Diabolische dance macabre tussen de staat en de vrije markt
Zowel het begin als het zwaartepunt van de zwaarste economische crisis sinds 1929 liggen ondertussen achter de rug. Intellectuele en politieke debatten zijn verschoven naar de analyse van de genomen maatregelen door diverse regeringen, de geldigheid van economische paradigma’s en de strijd tussen conflicterende ideologische stromingen. Kort samengevat centreren deze debatten zich rondom de binaire tegenstelling tussen de vrije markteconomie of de planeconomie. Bij het eerste model worden vrijheid en rechtvaardigheid gegenereerd door zoveel mogelijk vrije markt, bij het tweede model is het de staat die moet instaan voor de realisatie van de principes van de Franse Revolutie. Met andere woorden: Friedrich Hayek versus John Maynard Keynes. Of om het te houden bij leidende contemporaine economische zwaargewichte:n Niall Ferguson en Jagdish Baghwati versus Paul Krugman en Jospeh Stiglitz.
Als cultuurwetenschapper geïnteresseerd in de analyse van discoursen zijn het bijgevolg boeiende tijden. Het is treffend om te zien hoe moeilijk het inderdaad blijkt om bij hedendaagse debatten los te komen van oude, reeds bestaande denkkaders. Ofschoon reeds velen hebben gewezen op de moeilijkheid om grote economen uit het verleden los te laten op de globaliserende post-industriële kenniseconomie aan het begin van de 21ste eeuw, raken we onderhand ondergesneeuwd onder een lawine van Keynsiaanse en/of Hayekiaanse oplossingen voor de bestaande economische malaise. Polarisatie en conflict vieren hoogtij. Naarmate de klok verder tikt lijken we bijgevolg geen stap dichter te komen bij concrete, toepasbare oplossingen. Wel integendeel. Enerzijds merken we dat de verdedigers van de vrije markt steeds feller op hun strepen gaan staan. De staatsschuld en de bijhorende rentesneeuwbal worden steeds meer aanzien als een tikkende tijdsbom die wordt gelegd onder de toekomst van de volgende generaties. Anderzijds zien we steeds meer stemmen de kop opsteken die pleiten voor het terugkeer naar het communisme. Getuige hiervan het meest recente boek van controversiële en polemische Sloveense filosoof Slavoj Zizek en de conclusies van de historicus David Priestland in zijn fenomenale globale geschiedenis van het Marxisme sinds de industriële revolutie tot op vandaag verschenen aan het einde van het vorige jaar.
Econoom Ivan De Cloot wees in dit verband enkele maanden geleden terecht met een beschuldigende vinger naar geïnstitutionaliseerde universitaire wetenschappers die zichzelf vastklampen aan voorbijgestreefde denkkaders los van hedendaagse ontwikkelingen binnen de maatschappij. Dit is gedeeltelijk correct. Maar het is niet alleen de spreekwoordelijke wetenschapper in de ivoren toren die kan aangewezen worden om de heropleving van zowel de Keyniaanse staatsoplossing als de neoliberale ideaal van Hayek te verklaren. Er is sprake van een discursieve en ideologische verwarring die te wijten is aan diepgewortelde opvattingen over de relatie tussen de staat en de markt. De reden waarom we anno 2010 opnieuw zijn vastgelopen in steriele ideologische tegenstellingen die, hoe belangrijk ze de afgelopen eeuw dan ook geweest mogen zijn, tegenwoordig hopeloos achterhaald zijn is een complexe verschuiving in de tripolaire relatie tussen het individu, de staat en de markt.
De politieke en economische debatten van de afgelopen eeuw werden vormgegeven door de Koude Oorlog. Het was in de woorden van de historicus Eric Hobsbawm de eeuw van extremiteiten waarin de totalitaire staatseconomie van de Russen oog in oog stond met de vrije markt economie van het westen. Binnen het westerse politieke en intellectuele denken had de Koude oorlog grote gevolgen voor het denken over de tripolaire relatie tussen het individu, de staat en de vrije markt. Zoals dat gaat bij debatten ontwikkelden zich twee uitersten. Neoliberalen beweerden dat het de staat was die in de weg stond van individuele vrijheid. Sociaal democraten en andere linkse denkers wezen steeds meer naar de markt als de grootste bedreiging voor individuele vrijheid. Deze polarisering werd met name acuut tijdens de jaren tachtig, de hoogtijdagen van Reagan en Tatcher.
