die enkele jaren geleden op een doortastende manier werd beschreven door de Duitse politieke wetenschapper Claus Offe. Op deze problematiek zal in dit stuk niet verder worden ingegaan. Dit betekent geenszins dat ik het belang er van wil relativeren. Indien de moderne vloeibare samenleving inderdaad uitsluitend een Amerikaans fenomeen kan worden genoemd is dat in grote mate problematisch voor de gehele onderliggende argumentering van Bauman. Desalniettemin blijft, los van deze mogelijk zware kritiek, het idee van de moderne vloeibare samenleving een nuttig heuristisch middel om meerdere hedendaagse sociale en politieke ontwikkelingen beter te begrijpen.
Â
NeoliberalismeÂ
De aspecten die volgens Bauman tegenwoordig overblijven uit de harde moderne tijd zijn het streven naar vooruitgang, het accumuleren van rijkdom en kapitaal door een elite, het verbeteren van de wereld en het menselijk leven door middel van technologie en kennis, en het pogen tot domineren, onderdrukken en uitsluiten van grote lagen van de samenleving. Kenmerkend voor deze aspecten van het modernisme is dat ze, net zoals de staatsinstellingen sinds het tijdperk van de neoliberale politici Margaret Tatcher en Ronald Reagan, onderhevig zijn aan een proces van deregularisering en privatisering. Om deze ontwikkeling binnen de westerse cultuur te benadrukken verwijst Bauman met de regelmaat van de klok naar een citaat van de Duitse socioloog Ulrich Beck. Deze verklaarde aan het einde van de vorige eeuw dat de burgers van de westerse samenleving tegenwoordig op zoek moeten naar biografische oplossingen voor systemische en/of collectieve problemen. Hiermee sluit Beck zich aan bij analyses van vooraanstaande denkers zoals de Franse sociologen Pierre Bourdieu en Alain Touraine, en de Engelse politieke wetenschapper David Held die hebben aangetoond dat het individu de laatste jaren steeds meer wordt geacht om zelf oplossingen te zoeken voor problemen die voordien werden behandeld door de staat. Dit proces wordt door Bauman meerdere malen samengevat door te verwijzen naar een bondige maar veelzeggende uitspraak van de voormalige conservatieve Britse premier Margaret Tatcher. Zij liet aan het begin van de jaren tachtig zonder blikken of blozen de volgende sombere woorden optekenen: “There is no such thing as society�. Doorheen zijn werken trekt Bauman fel van leer tegen de erfenis van het neoliberalisme en zijn agenda van deregulering in het bijzonder.
Â
Het proces van deregularisering vormt een belangrijk onderdeel van de ideologie van het neoliberalisme dat er naar streeft om alle collectieve instellingen en organisaties te verbannen en het individu aan zijn lot over te laten. Volgens neoliberale denkers zijn alle overheidsinstellingen instrumenten die leiden tot totalitaire onderdrukking en levert een ongebreidelde vrij markt altijd en overal rechtvaardige resultaten op. Dit idee is afkomstig van de Oostenrijkse econoom Friedrich Hayek die vijftig jaren geleden de kapitalistische vrije markt verdedigde tegen het collectivisme van de Soviet Unie. Dit deed hij door het spookbeeld van het totalitarisme te koppelen aan iedere vorm van staatsinmenging strijdig met de principes van het Amerikaanse kapitalisme. De idealen van Hayek werden ten volle tot uitvoering gebracht door president Reagan tijdens de jaren tachtig en G.W. Bush aan het begin van de 21ste eeuw. Volgens de Amerikaanse socioloog Alan Wolfe is de neoliberale agenda uitgelopen op een fiasco en heeft het vele burgers in deze wereld onnodig veel schade berokkent. Niet in de laatste plaats de armoedekloof binnen de Verenigde Staten zelf heeft onder de invloed van het neoliberale beleid gigantische proporties aangenomen. Het neoliberalisme heeft er met name in de Angelsaksische wereld voor gezorgd dat het liberalisme zwaar in diskrediet geraakt is. De socioloog Douglas Massey houdt daarom terecht een pleidooi voor een nieuwe en betere variant van het liberalisme met meer aandacht voor de sociale aard van de vrije markt.Â
Â
Het is legitiem om te zeggen dat de neoliberale golf langzaam maar zeker aan kracht heeft verloren. Denken we maar aan de recente hervormingen van de wereldbank en de wereldhandelsorganisatie. Helaas zijn de brokstukken die werden achtergelaten door deze invloedrijke stroming nog maar al te zichtbaar binnen meerdere geledingen van de moderne vloeibare samenleving. Het is binnen de context van de invloed van het neoliberalisme op de westerse samenleving dat het concept van de moderne samenleving moet geïnterpreteerd worden.
