Menu

Recente commentaren

RSS FilosofieFeed

Site doorzoeken

Archief

Categorieën

Populair

Links

De grote vraag

Life, the universe and everythingWaarom wordt er meer waarde gehecht aan antwoorden dan aan vragen? Filosofen en wetenschappers gedragen zich vaak als de dronkaard die aan de voet van een lantaarnpaal naar zijn sleutels zoekt. Dat doet hij niet omdat hij daar die sleutels heeft laten vallen, maar omdat het daar in het licht gemakkelijk zoeken is. Zo gaan die filosofen en wetenschappers in op bepaalde vragen omdat ze daar een antwoord op kunnen bedenken, en niet per se omdat het belangwekkende vragen zijn. Zo houden ze zich ook vaak bezig met vragen die volkomen los staan van het leven hier en nu. Vragen die je niet kunt verantwoorden vanuit de positie dat het erom gaat tot een werkbare verhouding tot de werkelijkheid te komen, dat de antwoorden relevant zijn voor ons overleven en voortleven. Want als het enkel om het overleven gaat, waarom zou men zich dan druk maken over zaken als het ontstaan van het heelal, het ontstaan van het leven of de oorsprong van de mensheid? Dat zijn geen vragen die oplossingen van bestaande problemen beloven, maar waar wel heerlijk over te speculeren valt. Aan de andere kant blijkt dat bij sommige antwoorden helemaal niet duidelijk is wat nu de vraag was. In de eeuw van de wetenschap, de twintigste eeuw, is ons destructief vermogen veel meer toegenomen dan ons constructief vermogen, zozeer dat we nu in staat zijn onszelf uit te roeien. Op welke vraag is dat een antwoord? Het was in ieder geval geen vraag die betrekking had op een beter leven voor de mensheid of een groter welzijn van het leven op aarde.

Waarom zijn er zo weinig essays over onbeantwoorde, respectievelijk onbeantwoordbare vragen als: waarom is onze wereld zoals die is en niet anders? Of de vraag van Leibniz: waarom is er iets en niet veeleer niets? Of: hoe universeel zijn onze opvattingen over waarheid, juistheid en waardevolheid? Zijn er wat dat betreft niet ook radicaal verschillende opvattingen mogelijk, zoals een wetenschap zonder wiskunde of een samenleving zonder persoonlijk bezit? Waarom zijn er zo weinig filosofen die ons op dergelijke vragen wijzen en hun betekenis analyseren zonder te proberen die vragen van hun vraagwaardigheid te ontdoen? Zijn problemen waarvoor niet direct een oplossing voorhanden is dan niet bestaand? Zijn vragen die niet meteen een antwoord bieden dan niet relevant?

De meeste mensen zijn geneigd om vragen te beantwoorden zonder eerst de vraag zelf aan een onderzoek te onderwerpen. Men geeft een antwoord dat emotioneel bevredigt, dat de angel uit de kwestie haalt, zonder dat antwoord zelf te bevragen. Vaak omdat men het zich gewoon niet anders kan voorstellen. Men gaat er dan vanuit dat er maar één manier van denken en van doen is die met de werkelijkheid in overeenstemming is, een manier die uiteindelijk alle vragen beantwoordt. Dat is de stilzwijgende veronderstelling achter de meeste wetenschappelijke publicaties, maar ook die achter veel filosofische essays. Maar waarom zou dat zo zijn?

In feite heeft dit rationalisme al lang afgedaan. Scepticisme, empirisme en pragmatisme hebben benadrukt dat er geen vast fundament te vinden is waarop alle kennis kan worden gebaseerd, en ze zijn tot de dag van vandaag niet weersproken. Maar toch handelen velen alsof zulk een standpunt niet bestaat. Ze blijven zoeken naar de antwoorden die geen nieuwe vragen oproepen. Ook al zijn ze vaak niet religieus, toch zoeken ze naar het goddelijke van de wereld, naar de onbewogen beweger, naar het wezen dat zichzelf verklaart. Men hoopt nog steeds ergens op een Archimedisch punt te stuiten, op de as waar alles om draait, op de oorsprong waar alle coördinaten van uitgaan. Maar dat zoeken richt zich enkel op de bevrediging van de persoonlijke gemoedsrust, en vertrekt niet vanuit een filosofische of wetenschappelijke noodzaak.