Zonder in te gaan in economische en politieke complexiteiten die buiten de grenzen van mijn expertise liggen is het evident dat de meerderheid van de politieke maatregelen genomen zijn om ons uit de hedendaagse crisis te halen een aanfluiting zijn van de tegenstelling tussen staat en vrije markt. Zoals de Poolse socioloog Zygmunt Bauman terecht opmerkt in zijn laatste boek Living on Borrowed Time kunnen zowel de relance maatregelen van Barack Obama als de Europese leiders ondergebracht worden onder de noemer aanpassingen in de marge. Deze vaststelling wordt met de dag duidelijker wanneer we om de oren geslagen worden met berichten over de heropleving van de beurzen, de herintrede van exuberante bonussen in de financiële sector, een stijging van het aantal ontslagen werknemers in fabrieken en de kennissector en uit hun voegen tredende staatschulden van Griekenland tot en met België.
Wat er is gebeurd is het volgende: de staat heeft al haar middelen gemobiliseerd om een onhoudbaar en inherent onrechtvaardig globaal neoliberaal systeem kunstmatig in leven te houden. Belastingsgeld is rijkelijk gevloeid naar de obscure machtscentra van de globale economie die aan de basis liggen voor de crisis die de afgelopen maanden zo wild om zich heen sloeg. De tegenstelling tussen markt en staat ligt onherroepelijk aan diggelen. Anno 2010 hebben ze de handen in elkaar geslagen en kunnen we onderhand spreken van de opkomst van gargantueske staatskleptocratie. Het slachtoffer is het individu. Onbewust en misleid door oude ideologische tegenstellingen en voorbijgestreefde politieke dichotomieën zijn we in een val gelopen die we zelf hebben opgezet in onze manier van denken en schrijven over politiek en economie. De uitweg uit deze impasse is een herconceptualisering van de essentie van het liberalisme. Deze houdt in dat we er naar streven dat ieder individu zoveel mogelijk zijn of haar leven leidt dat hij of zij wenst. Het spreekt vanzelf dat dit ideaal schier onmogelijk wordt wanneer torenhoge staatschulden opgebouwd door de huidige generatie als een molensteen rondom de nek van de volgende generaties zal bengelen. Vanuit verschillende historische perspectieven is er veel te zeggen voor de argumenten dat zowel een te veel aan staat en een teveel aan vrije markt een bedreiging zijn voor het individu. Echte oplossingen voor de hedendaagse crisis zullen zich echter pas aandienen wanneer we ons realiseren dat de staat en de markt tegenwoordig een diabolische dance macabre aan het uitvoeren zijn die op zeer korte termijn de toekomst van miljoenen individuen, zo niet de gehele mensheid op losse schroeven zet.
Gepost: februari 8th, 2010 onder Zonder categorie door Christophe Andrades.
Comments: 1
Comments
Comment from Van de Weyer Rene
Time: 17/02/2010, 14:52
Heel deze problematiek is terug te voeren tot de natuurlijke staat van de mens. Zijn we mensen? Is de vraag. Wat is de definitie van mens zijn? Objectief behoort hij tot een biologische soort die duidelijk verschilt van andere soorten in de natuur. Hij loopt rechtop, gebruikt zijn herseninhouden, om te overleven. Daarvoor heeft de mens een generische hormonale deterministische structuur, met eigenschappen (gebreken) nodig, die structuur is niet humaan, gelooft niet, denkt niet aan het wij, is enkel gericht op overleven voor het ‘ik’ In het verstoppen van deze deterministische eigenschapen is de basale geest een grootmeester, daardoor rust er een taboe op. Socrates wilde de mens in zijn tijd al overtuigen dieper in zichzelf te kijken, sinds dien is niemand nog geïnteresseerd in de deterministische eigenschappen en in de uitbreiding van de bewuste geest bij de mens. Voor de kerk waren die deterministische eigenschappen ‘erfzonden’, wat we erfden aan deterministische eigenschappen van onze voorouders. Wat we nog altijd overerven van onze ouders!
Via de eigenschappen doet de mens zijn voordeel, maar is een subjectieve vaststelling, niet ieder mens wil zijn voordeel doen. Ik gericht zijn is covergent, is mannelijk en onuitputtelijk, wij denken is divergent denken en vrouwelijk, maar is in de eerste plaats bedoelt voor het gezin en dus beperkt, maatschappelijk wil ze graag de man volgen, of hem evenaren.