Â
De Baumaniaanse interpretatie van het neoliberalisme verschilt van traditioneel economische onderzoeken zoals we terugvinden bij de Amerikaanse econoom Joseph Stiglitz door zijn aandacht voor de invloed van het neolibralisme op het dagelijkse reilen en zeilen van individuen.
Â
Joseph Stiglitz heeft de laatste jaren overtuigend aangetoond dat het idee van een rechtvaardige vrije markt een mythe is en dat marktprocessen bijna per definitie worden beïnvloed door ingebouwde onrechtvaardigheid. Hij toont aan dat het bezit van geheime informatiestromen en het maken van onderhandse en clandestiene akkoorden schering en inslag zijn binnen een ongebreidelde vrije markteconomie. Zelfs indien de werking van een vrije markt rechtvaardig zou zijn, wat op zich al een twijfelachtig gegeven is, dan nog is het ontegensprekelijk dat de werking en de procedures van de vrije markt op zichzelf al doordrongen zijn van ongelijkheid. Als er iets is dat we de laatste jaren hebben geleerd van de financiële corruptie gepleegd door bedrijven als het Amerikaanse Enron en het Belgische Lernhout en Hauspie is het wel dat de vrije markt in zijn meeste zuivere vorm een mechanisme is van zwendelarij, bedrog en onrechtvaardigheid. Je moet tegenwoordig geen Marxist meer zijn om dit te kunnen, en durven, onderkennen. De tijd dat alleen radicale linkse denkers zoals Noam Chomsky of de Franse activist José Bové kritiek hadden op de vrije markt ligt reeds enkele jaren achter de rug. Zoals gezegd houdt Bauman zich echter nauwelijks tot niet bezig met vragen over de inherente rechtvaardigheid van de werking van de vrije markt en deregularisering in het bijzonder. Waar het bij hem vooral om draait is om de invloeden van het neoliberalisme op het dagelijkse leven bloot te leggen.
Â
 In de volgende paragraaf probeer ik te illustreren hoe neoliberale idealen van deregularisering en privatisering invloed hebben gehad op fundamentele kenmerken van de moderne vloeibare samenleving. Het neoliberalisme is immers niet alleen een ideologie die een grote invloed heeft gehad op de aard en structuur van nationale en internationale politieke en economische instellingen maar heeft ook een grote weerslag gehad op andere maatschappelijke constellaties die het leven in de maatschappij sterk beïnvloeden. De ontmanteling van de sociale welvaartstaat onder het mom van neoliberale ideologieën loopt als een rode draad doorheen de werken van de Poolse socioloog. Het is één van zijn verdiensten dat de negatieve invloeden van deze ideologie tegenwoordig niet meer alleen gezocht worden in de vormgeving van instellingen, een strategie die bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar is in het boek The Silent Take Over van de Britse econome Noreena Herz, in de kritieken op het neoliberalisme van de Amerikaanse linguist Noam Chomsky of in de hierboven aangehaalde analyse van Joseph Stiglitz. Deze bredere analyse van de invloed van het neoliberalisme sluit aan bij een indrukwekkend boek van de Amerikaanse academicus Alain Giroux en het concept van McWorld dat wordt gebruikt door de Amerikaanse filosoof Benjamin Barber. Zowel Giroux als Barber besteden ruime aandacht aan de gevolgen van het neoliberale denken op het dagelijkse leven. Zoals gezegd is dit ook de hoofdbekommernis van Bauman. Â
Â
Â
Deregulering in de prakrijk: ontstaan van de moderne vloeibare samenlevingÂ
Daar waar vooruitgang vroeger het prerogatief was van collectieven zoals de natie, de staat of het volk is het nu een streefdoel voor individuen die zelf op zoek moeten gaan naar middelen om hun leven op aarde te verbeteren. Hetzelfde geldt voor het streven naar onsterfelijkheid. Terwijl dit streven vroeger vooral als doel had om grote collectieven te verheffen tot eeuwige roem en onvergankelijkheid is dit streven vandaag de dag een zaak van individuen die voor zichzelf een plaatsje proberen te bemachtigen in de eeuwigheid der tijden. Denken we maar aan geneesmiddelen en cryogenische praktijken die als doel hebben om het leven van individuele mensen te verlengen.Â
Â
Mechanismen van sociale uitsluiting, armoede en onderdrukking zijn niet meer in handen van machtige staatsinstellingen of zelfs grote bedrijven maar zijn doorgeschoven naar individuele durfkapitalisten en hyperrijke ondernemers. In sommige opzichten is het zelfs zo dat de deregularisering van macht zo ver is doorgeslagen dat er sprake is van een overgang van een methode van normatieve regulering naar een methode van verspreiden van angst en onderzekerheid wanneer het gaat om het marginaliseren van grote groepen uit de samenleving. Het idee van de Panoptische samenleving van de Franse filosoof Michel Foucault, gebaseerd op het principe van normatieve regulering, is volgens Bauman dan ook een voorbijgestreefd concept wanneer we hedendaagse vormen van onderdrukking en uitsluiting willen begrijpen.