Iedere cultuur biedt eigen opvattingen over waarheid, juistheid en waardevolheid waar de deelnemers zich naar richten. Iedere cultuur kent verhalen om die opvattingen te onderbouwen. Maar die verhalen bieden geen antwoorden op vragen die van buiten zo’n cultuur kunnen worden gesteld. In die zin zijn het just so stories, waarin simpelweg de uitgangspunten van de cultuur worden geponeerd, verhalen die hun geloofwaardigheid ontlenen aan het feit dat ze door de eeuwen heen telkens opnieuw worden verteld.

Als er geen definitieve antwoorden zijn, wat is dan de zin van een vraag? Heeft het zin om vragen te stellen die niet te beantwoorden zijn? Het zenboeddhisme kent de traditie van de koans, van paradoxale problemen en onbeantwoordbare vragen die toch tot inzicht kunnen leiden. Kennelijk bevatten die koans op de een of andere manier aanwijzingen waarmee men verder kan. Dat geldt ook voor vragen als die van Leibniz. Al roepen zulke vragen niet direct antwoorden op, ze zeggen toch iets over hoe de wereld reilt en zeilt, hoe de mens in elkaar zit of hoe ons denken functioneert, en bieden daarmee een inzicht, al bestaat dat niet uit een antwoord op de vraag.

Comments

Comment from monadische nomaad - afwezige aanwezige
Time: 05/11/2009, 11:39

Volmondig met je eens. Ik ben zelf nogal met de paradox geëngageerd vanuit mijn thesisstudie over ironie. De paradox lijkt de grenzen van onze cognitie aan te duiden. Deze tijd dicht zichzelf toe vervat te zijn in een project waarin de oneindige accumulatie van kennis uiteindelijk alle paradoxen overboord moet gooien. Dit voortuigangsidee is hardnekkig alsook productief.

Het weten is een confortabele positie van de mens en daarom niet verwerpelijk. Het doorbreekt de onmiddelijke verhouding van de mens tot de wereld waarin ook zijn existentiële handelen is gelegen. De moeilijke vragen -of die waarop geen pasklaar antwoord te geven is want de vraag is de antwoordruimte klaarleggen - maakt mensen vandaag ongemakkelijk. Er is te veel waarde gehecht aan de filosofie van Wittgenstein, denk ik dan.

Comment from Kweetal
Time: 06/11/2009, 10:05

Je laatste opmerking kan ik niet plaatsen. Wittgenstein, in zijn latere leven, is bij uitstek iemand die zich vragen stelde zonder zich te verplichten daarop een pasklaar antwoord te geven.

Comment from monadische nomaad - afwezige aanwezige
Time: 07/11/2009, 09:03

Ik doel op zowat de ‘conclusie’ van zijn Tractatus en meest misbruikte zinsnede ‘waarover men niet praten kan moet men zwijgen’ en zijn reductie van filosofische problemen tot die welke kunnen worden opgelost.

Het lijkt me geheel in die geest dat wetenschap zich vandaag richt op de problemen die ze aankan en alles wat daarbuiten valt als non-probleem begrijpt.

Vooral de latere Wittgenstein is inderdaad veel genuanceerder.

Comment from Kweetal
Time: 07/11/2009, 11:52

Zelfs in de Tractatus reserveert hij toch ruimte voor het onzegbare:
“6.522 Es gibt allerdings Unaussprechliches. Dies zeigt sich, es ist das Mystische.”

Comment from Dennis
Time: 07/11/2009, 15:38

Kweetal: Wittengestein´s “Philosofische onderzoekingen” kan je dan weer zien als een voetnoot bij die uitspraak. ;)

Comment from Kweetal
Time: 07/11/2009, 16:01

@Dennis: Nou nee. De P.U. gaan nou juist over taal en taalspelen. Ze proberen die alleen niet in een rigide logisch kader te vangen.

Schrijf een opmerking