Menu

Recente commentaren

RSS FilosofieFeed

Site doorzoeken

Archief

Categorieën

Populair

Links

Het fenomeen Wilders en de nood aan een nieuwe maatschappijkritische benadering voor de modern vloeibare tijd

 Het electorale succes van de Partij van de Vrijheid van Geert Wilders zorgt voor veel paniek onder de linkse media en de meerderheid van Nederlandse intellectuelen . Zelfs op het niveau van de Europese publieke sfeer is onrust onmiskenbaar. Het definitieve einde van het ooit zo tolerante Nederland is nu wel in zicht. Niet alleen de opkomst van extreem rechts maar ook een zorgwekkend ethisch reveil onder leiding van André Rouvoet en Jan Peter Balkenende trekken een streep onder een eeuwenlange traditie van openheid, tolerantie en ludisme. Het boek Homo Ludens van de befaamde historicus Johan Huizingha kan definitief verdwijnen naar obscure zolderkamers. Het tolerantie concept van Spinoza kan al helemaal worden verwezen naar de prullenbak van de geschiedenis; een leuk onderzoeksobject voor filosofen en historici zoals Jonathan Israël en Herman de Duyn. Maar Spinoza als leidraad voor Nederland tijdens het twee decennium van de 21ste eeuw? Neen, dat kan niet meer. Een anachronisme.

En dan is er ook de beslissing om niet meer deel te nemen aan de NAVO missie in Afghanistan. Een ondermijning van de transatlantische relaties, zo heet het bij kenners. Voor analisten een extra bewijs van een teruggetrokken natiestaat die bang is voor haar eigen schaduw, wentelt in enge navelstaarderij, en in de ban is van een verlammende angstcultuur.

Vanuit Vlaanderen steekt er hier en daar leedvermaak de kop op. Zo was er recentelijk Hugo Camps die poneerde dat de Nederlandse politiek na de aanstaande nationale verkiezingen wel eens zou kunnen wegzakken in politiek gekrakeel en onbestuurbaarheid waarbij de Belgische chaos van de afgelopen jaren in het niets zou verdwijnen. Het hoongelach waarop België de laatste jaren werd getrakteerd door Nederlandse analisten zal volgens deze redenering als een boemerang terug in de richting van Den Haag gekatapulteerd worden.

 

Vlaanderen en Nederland : veel verschillen en een fundamentele overeenkomst

Het is belangrijk om deze Nederlands-Belgische spanningen te zien binnen de context van de afgelopen maanden. Daarbij ging het niet goed met de relaties tussen de twee lage landen. Vooreerst is er het aanslepende conflict met betrekking tot de verkoop van cannabis in Nederlandse grenssteden. Daarnaast kwamen er bitsige politieke en juridische onenigheden over de uitdieping van de Westerschelde en de bijhorende concurrentiestrijd tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam. Tussendoor ging ook de Belgische christendemocraat Herman van Rompuy lopen met de aanstelling van president van de raad van Europa, een post die door de Nederlandse premier Balkenende werd nagestreefd om een elegant sluitstuk te breien aan zijn politieke carrière op het nationale toneel. Het was hem niet gegund. Wat volgde was een smadelijke nederlaag van zijn CDA tijdens lokale verkiezingen en een interne broederstrijd binnen zijn eigen partij in de aanloop naar de aanstaande nationale verkiezingen. Dit allemaal met de hete adam van Wilders en het PVV in zijn nekhaar. Ten slotte is er de saga over de aanwezigheid van Belgische gevangen in Tilburg. Met name in België een zoveelste twistappel die geen goed heeft gedaan aan de perceptie van de noordelijke buren.

Vergelijkingen tussen België en Nederland zijn de laatste weken dan ook schering en inslag. Een ander thema dat zo prominent naar voren komt in de media in zowel België en Nederland is het zogenaamde cordon sanitaire. Dat is een informeel akkoord dat door de Belgische politieke partijen aan het begin van de jaren negentig van de vorige werd afgesloten werd als reactie op de electorale opgang van het Vlaams Blok, het huidige Vlaams Belang. De democratische partijen kwamen met elkaar overeen op geen enkel bestuursniveau in zee te gaan met het Vlaams Blok, wiens standpunten werden aanzien als strijdig met de grondbeginselen van de liberale democratie. In het bijzonder grove campagnes tegen migranten en buitenlanders deden bij toenmalige politieke zwaargewichten zoals Jos Geysels het idee van een cordon sanitaire winnen aan populariteit.