Â
Ook de toename van de rol van mensenrechten binnen het hedendaagse politieke discours is volgens Bauman symptomatisch voor de brede golf van deregularisering en privatisering. Mensenrechten zijn per definitie alleen geldig voor individuen en signaleren bijgevolg een breuk met het streven naar sociale rechtvaardigheid of een sociaal rechtvaardige samenleving. Toen de Amerikaanse politieke filosoof John Rawls in 1971 naar voren kwam met het idee van sociale rechtvaardigheid was één van zijn basisideeën dat rechtvaardigheid een sociaal en collectief gegeven is dat alleen op dit sociale en collectieve niveau bereikt kan worden. De éénzijdige nadruk op individuele mensenrechten duidt volgens Bauman op een veronachtzaming van het idee van sociale rechtvaardigheid.
Â
Kort samengevat betekent deregularisering in de dagelijkse praktijk dat individuen verplicht worden om op individuele basis oplossingen te zoeken voor collectieve problemen. Hierbij komen we terug bij de biografische problemen beschreven door Ulrich Beck. Dit proces van deregularisering is een mes dat snijdt aan twee kanten. Enerzijds verschaft het aan individuen de mogelijkheid om zelf hun leven vorm te geven en om te ontsnappen aan onderdrukkende collectivistische structuren en paternalistische gemeenschappen. Anderzijds dreigt het te ver door te slaan omdat individuen nu eenmaal niet altijd beschikken over de instrumenten en de mogelijkheden om problemen adequaat aan te pakken op een biografische en individuele manier.
Â
Het is verkeerd om te spreken van het idee van een autonoom individu als een mythe zoals onlangs werd gedaan door de Belgische politieke denker Wouter Beke. Het is volgens Bauman echter minstens even gevaarlijk om te veronderstellen dat een individu altijd en overal een oplossing kan vinden voor de problemen die hem tijdens zijn bestaan. Deregularisering moet daarom worden onderscheiden van individualisering. Terwijl het laatste verwijst naar het moderne en liberale streven naar autonomie betekent het eerste een veronachtzaming van dit streven ten voordele van de vrije markt en overdadig consumentisme.
Â
Niet noodzakelijk ben ik het eens met alle aspecten van de Baumaniaanse analyse van deregularisering. Zo sta ik zeer sceptisch ten aanzien van iedere poging om de verwezenlijkingen van het discours van mensenrechten in twijfel te trekken. Denken we maar een de invloed van de rol van mensenrechten bij de val van de Soviet Unie en zijn satellietstaten in Centraal en Oost Europa. Ook is het verleidelijk om te beweren dat alle vormen van normatieve regulering zijn verdwenen. Op deze manier is het immers onbegrijpelijk om de recente toename van bewakingscamera’s in westerse steden te verklaren. Loic Wacquant toont ook aan dat de vluchtelingenkampen en opvangcentra voor asielcentra in grote mate worden gedomineerd door de principes en de praktijken van het Panopticon. David Lyons probeert in zijn recente boeken aan te tonen dat het Foucaultiaanse proces van normalisering en disciplinering zeker nog van toepassing is aan het begin van de éénentwintigste eeuw. Toch is het ontegensprekelijk dat er in de meeste opmerkingen van Bauman een grond van waarheid schuilt. De ontwikkelingen die hij beschrijft worden ook opgemerkt door sociologen zoals Frank Furedi, Richard Sennet en Morris Berman, Henry Giroux en Benjamin Barber. Allen wijzen ze er de laatste jaren terecht op dat vergaande processen van deregularisering en privatisering hebben plaatsgevonden in de westerse samenleving.