Wetenschappelijk is vastgesteld dat we erg weinig verschillen van een bepaalt soort aap. Echter het grote verschil tegenover dieren is het menselijk zelfbewustzijn, dat hem humaan zou moeten richten naar indeterminisme. We stellen echter vast door de menselijke geschiedenis in ogenschouw te nemen, waarin hij bewezen heeft niet met deze wereld overweg te kunnen met zijn vrijheid. Heiddegger stelde in zijn geschriften ‘Zijn en tijd’ (1927) (het zijn van de mens in de ruimte, met de tijd als duur) ‘bestaan is gerichtheid op het niets’ Dit niets wil de mens door beterweten invullen naar eigen goeddunken. Hij wil legitimiteit aan zijn aanwezigheid geven. Waardoor hij een verzamelaar van bezit en ervaringen word, Die voor hem zin geven aan zijn bestaan.
Elk object in de wereld, hoe klein ook streeft naar duurzaamheid, in de subatomaire wereld raast die drang naar instandhouding tot tegen de lichtsnelheid. De natuurlijke staat van elk levend object streeft naar duurzaamheid, daardoor ook naar voortplanting. Dit streven naar duurzaamheid daarin is de mens specialist geworden, ziekten allerhanden ze krijgen geen kans meer. Om zijn leefomgeving en territorium te beschermen organiseert hij legers, maakt wapens. Is zelfs bereid zijn brood te verdienen met het maken van wapens om de anderen te verhinderen brood te eten, het leven te ervaren. In wezen is de mens niet humaan, hij wil enkel overleven zoals de natuur dat in hem gelegd heeft, afhankelijk van zijn bewustzijn daarover.
Het probleem in onze huidige maatschappij komt voort uit de natuur van de mens, door dat zijn basis stuctuur geen moraal erkent, hij wil zijn genetische structuur volgen tegen elk beterweten in,hij wil zijn zin doen in totale vrijheid. Indien zijn deterministische eigenschappen hem de mogelijkheid bieden zal zijn honger naar macht geld en invloed (Nietzsche, Wil tot macht) niet verdwijnen voor hij sterft. Zijn totale geest en zelfbewustzijn staan een gans leven lang ten dienst van de deterministische eigenschappen. Hij wil niet begrijpen dat een groot of klein bewustzijn hem wezenlijk niet verandert, hem zeker niet minder zelfredzaam zal maken. Een groot bewustzijn zal hem rust, vertrouwen en inzicht brengen. Een klein bewustzijn laat hem verder ploeteren in dit tranen dal, dat hem bang maakt.
Vanuit zijn hang naar macht geld en invloed heeft hij de wereld ingedeeld als de natuur rondom hem zonder moraal, die meer en meer afbrokkelt door meer bewustzijn. Doordat bewezen is dat de mens een vrije wil heeft, kunnen we hem doorgronden. En kunnen we stellen dat de menselijke vrijheid leid tot de verknechting van een massa, door een minderheid. Dat te weinig bewustzijn de mens leid naar een geleidelijke euthanasie van zijn soort.
De oorzaak hiervan stamt uit het verre verleden, en steunt op de naïeve overtuiging dat een maatschappij een classificatie van sterke nihilisten nodig heeft, om Nietzsche nogmaals te gebruiken, van machtigen, invloedrijke, rijken, nodig heeft. Die categorieën zelfs niet kan missen, die zelfs beschermd moeten worden door wettelijke voorschriften. Waaruit we mogen besluiten wanneer deterministische eigenschappen door overheden beschermd worden krijgen we een deterministische maatschappij zonder moraal of ethiek en zit het determinisme vervat in het beleid, ondanks die regelgeving moralistisch bedoeld kan zijn. Regularisatie van de geld markt heeft geen zin als er geen kontrole volgt door de regulator
De sterke nihilisten, sterk deterministisch begaafden mogen er zijn maar ze mogen niet het algemene leven van de anderen bepalen, zeker niet de middelen beheren die de individuele zelfredzaamheid nodig heeft (geld) ze hebben hun nut voor de maatschappij, maar ook dat nut is relatief, zoals hun leven en dat van de zwakke nihilist, met zwakke deterministische eigenschappen.
Het individu begrijpt niet dat een samenleving in zijn totaliteit veel en veel meer de tijdelijkheid van het individu overstijgt waardoor de samenleving veel meer rechten heeft.
Als overheden er niet inslagen hun natie moreel, humaan, te ordenen via wetten zal de mensheid de aarde vernietigen door zijn chaotisch determinisme, door het gericht zijn ’op het niets’. Een subjectieve onvrijheid (door de aanwezige anderen) is de oorzaak van oeverloos verlangen, dat hij uitdrukt door zijn koop gedrag en bezitsdrang.
Schrijf een opmerking