Hoewel de polariserende context van de verslechterende Belgisch-Nederlandse relaties heeft gezorgd voor een benadrukking van de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland is het belangrijk om bij de opgang van het fenomeen Wilders te wijzen op de overeenkomsten. Deze hebben immers geheel en al te maken met de moderne vloeibare samenleving die sinds 1979 in West Europa de voorgaande harde moderne samenleving van het industriële en verzuilde tijdperk aan het vervangen is.

Het succes van Wilders is in meerdere opzichten vergelijkbaar met ontwikkelingen in Vlaanderen. Daarbij moeten we niet alleen denken aan het electorale succes van het Vlaams Belang maar ook aan de opkomst van de rechtse populistische liberale partij LDD en een zorgwekkende daling van de kwaliteit en daadkracht van Belgische politici en politieke partijen in het algemeen. Holle slogans zoals rustige standvastigheid en moedige verandering bepalen het debat en nietszeggende bekommernissen beheersen de politieke agenda. Natuurlijk zijn er ook belangrijke verschillen. Het verschil tussen protestantisme en katholicisme zal altijd blijven zorgen voor een zekere breuklijn. Culture matters, zo weten we allemaal sinds het baanbrekende werk van de Duitse socioloog Max Weber aan het einde van de 19de eeuw. En natuurlijk zijn er de verschillende omstandigheden. In België was er geen Pim Fortuyn die ten strijde trok tegen de Nederlandse regentencultuur, er was geen moord op Theo van Gogh, geen Ayaan Hirsi Ali. In Nederland is er dan weer geen Philip de Winter, was er geen moord op Oulemata Niangidou. Zo kunnen we nog wel over door gaan. Maar het punt is dit: ondanks alle culturele, historische en occasionele verschillen is er huizenhoge overeenkomst tussen België en Nederland. Dat is een toenemende vervreemding tussen de elites, het publieke debat en intellectuelen enerzijds en het denken en handelen van het gewone volk anderzijds. Zeg maar de dagelijkse ervaringen van de inwoners van de modern vloeibare tijd.

Onderbuikgevoelens

Een steeds terugkerend mantra van populistische en racistische partijen is dat ze spreken in de naam van het volk. De Groningse politieke filosofe Baukje Prins sprak in dit verband enkele jaren geleden van het nieuwe realisme. Zelfverklaarde realisten die streden tegen de zogenaamde politieke correctheid en de oneerlijkheid van de politieke leiders uit de periode van de paarse kabinetten van Wim Kok legden hun oor te luister bij de gewone Nederlander. De geluiden en klachten die de kop opstaken waren bitten en ruw. Er weerklonk een onvrede vertegenwoordig door het doorgeslagen kosmopolitisme van het linkse multiculturalisme, woede ten aanzien van het voortsnellende proces van Europese integratie en een afkeer van de seculiere individualistische ethiek van de grootsteden en postmoderne filosofen. Al snel ontstond er een consensus over de laakbaarheid van deze benadering van politiek. Zeker, zo schreven veel vooraanstaande intellectuelen sinds de opkomst van Pim Fortuyn, luisteren naar het volk is essentieel voor een democratie. Maar te veel, dat is ook niet goed. De basale instincten van het volk moeten immers niet via een megafoon worden versterkt, maar gekanaliseerd worden tot rationele en politiek correcte standpunten. Bovendien, zo kregen we aanhoudend te lezen, het volk is niet zo goed op de hoogte van wat er allemaal gebeurd in een steeds complexer wordende wereld. Bijgevolg was hun kritiek op het multiculturalisme, de Europese integratie en andere ontwikkelingen eerder het resultaat van angst en onwetendheid dat weggemasseerd kon worden via meer verlichting, instructie en rationeel debatteren. Hebben de critici van het nieuwe realisme gelijk gekregen? Quod non.

 

Zowel Belgische als Nederlandse intellectuelen hebben zich vastgereden in een pijnlijke impasse. Hun reactie op de opkomst van het populisme aan het einde van de 20ste eeuw was pijnlijk inadequaat. Badinerend in arrogantie en zelfingenomenheid slaagden ze er niet in om een onderscheid te maken tussen de vorm en de boodschap van figuren zoals Geert Wilders en Philip De Winter. Ofschoon ze het belang inzagen van het bestrijden van het discours, de simplistische oplossingen en de xenofobie van extreem rechts en het populisme ,slaagden ze er niet in om het fenomeen te plaatsen binnen een relevante holistische maatschappelijke context. Dit bleek enkele weken geleden eens te meer ter gelegenheid van het boek Waarom is de Burger Boos? van de Utrechtse historicus Maarten Van Rossem. Tot in de puntjes gaat hij in op de hiaten en inconsistenties van het populisme en van Wilders in het bijzonder. Weinig tot niets krijgen we echter te lezen over de culturele psyche die aan de basis ligt van het succes van de PVV in Nederland.