Â
Het is zonneklaar dat vele ontwikkelingen die Bauman beschrijft ook terugkomen in de werken van andere vooraanstaande sociale denkers en bijgevolg niet zomaar van de hand gewezen kunnen worden. De invloed van het denken van Zygmunt Bauman op meerdere hedendaagse denkers en populaire opiniemakers is zonder meer groot. Tot op heden is ze echter weinig tot niet herkend, laat staan erkend door denkers die zich bezighouden met ideeëngeschiedenis en de invloed van bepaalde theorieën en concepten op de samenleving.
Â
Kritische theorie en liberalisme
 Een groot gevaar is dat dit soort negatieve analyses van deregularisering door sommigen worden geïnterpreteerd als een pleidooi voor een terugkeer naar roekeloze collectivisering en het opgeven van liberale en kosmopolitische idealen zoals het realiseren van gelijke individuele rechten voor iedere inwoner van deze planeet. Cultuurpessimisten gebruiken het discours van privatisering en excessieve deregularisering om te beargumenteren dat er nood is aan een heropleving of herintroductie van nationalisme, lokale gemeenschappen, collectieve staatsinstellingen of zelfs traditionele religieuze waarden. Deze tendensen zien we overduidelijk in de benadering van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugghe, de Amerikaanse communitarist Amitai Etzioni, de Belgische filosoof/politicus Wouter Beke en de Britse historicus Michael Burleigh. Het vernieuwende en verfrissende aan Bauman is precies dat hij dit soort atavistische oplossingen verwerpt en op zoek gaat naar manieren om de problemen van de moderne vloeibare samenleving aan te pakken binnen de kaders van progressieve denkwijzen. Op meerdere plaatsen staat hij stil bij de schijnoplossingen die worden aangeboden door communitaristen, nationalisten en religieuze moralisten. Telkens worden ze opnieuw verworpen en zonder schroom beschreven als niet adequaat en voorbijgestreefd.
Â
In een interview met de socioloog Keith Tester wijst Bauman er expliciet op dat het zijn doel is om traditionele socialistische idealen van rechtvaardigheid en gelijkheid te combineren met fundamentele liberale principes zoals het individualisme. In tegenstelling tot liberalen die in sommige opzichten kunnen aanzien worden als radicaal is het de overtuiging van Bauman dat individualisme kan omslaan in een vloek. De centrale doelstelling van zijn gehele oeuvre is om maatschappelijke en politieke omstandigheden te creeëren waarin het individualisme kan gedijen zonder te ontaarden in een nachtmerrie. . Om dit duidelijk te maken introduceert Bauman een onderscheid tussen individuen de jure en individuen de facto: “Being an individual de jure by no means guaranteed individuality de facto, and many people lacked the resources to deploy the rights implied by the first in the struggle for the second�. (58). Kort door de bocht: het is onzinnig om mensen te bestempelen als vrije individuen wanneer ze niet over de middelen beschikken om deze individuele vrijheid ten volle te benutten. Het onderscheid tussen individuen de jure en individuen de facto staat centraal in het boek Liquid Life uit 2005.
Â
 Als schrijver van één van de meest doortastende analyses van de potentieel catastrofale gevolgen van modernisering is het onzinnig om te beargumenteren dat Bauman een tegenstander is van een liberale, open samenleving. Ik verwijs hier naar het spraakmakende boek dat Bauman in 1989 weidde aan de relatie tussen de Holocaust en de moderne tijd. Hier beargumenteerde hij ondubbelzinnig dat het ondermijnen van het autonome denken en het vrije individuele handelen kan leiden tot ongekende catastrofes zoals het pogen tot uitroeien van een geheel mensenras op basis van pseudo-wetenschappelijke theorieën en met handhaven een amorele gewetenstoestand. In zijn werken over postmoderne moraliteit bejubelt Bauman zonder meer de bevrijding van de mens van rationeel bedachte en van bovenaf opgelegde systemen ethische codes en systemen. Tijdens het lezen van het boek Postmodern Ethics kan men moeilijk anders dan concluderen dat individuele vrijheid en individuele autonomie tot de meest belangrijke verwezenlijkingen van het gehele westerse intellectuele traditie behoren. Een tegenstander van het liberalisme is Bauman in geen geval.
