Menu

Recente commentaren

RSS FilosofieFeed

Site doorzoeken

Archief

Categorieën

Populair

Links

Vreemde wereld

helpmanual.jpgVoor zover de mensheid filosofieën heeft gekend, zal een van de eerste vormen van filosofie die van het animisme zijn geweest, de overtuiging dat dieren, planten, rivieren, de wind, wolken, ja alles wat de mens op zijn weg vond, een ziel heeft, net als de mens zelf. En dat de mens zelf een ziel heeft, is voor animisten vanzelfsprekend. Er is namelijk voor de mens iets als een zijn voor zichzelf. Mensen kijken anders aan tegen zichzelf dan tegen de rest van de wereld. Ze kennen een innerlijk perspectief dat hen vertelt wat ze ondergaan. Ze kennen ontroering bij het zien van iets moois, ze kennen verdriet bij het ondergaan van een verlies, ze kennen woede bij het ervaren van onrecht of verraad, en ze weten dat ze dat voelen. Maar ontroering, verdriet en woede, voor zover die zich al manifesteren bij anderen, tonen zich bij hen toch anders dan bij jezelf. Dat wat je bij jezelf ondergaat zijn manifestaties van een ziel, van iets uiterst persoonlijks, met een eigen vorm van bewustzijn, te onderscheiden van het zich bewust zijn van warmte en kou, licht of donker.

De redenering van animisten is duidelijk: als ik een ziel heb, hebben die andere wezens die zo op mij lijken, mijn medemensen dat dan niet ook? Ik beschouw ze vanuit een ander perspectief dan mijzelf, vandaar dat ik hun affecten niet zo onderga als die van mij, maar in hun gedrag lijken die anderen toch wel erg veel op mij, en ik heb vaak het gevoel dat ik me in hun situatie precies zo zou gedragen als zij. Als ik dan zo op die anderen lijk, moeten zij dus ook net zo in elkaar zitten als ik. Dan zijn er verder nog dieren, andere wezens die niet zo op mij lijken, maar waarin ik toch ook aspecten van mijn gedrag herken. Zouden zij dan niet ook een ziel kunnen hebben? En planten, rivieren, het vuur, de wind? Die worden toch ook gedreven door onzichtbare krachten, en doen dingen die voor mij vaak niet vanzelfsprekend zijn. Het lijkt of ook zij eigen motieven hebben, of zij handelen vanuit eigen overwegingen. Als dat zo is, hoe kan ik hen dan een ziel ontzeggen? Het zou goed kunnen dat de eerste mensen zo tegen de wereld hebben opgekeken. En daarmee introduceerden ze dus wat wij tegenwoordig een animistisch wereldbeeld noemen.

Het animistische wereldbeeld is een dualistisch wereldbeeld. Het onderscheidt twee werelden: een uitwendige, manifeste wereld, de wereld zoals we die allemaal om on heen zien, en een inwendige wereld, een kijk op onszelf die fundamenteel verschilt van wat onze zintuigen ons kunnen vertellen. Wat ik hierboven de ziel noemde houdt zich op in een ander domein dan dat wat we kunnen zien, horen, voelen en ruiken. De ziel openbaart zich alleen bij introspectie. En de zielen van andere wezens kunnen we niet zien. Eigenlijk is het feit dat we het over een wereldbeeld kunnen hebben al een uiting van dualisme. We onderscheiden enerzijds de wereld en anderzijds het beeld daarvan. En dat beeld kent dan elementen zoals zielen, die die wereld niet rechtstreeks toont, maar die wij eraan toevoegen om die wereld voor ons begrijpelijk te maken. Met andere woorden: de wereld zoals die zich voor ons manifesteert is op zichzelf voor ons onbegrijpelijk.

En die onbegrijpelijkheid is de wereld blijven aankleven tot de dag van vandaag. We denken dat we nu veel meer weten dan onze animistische voorouders, maar nog steeds ervaren we de wereld als een vreemde entiteit met vele geheimen. Sinds dat animistische wereldbeeld hebben we vele wereldbeelden gekend: het polytheïstische beeld van de goden op de Olympus die naar willekeur over ons lot konden beschikken, het monotheïstische beeld van een God die de wereld heeft geschapen en hem nog steeds naar zijn hand kan zetten, het platoonse beeld van een verborgen wereld van ideeën waarvan de manifeste wereld maar een onvolmaakte afspiegeling is, het carthesiaanse beeld van twee werelden met elk hun eigen kenmerken: een stoffelijke en een geestelijke wereld. Allemaal dualistische wereldbeelden, allemaal visies op de werkelijkheid die iets veronderstellen dat zich achter de zichtbare wereld schuilhoudt. Dat geldt zelfs voor de wetenschap, in zijn zoektocht naar de wetmatigheden die de gang van zaken in de wereld zouden bepalen. Er zijn altijd krachten en machten aan het werk die zich niet aan het oog vertonen.