Kritiek op de Academische rede

De culturele psyche van westerse samenlevingen anno 2010 is deze van de modern vloeibare samenleving. Individuen die zich moeten staande houden in ons huidig politieke en maatschappelijke bestel moeten daarvoor gebruikmaken van het discours en de instrumenten van de erfenis van het neoliberalisme en het postmodernisme. De combinatie van deze twee stromingen zorgde voor meerdere paradoxale consequenties. Eén daar van is de combinatie van een overrompelende verwerping van wetenschappelijk autoriteit in een tijdperk waarin wetenschappers en experts meer alomtegenwoordig zijn dan ooit voordien in de westerse geschiedenis. Deze paradox is het gevolg van toenemende individualisering enerzijds en instrumentalisering en bureaucratisering van de wetenschap anderzijds.

Individuen worden de laatste jaren steeds meer verplicht tot het zoeken van individuele oplossingen voor collectieve problemen. Het idee van de welvaartsstaat verdwijnt steeds meer achter de horizon van het neoliberaal discours. Concepten zoals gelijkheid en rechtvaardigheid lijken geheel en al verdwenen binnen het publieke discours. Persoonlijk geluk en individuele vrijheid bepalen de orde van de dag; met alle voor- en nadelen vandien. Bovendien zorgde het postmodernisme voor de verdamping van sociaal vertrouwen en autoriteit. Sinds de filosofie van de mei ‘68 stroming is het immers gebruikelijk om niet meer gewoon kritisch te zijn ten aanzien van kennis, ideeën en instellingen maar is het een plicht geworden om ieder onderbouwd standpunt te verwerpen als essentialistisch, particularistisch en ideologisch gekleurd.

Kortom, individuen keren zich steeds meer terug op zichzelf. Niet alleen politiek , sociaal en economisch moeten ze steeds meer hun eigen streng trekken ook op het vlak van beleving en taalgebruik is er sprake van een proces van subjectivering. Denken we maar aan de proliferatie van een emotiecultuur en de groei van een industrie gericht op het bevredigen van individuele noden en verlangens.

Haaks op het proces van individualisering en subjectivering in de collectieve psyche van de modern vloeibare samenleving staan de ontwikkelingen binnen de westerse wetenschap en universiteiten als belangrijk instituut van de wetenschappelijke sfeer. Bijzonder interessant in dit opzicht is dan ook het laatste boek van de Nederlandse cultuurfilosoof René Boomkens dat in 2008 verscheen bij uitgeverij Van Gennep. In dit kort maar vlammend boek wijst Boomkens terecht naar de toenemende vervreemding van universiteiten en wetenschappers van de maatschappij waarin ze functioneren. Geobsedeerd door het publiceren in internationale tijdschriften, het binnenhalen van buitenlandse onderzoekers en het reduceren van studenten tot consumenten is de academie steeds meer aan het ontaarden in een wereldvreemde hermetische commerciële bureaucratie die danst naar de pijpen van managers en bureaucraten. Een belangrijk gevolg van dit proces is met name een vervreemding tussen wetenschappers, hun discours en analyses enerzijds en wat de gewone burgers denken en voelen anderzijds. En inderdaad, laat deze kloof nu net de voedingsbodem zijn van Wilders en co. Toevallig kunnen beide ontwikkelingen bijgevolg niet zijn. Dat er een relatie bestaat tussen de opkomst van politiek cynisme en populisme en een vervreemding tussen intellectuelen en hun publiek is zonneklaar. Als er iets is dat we moeten onthouden over het aanhoudende multiculturele debat is het wel dit.