Â
Er kan worden gesteld dat hij vooral probeert om de lacunes binnen het liberale denken te problematiseren zonder het liberalisme zelf in vraag te stellen. Ook vanwege dit feit is de term moderne vloeibare samenleving een betere keuze dan de term postmodernisme. Het is niet omdat Bauman in de hedendaagse samenleving meerdere problemen detecteert dat hij pleit voor het innemen van medicijnen die de pijn en het leed van de patiënten alleen maar zullen vergroten. Veelzeggend is in dit opzicht zijn interpretatie van de kritische theorie. Deze theorie impliceert volgens hem een samenleving die nooit ophoudt om zijn eigen basisbeginselen te bekritiseren gekoppeld aan een onophoudelijke drang om nieuwe oplossingen te formuleren voor nieuwe problemen. Dit idee ontleent Bauman van het denken van de intellectueel Cornelius Castoriadis die het gebrek aan zelfreflectie aan het einde van de vorige eeuw beschreef als het grootste probleem van de hedendaagse westerse maatschappij. Zelfs de meest progressieve samenleving uit de geschiedenis wordt niet vrijgesteld van zelfkritiek. Het is precies dit aspect van Bauman dat hem onderscheidt van conservatieve en reactionaire denkers die de positieve realisaties van de modernisering willen terugdraaien. Kritiek staat niet gelijk aan een pleidooi voor het terugdraaien van de klok. Het is integendeel een essentieel en inherent onderdeel van iedere autonome samenleving bevolkt door autonome individuen.
Â
Er moet worden toegegeven dat Bauman zelf vaak de schijn opwekt van conservatisme of nihilisme. Zo beweert hij in navolging van de Franse Jacques Attali dat we de moderne westerse samenleving kunnen vergelijken met de Titanic. Al dansend op keiharde muziek , en zo de ijsbergen veronachtzamend, is de tanker van de westerse maatschappij op weg naar de fatale botsing die haar ondergang zal inluiden. Het verschil met de echte Titanic is volgens Bauman echter dat er niet sprake is van één ijsberg maar van meerdere ijsbergen zodat zelfs een zeer attente bootnavigator het moeilijk zal vinden om een fatale aanvaring op het nippertje te vermijden. Het is mijn visie dat het gebruik van deze Titanic metafoor strijdig is met de nadruk die wordt gelegd op de kritische theorie en de mogelijkheid om iedere maatschappij te verbeteren via kritisch en autonoom denken. Het idee van een apocalyptische ondergang van het westen strookt niet met de andere idealen die worden uitgedragen.Â
Hermeneutiek van de moderne vloeibare samenleving
Het concept vloeibare moderne tijd wordt in de latere werken van Bauman in één adem genoemd met het idee van de moderne vloeibare samenleving. Hoewel hij een socioloog is van opleiding en zich ook als dusdanig beschrijft doorheen zijn werken is daarvan weinig terug te zien in zijn schrijven en zijn wetenschappelijke methode. Overvloedig maakt hij gebruik van verwijzingen naar romans en voortdurend hanteert hij een eclectische stijl waarbij hij er niet voor terugdeinst om selectief te grabbelen in de ton van citaten achterlaten door denkers afkomstig uit alle denkbare disciplines van de westerse wetenschappen. Tevergeefs is het in zijn werken zoeken naar het empirische materiaal dat zo kenmerkend is voor de standaardwerken uit de sociologie. Zijn boeken hebben bovendien in hoge mate een essayistisch karakter en de verschillende hoofdstukken lopen zelden of nooit vlot in elkaar over. Ook binnen de hoofdstukken is het vaak zoeken naar interne consistentie. Desondanks is het mijn overtuiging dat er in zijn volumineuze werken wel degelijk sprake is van de aanwezigheid van een weldoordacht en complex maatschappijbeeld. Vanzelfsprekend impliceert dit niet dat hij er in slaagt om alle maatschappelijke en politieke fenomenen te vangen binnen het net van de moderne vloeibare samenleving. Zijn boeken afwijzen als incoherent en onsamenhangend getuigt echter van een gebrek aan bereidwilligheid om de moeite te nemen om zich grondig in zijn boeken te verdiepen. Bovendien getuigt het van een éénzijdige kijk op wetenschap om het gebruik van literaire bronnen per definitie te hekelen als