Naomi Klein en de aanklacht tegen de ‘shock doctrine’
In 2007 verscheen het boek ‘The Shock Doctrine’ van Naomi Klein. Klein, die met name bekend werd door haar eerdere boek ‘No Logo’, trekt in dit boek ten strijde tegen wat zij noemt het ‘fundamentalistische kapitalisme’. Met het fundamentalistische kapitalisme bedoelt Klein de leer van Milton Friedman (1912-2006). De Amerikaanse econoom Friedman won in 1976 de Nobelprijs voor de economie en ontving in 1988 de Presidentiële Vrijheidsmedaille vanwege zijn succesvolle ideeën over de vrijemarkteconomie. Klein is echter van mening dat Friedmans theorie juist hand in hand gaat met terreur en onderdrukking en enkel vrijheid oplevert voor multinationals en meerbedeelden.
Het boek ‘The Shock Doctrine’ wil door middel van het presenteren van feiten aantonen dat de theorie van Friedman een strategische tactiek is om burgers buiten spel te zetten om zo economische veranderingen door te drukken. De tactiek van de ‘Chicago School’ zoals de theorie ook wel wordt genoemd omdat zowel Friedman als zijn belangrijke aanhangers werkzaam waren op de Universiteit van Chicago, wordt ingezet ten tijde van een crisis. Collectieve momenten van trauma worden gebruikt om radicale sociale en economische veranderingen door te drukken. Klein beticht Friedman en aanhangers van zijn theorie ervan dat zij wachten op een grote crisis om vervolgens delen van de staat tijdens de naweeën van de crisis te verkopen aan privé-spelers. Terwijl burgers nog bijkomen van de schok, worden de veranderingen permanent en wordt ervoor gezorgd dat burgers of ze willen of niet mee draaien in een vrijemarktkapitalisme. Klein heeft niet alleen kritiek op het vrijemarktkapitalisme dat volgens haar de zwakkeren in de samenleving benadeelt, maar richt met name haar pijlen op de manier waarop het vrijemarktkapitalisme wordt ‘ingesteld’. De shock doctrine gebruikt een tijd van crisis waarin burgers gepreoccupeerd zijn met hun eigen leven, om ingrijpende economische veranderingen door te voeren.
In ieder hoofdstuk van haar boek probeert Klein te laten zien hoe de theorie van ‘shock and awe’ in verschillende situaties leidt tot onderdrukking en terreur. Als voorbeeld geeft Klein onder meer Argentinië, Chili en China. Deze landen volgden allen de strategie van Milton Friedman, -of werden door hem geadviseerd-, om hun land economisch te hervormen. Onder het mom van de veronderstelling dat gedereguleerd kapitalisme de vrijheid vergroot en hand in hand gaat met democratie, wordt het fundamentalistisch kapitalisme binnengehaald als een vriend. Echter, volgens Klein is dit een leugen en gaat het ongebreideld kapitalisme gepaard gaat met dwang door het gebruik van shocks.
Hoewel Friedman zelf zijn theorie ziet als ‘liberaal’, noemt Klein zijn theorie ‘neoconservatief’ en ‘corporatistisch’. De eliminatie van de publieke sfeer en de totale vrijheid voor bedrijven creëert volgens Klein structureel een onderklasse van 25 tot 60 procent van de bevolking:
“It’s main characteristics are huge transfers of public wealth to private hands, often accompanied by exploding debt, an ever-widening chasm between the dazzling rich and the disposable poor and an aggressive nationalism that justifies bottomless spending on security.” (p. 18)
De onderliggende overtuiging van het fundamentalitisch kapitalisme is dat de wereld maakbaar is. Als voorbeeld dient de strategie die gebruikt is om Irak te hervormen. Volgens Klein werd de crisis van de oorlog gebruikt om een situatie te creëren waarin het vrijemarktkapitalisme kon gedijen. De situatie in Irak bleef echter instabiel en de burgers bleven opstandig. De wantoestand in Irak wijt Klein aan de onterechte veronderstelling van de ‘Chicago School’ dat een samenleving opnieuw kan worden ingericht en dat oude tradities en denkbeelden zomaar overboord kunnen worden gegooid. Klein wil zelfs zover gaan dat het dogmatisch vasthouden van de Chicago School- aanhangers aan de overtuiging dat de wereld maakbaar is, uitmondt in terreur en marteling. Volgens Klein lijden zowel martelaars als extreme kapitalisten aan het onvermogen om een onderscheid te maken tussen destructie en creatie en tussen pijn doen en genezen. Net zoals andere extreme ideologieën is het fundamentalistisch kapitalisme erop uit om de wereld te zuiveren. En voor dit zuiveren worden offers gebracht in de vorm van onderdrukking van terreur.
Kleins boek is waardevol om te lezen, omdat het feiten presenteert die in het nieuws vaak niet naar voren komen of aan elkaar worden gerelateerd. Daarnaast denk ik dat Klein terecht de opmerking maakt dat de moderne Westerse mens sinds de val van het communisme ervan uit gaan dat vrije-markten en vrije individuen de enige juiste ideologie is. Wat ik mij echter afvraag is of Klein haar feiten niet teveel in het licht van de onjuistheid van de theorie van de Chicago School presenteert. Als lezer heb ik soms de indruk dat feiten gepresenteerd worden als voortvloeiend uit het ongebreideld kapitalisme terwijl ook andere oorzaken een rol spelen.
Daarnaast gaat Klein niet in op de essentiële vraag van de verantwoordelijkheid. Tussen de regels door vermoed je dat Klein Friedman en zijn aanhangers verantwoordelijk houdt voor de negatieve implicaties van hun theorie. De filosofische vraag is of iemand die voorstander is van een bepaalde theorie ook de verantwoording draagt wanneer deze theorie negatieve gevolgen heeft in de praktijk. Dat deze vraag niet makkelijk te beantwoorden is, blijkt wel uit het voorbeeld dat als iemand in de tijd van Pim Fortuin hem dood wenste niet verantwoordelijk was voor het feit dat Folkert van der G. hem uiteindelijk doodschoot. Ben je verantwoordelijk voor terreur en onderdrukking die de uitwerking was van jou theorie? Ben je moraal verantwoordelijk voor martelingen als je Pinochet adviseert over zijn economisch beleid? En wat te denken dat Friedman zijn theorie niet aanpaste toen hij zag wat de praktische uitwerking was van zijn theorie? Het zijn vragen die bijzonder relevant zijn, maar waar Klein nauwelijks aandacht aan besteedt. Dat Klein de precaire verhouding tussen verantwoordelijkheid, theorie en praktijk niet uitwerkt is jammer en vormt voor mij een reden om het boek te bestempelen als ‘interessant, maar te kort door de bocht’.
Gepost: oktober 29th, 2009 onder Recensie door Martine Berenpas.
Comments: none
Schrijf een opmerking