Literaire sociologische hermeneutiek

Een oplossing uit deze impasse is dan ook even simpel als quasi utopisch. Wetenschappers en intellectuelen moeten zich terug bezighouden met de bekommernissen en gevoelens van de gewone burger. De obsessie voor het publiceren van academische artikels die worden gelezen door een gigantische lachwekkend klein aantal collega onderzoekers moet weer plaatsmaken voor maatschappelijk engagement. Zowel op inhoudelijk als methodologisch vlak is het tijd voor verandering. Een stap in de goede richting is het gebruik van nieuwe onderzoeksmethoden om onze samenleving en het proces van modernisering te vatten. Kwantitatief en empirisch onderzoek alleen volstaan niet. Steker nog, ze dragen bij tot een verdraaid beeld over de moderne vloeibare samenleving. Belangrijk is het om opnieuw te kunnen begrijpen hoe mensen denken en waarom ze op bepaalde manieren handelen en reageren. Het is niet voldoende om te decreteren dat racisme en xenofobie gebaseerd zijn op angst en vooroordelen, het is imperatief om te begrijpen waarom zoveel mensen überhaupt sympathie hebben voor xenofoben en populisten à la Wilders en De Winter.

Essentieel is het werk van de Poolse socioloog Zygmunt Bauman. Onder het concept en de metafoor van de moderne vloeibare samenleving ontwikkelde deze sinds 1997 een indrukwekkende reeks boeken en inzichten over onze hedendaagse samenleving. Zijn laatste boek Living on Borrowed Time dat in januari jongstleden verscheen bij Polity Press is een goed samenvattend voorbeeld van zijn benadering. De kracht van Bauman ligt hem in zijn veronachtzaming van conventionele wetenschappelijke standaarden. Verschillen tussen wetenschappelijke disciplines worden terecht verworpen als onhoudbare constructies en de veronachtzaming van sociologen voor het micro niveau van het alledaagse leven beschrijft hij terecht als een zorgwekkende intellectuele ontwikkeling. Gebruikmaken van inzichten uit de literatuur en hermeneutische methoden uit de psychologie probeert Bauman een alternatief beeld te scheppen van modernisering en onze samenleving. De kern bij hem is niet het voeren van abstracte wetenschappelijke debatten maar het creëren van een betekenisvolle dialoog tussen de ervaringen van mensen en theoretische en conceptuele kaders.

 

Vanzelfsprekend is er veel ruimte voor kritiek op en verbetering van de sociologische benadering van Zygmunt Bauman. Echter, de spasmodische intellectuele pogingen om het succes van Wilders te begrijpen tonen aan dat er meer dan ooit nood is aan nieuwe maatschappijkritische benaderingen. Wetenschappers en intellectuelen moeten weer afdalen uit hun ivoren toren en plaatsnemen tussen de inwoners van de modern vloeibare samenleving. Alleen dan kan de opmars van racisme en xenofobie daadwerkelijk een halt worden toegeroepen. Hierin valt er tussen België en Nederland geen verschil waar te nemen.

 

 

Comments

Comment from DDdW
Time: 14/03/2010, 10:37

goed stuk

Comment from Lucky Me
Time: 15/05/2010, 03:46

“Het definitieve einde van het ooit zo tolerante Nederland is nu wel in zicht. ”

Zou dit zo zijn, dan is dit niet op een enkele dag gebeurd,
maar gevolg van een jarenlang proces van stelselmatige afbraak van
gevarieerdheid in (hoger) onderwijs, met name de universiteit,
waarmee het moeten afleveren van een “product” centraal
is komen te staan en het gevolg daarvan is
dat “wetenschappelijk onderzoek” zich aan deze “versmalling”
en/of ‘vernauwing’ moet aanpassen. De mentaliteit als
universitair student zo snel mogelijk door een studie
heen te ‘racen’ zodat dit zo min mogelijk geld kost, gaat
bovendien ten koste van diepgang en is dodelijk voor
het in stand houden van, zo te noemen, “hoog niveau”.
Het is de terreur van het “korte termijn denken”
ten opzichte van het voor de lange termijn onderhouden
van een duurzame culturele basis van veelzijdigheid
die immers flexibiliteit waarborgt waardoor een staat van ‘vrede’
veel meer gegarandeerd wordt dan in een cultuur die neigt
naar monotonie die immers vanuit die duisternis gemakkelijker een
polariserende c.q. oorlogszuchtige geest kan voortbrengen…
Intellectuelen moeten in staat zijn zichzelf te ontwikkelen om ook
buiten de academische wereld te kunnen kijken. Dit is de eigen
verantwoordelijkheid van hen die hun studie wellicht
niet zozeer als een ‘recht’ maar als een ‘plicht’ opvatten:
een plicht in de eerste plaats naar zichzelf toe en daarmee
naar de maatschappij om de mate van kwaliteit van de samenleving
te kunnen waarborgen. Een man als Wilders springt gewoon in
alle gaten die zijn ontstaan door de financiele rem die is gesteld
op het zichzelf kunnen organiseren van een potentieel
hoogontwikkelde maatschappelijke discours. Kijk wat
er in detail met de literaire uitgeverijen is gebeurd, zie wat er met
de kranten is gebeurd qua onderzoeksjournalistiek, beschouw
wat er is gebeurd aan afbraak in alles wat met ‘ontwikkeling’
naar het hogere samenhangt in het belang van het totaal
van de samenleving… en dan zie je dat zo’n Wilders niet
“zomaar uit het niets” heeft kunnen komen, maar dat “dat
niveau” gecreeerd is door de “afbraakstappen”.