onwetenschappelijk. Als een boek van Italo Calvino of Ivan Klima er perfect in slaagt om zekere kenmerken van het leven te verduidelijken is het volgens mij een legitieme wetenschappelijke methode om gebruik te maken van een roman als wetenschappelijk hulpmiddel. De werken van Bauman kunnen in dit opzicht geheel en al geplaatst worden in de lijn van de bekende stelling van de grote Franse romanschrijver Marcel Proust die verklaarde dat de kerntaak van intellectuelen bestaat uit het aanzetten van het kijken naar de bestaande realiteit met andere ogen. De fundamentele opdracht van de intellectueel is binnen dit opzicht niet het opstapelen van nieuwe kennis of het verzamelen van empirische en meetbare data maar het bestijden van dogma’s en orthodoxe ideeën aanwezig binnen gangbare manieren van denken en redeneren. Het is een variant op de stelling van de Duitse filosoof Hans Georg Gadamer, één van de grondleggers van de hermeneutiek, dat het ultieme doel van kennisvermeerdering bestaat uit het voortdurende bedenken van nieuwe horizonten en gezichtspunten en niet uit het accumuleren van steeds nieuwe gegevens. Gemeten volgens de maatstaven van deze intellectuele tradities is Bauman een grootmeester zonder voorgaande. Op iedere bladzijde slaagt hij er in om de lezers te verbazen niet nieuwe inzichten over uiteenlopende maatschappelijke en politieke fenomenen. Dat de vaardigheid om lezers te verbazen met nieuwe inzichten niet noodzakelijk gelijkstaat met het in pacht hebben van de waarheid is zo een vanzelfsprekendheid dat het nauwelijks verdere toelichting behoeft.
Â
De nabije toekomst zal moeten uitwijzen of Zygmunt Bauman zal aanzien worden als een groot denker die de westerse maatschappelijke situatie aan het begin van de éénentwintigste eeuw op een baanbrekende manier analyseerde. Misschien zullen zijn boeken over de moderne vloeibare samenleving niet meer dan een voetnoot blijken te zijn in het academische discours. Ikzelf kan me dan troosten dat deze voetnoten mijn eigen visie op deze wereld onherroepelijk hebben veranderd en dat ik het lezen van de werken van Bauman als begenadigd schrijver altijd heb ervaren als een bijzonder prettige onderneming.
Â
Hopelijk stappen sommigen in mijn voetspakken en kunnen we in de nabije toekomst discussiëren over de moderne vloeibare samenleving van Zygmunt Bauman. Voor de moedigen onder ons: enjoy!
Â
 Â
Bauman, Z. (2007). Liquid Times. Living in an Age of Uncertainty. Cambridge: Polity Press.Â
Â
Barber, B. (2003/1995). Jihad Vs. McWorld. Terrorism’s Challenge to Democracy. London: Corgi Books.
Â
Barber, B. (2007). Consumed. How Markets Corrupt Children, Infantilize Adults, and Swallow Citizens Whole. New York: W&W. Norton.
Beke, W. (2007). De Mythe van het Vrije Ik. Averbode : Uitgeverij Averbode.
Â
Burleigh, M. (2006). Sacred Causes. Religion and Politics from the European Dictators to Al Qaeda. London: Harper Press.
Â
Furedi, F. (2005). Politics of Fear. Beyond Left and Right. London: Continuum.
Â
Harvey, D. (2005).A Brief History of Neoliberalism. Oxford: UP.
Â
Held, D. (1996). Models of Democracy. Second Edition. Cambridge: Polity Press.
Â
Held, D. (2003). Global Social Democracy. In: A. Giddens (Eds.). The New Progressive Manifesto. New Ideas for the Centre Left. (137-172). Cambridge: Polity Press.
Â
Held, D. (2004). Global Covenant. The Social Democratic Alternative to the Washington Consensus. Cambridge: Polity Press.
Â
Hertz,N. (2002). De Stille Overname. De Globalisering en het Einde van de Democratie. Antwerpen: Contact.
Â
Sennett, R. (2006). The Culture of The New Capitalism. New Haven: Yale University Press.
Â
Stiglitz, J. (2002). Globalization and Its Discontent. London: Penguin Books.
Â
Stiglitz, J. (2003). The Roaring Nineties. A New History of the World’s most Prosperous Decade. New York: W&W Norton.
Â
Tester, K , Bauman, Z. (2001). Conversations with Zygmunt Bauman. Cambridge: Polity Press.
Â
Touraine, A. (2001). Beyond Neoliberalism. Cambridge: Polity Press. Â
Â
 Â
Gepost: oktober 1st, 2007 onder Zygmunt Bauman door Christophe Andrades.
Comments: none
Schrijf een opmerking