“Wetenschappers en intellectuelen moeten weer afdalen uit hun ivoren toren en plaatsnemen tussen de inwoners van de modern vloeibare samenleving.”

Zelfs bovenstaand citaat vind ik, hoewel ik zie dat het qua bedoeling en strekking ervan niet zo is bedoeld, toch te populistisch klinken. Wat ik zie is namelijk
veel meer dit: lui die de afgelopen jaren, te wijten aan alle afbraak, om andere redenen dan onderzoek en ontwikkeling in het belang van de samenleving, posities hebben ingenomen op plaatsen waar zij niet de daartoe gepaste kennis en innerlijke houding voor kunnen opbrengen omdat zij daar natuurlijkerwijze niet thuishoren, zouden zich meer als dienaar dan als heerser moeten opstellen, maar het “probleem” is dat dit niet in het karakter van die mensen wordt aangegeven en dat
precies uit zo’n zelfde opgeblazenheid van karakter een Wilders voortkomt.
Ik zie dan dus dat dat wat wordt geoogst, zeker eerst is gezaaid.

Ivoren torens, zijn voorts alleen gebaseerd op illusies. Als wordt
verondersteld dat “wetenschappers en intellectuelen” zich
daar nog zouden bevinden… Ik bedoel: wie zouden nou
bijvoorbeeld als eersten zien dat een schip zinkende is?
Met andere woorden: denkt iemand nou echt dat
“wetenschappers en intellectuelen” hun ogen en oren
dicht hebben voor de details in de maatschappij?

“Alleen dan kan de opmars van racisme en xenofobie daadwerkelijk een halt worden toegeroepen.”

Het is ieders verantwoordelijkheid dit te doen. Men hoeft
hiertoe helemaal geen wetenschapper of intellectueel te zijn,
maar enkel en alleen zichzelf. Men behoeft zich slechts te
realiseren dat de kwaliteit van een samenleving ook werkelijk
’samen’ wordt gemaakt. Vrijwel elk mens, ongeacht opleiding,
kan zien dat als boosheid en achterdocht op de voorgrond treden,
dit ten koste gaat van zich prettig voelen
en men hoeft hiertoe helemaal geen “wetenschapper” of
“intellectueel” te zijn.

“Nederland is de controle over haar eigen grenzen volledig kwijt.”,
stelt Geert Wilders, wat lijkt mij wel ‘waar’ is, maar vervolgens
projecteert Wilders dit op mensen uit “islamitische landen” en
schildert hen af als groep waarna hij de volgende retorische
stap neemt en begint die “groep” te stigmatiseren in
hoge werkloosheidscijfers en stijgende criminaliteit. Hierop
aansluitend is het programma van Wilders “geen hoofddoekjes”
in openbare functies toe te staan,
waarmee vrouwen die, ongeacht de reden,
een hoofddoek dragen worden getroffen en worden
buitengesloten van de mogelijkheid van werk op plaatsen die
maatschappelijk als ‘openbaar’ worden aangemerkt,
alsmede hieruit mogelijk voortvloeiende
ongunstige consequenties ten opzichte van vrouwen die,
om wat voor reden dan ook, een “hoofddoek”, of wat een hoofddoek lijkt,
dragen. Het dragen van een hoofddoek, of wat een hoofddoek
kan lijken, hoeft voor vrouwen helemaal niet per se een “islamitische
waarde” te hebben. Met het standpunt “tegen hoofddoekjes”
is een agressieve situatie bereikt.

Een gezonde samenleving is niet gebaseerd op een agressieve
houding van burgers onderling ten opzichte van elkaar
zodat een gewelddadige maatschappij wordt voorgestaan.
Een gezonde samenleving bestaat bij de gratie
van verscheidenheid en elkaar daarin respecteren
en van elkaar willen leren waartoe communicatie
noodzakelijk is. Dit betreft allen, alle burgers,
en is een wederzijdse verhouding van omgang met elkaar
in een wijze van tegemoetkoming, niet van afwijzing.
Het verschil tussen afwijzing en tegemoetkoming
komt neer op puberaal gedrag ten opzichte van volwassenheid
(overigens met respect voor adolescenten voor wie
deze groeifase ‘natuurlijk’ is).

Hoewel ik in principe nog meer te zeggen heb, wil ik als laatste
nogmaals ingaan op de uitspraak van Wilders:
“Nederland is de controle over haar eigen grenzen volledig kwijt.”
en stellen dat de waarheid in deze uitspraak anders
dan Wilders doet voorkomen in werkelijkheid
inhoudt dat het Nederland zoals Wilders en de zijnen
zich dat voorstellen nog onvolwassen is.

(typefouten voorbehouden)

Comment from Lucky Me
Time: 15/05/2010, 04:17

N.B.: “Bedankt voor je commentaar. Als het commentaar goedgekeurd is door de moderator zal deze veschijnen op het blog.!”

Zolang u “mijn commentaar” dat ik zojuist plaatste maar niet ga ‘editen’,
vind ik alles prima. ;-)

Overigens nog dank voor uw betoog wat mij voor het eerst
de situatie zoals ik die al een poos in Nederland ervaar
liet neertypen.

Comment from Lex Dura
Time: 15/05/2010, 23:19

Grenzen zijn zo saai en willekeurig.

Comment from Paul Lookman
Time: 26/07/2010, 13:42

Mag ik u, Christophe Andrades, en reageerder “Lucky Me”, vragen eens te kijken naar de discussie op http://weblogs.nrc.nl/expertdiscussies/moslims-bevrijd-uzelf-en-u-kunt-alles/comment-page-5/#comment-28154, specifiek mijn bijdrage #230, reactie #246 van J.Aarts en mijn repliek #250? Kunt u ook eens “een duit in het zakje doen”? We moeten toch eens proberen “de gekte” te doorbreken! Zelf houd ik mij meer bezig met internationale politiek (zie http://geopolitiek-in-perspectief.blogspot.com/), maar het gebeuren in mijn vaderland benauwt mij…

Comment from Benedict Broere
Time: 26/07/2010, 21:09

Het is een mooi begin van een analyse, maar volgens mij steekt er een gapend gat in. Want als je ‘Wilders’ zegt, dan zeg je ‘islam’, dan zeg je: ‘die man heeft een probleem met de islam’. En dat ‘probleem hebben met de islam’, dat is wat de man gemaakt heeft, dat hem zover gebracht heeft, en dat hem drijft. Waarnaast al het andere dat hij brengt, bijvoorbeeld dat kruideniers-nationalisme, of dat pseudo-populisme, dat is maar side-effect, ruis er omheen.

Zijn internationale contacten, die heeft hij op basis van dat wantrouwen tegen de islam. En hij heeft geen probleem met liberale moslims of ex-moslims of wat voor moslims dan ook die gewoon meedraaien in de westerse wereld. Maar die islam, voor zover het zich manifesteert in absolutistische en intolerante vorm, dat is zijn spook. Daar ziet hij gevaar.

Vervolgens kan je je afvragen in hoeverre Wilders een punt heeft. Is dat wel terecht dat spoken zien, dat gevaar? Is het niet een beetje overdreven allemaal? Want we weten hoezeer de moderne samenleving, met z’n wereldbeschouwelijke pluraliteit en vele vrijheden, het vermogen heeft om allerlei absolutismen te absorberen en weg te discussiëren. Of is het misschien zo dat we vanwege een overdosis aan relativisme en deconstructivisme niet meer weten wat dat ook alweer is die moderne samenleving?

Niet dat ik nu zozeer een aanhanger ben van zijn politieke richting, maar Bolkestein zei al jaren geleden dat wat betreft de islam het grootste gevaar in onszelf schuilt. Dat we niet meer weten blijkbaar, waar ook alweer al die welvaart en vrijheid vandaan komen, en vervolgens met de mond vol tanden staan jegens mensen die zelfverzekerd zeggen de waarheid in pacht te hebben en dat het veel beter is om hun manier van leven na te volgen.

Schrijf een opmerking