We kunnen blijkbaar de wereld niet accepteren “at face value”, in de vorm die zich aan ons presenteert. De wereld sec is vreemd voor ons. Zou dat voor de andere schepsels nou ook zo zijn? Hebben dieren ook behoefte aan een wereldbeeld? Of beschikken die over een mechanisme dat wat zij zien direct vertaalt in handelingen? Hoeven ze, met andere woorden, nooit na te denken bij wat ze doen? Reageren dieren misschien enkel op de manier die wij “intuïtief” noemen, of misschien zelfs enkel reflexmatig, zonder die tussenstappen waarbij wereldbeelden betrokken zijn? En als dat zo zou zijn, waarom zijn wij, als medeschepselen op deze wereld, dan zo anders? Zelfs bij dit soort vragen kunnen we niet ontsnappen aan dat denken in twee werelden, de wereld van de uiterlijke schijn en de wereld van de “mechanismen” die zich daarachter verbergen. Zodra we over de wereld spreken manifesteert zich dat dualisme tussen wat we zien en wat we veronderstellen, waar we ons niet van kunnen losmaken. Een beschrijving, enkel in termen van het zichtbare, mist voor ons essentiële aspecten van het zijn in de wereld. Je zou haast zeggen dat we niet van deze wereld zijn.

De wereld die zich aan ons toont is ons fundamenteel vreemd. We kunnen er niet in leven zonder er een beeld, een uitleg, een betekenis aan toe te voegen. We moeten ons expliciet de wereld toe-eigenen, er iets van onszelf van maken, willen we er mee om kunnen gaan. Pas als we haar hebben vertaald in eigen termen, in objecten, grootheden, relaties en processen kunnen we nagaan hoe we moeten handelen. En ‘moeten’ is daarbij een sleutelbegrip. Als wij deel uitmaken van een causale keten, als wij ergens op reageren, als wij iets bewerkstelligen naar aanleiding van wat we zien, zit daar meestal een opdracht tussen, een opdracht aan onszelf. Wij handelen vanuit motieven die we vertalen in doelstellingen, die door het opstarten of uitvoeren van de bijbehorende processen moeten leiden tot de gewenste resultaten.

Het lijkt alsof wij voor onze omgang met de wereld eerst een handleiding moeten raadplegen. En er zijn vele handleidingen voor de wereld geproduceerd. Eigenlijk is de hele metafysica niet meer dan het zoeken naar de handleiding van de wereld, naar aanknopingspunten voor begrip en betekenisgeving waarmee dan een beschrijving kan worden gemaakt die ons in staat stelt een zin te geven aan wat wij waarnemen en mogelijke richtlijnen op te stellen voor het gebruik ervan. En metafysici hebben vele slimme manieren bedacht om de wereld een zin te geven. Maar de reden waarom wij daar zo’n behoefte aan hebben, hebben zij nog niet kunnen ontdekken.

Comments

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 25/06/2010, 17:33

Beste Kweetal,

Je schrijft: “[…] een dualistisch wereldbeeld. Het onderscheidt twee werelden: een uitwendige, manifeste wereld, de wereld zoals we die allemaal om ons heen zien, en een inwendige wereld, een kijk op onszelf die fundamenteel verschilt van wat onze zintuigen ons kunnen vertellen”.

Waarom meen je dat hetgeen ons door onze innerlijke ervaring wordt aangereikt (e.g. bewustzijnsbesef en gevoelens als plezier of pijn) tot een andere wereld behoort dan hetgeen ons door onze uiterlijke ervaring wordt aangereikt (e.g. tafels en stoelen)?

Zelf ben ik van mening dat het niet inherent is aan dualisme om uit te gaan van twee werelden. Dualisme kan immers ook opgevat worden als de wijsgerige these dat er precies één wereld bestaat waarin zich twee verschillende soorten entiteiten bevinden, namelijk ‘bewustzijnsinhouden’ en ‘materiële constellaties’.

Verder schrijf je: “We onderscheiden enerzijds de wereld en anderzijds het beeld daarvan. En dat beeld kent dan elementen zoals zielen, die die wereld niet rechtstreeks toont, maar die wij eraan toevoegen om die wereld voor ons begrijpelijk te maken”.

Waarom beschouw je bewustzijnsbesef en wellicht nog andere zaken die ons door onze innerlijke ervaring worden aangereikt als minder rechtstreeks dan hetgeen ons door onze uiterlijke ervaring wordt aangereikt (zoals tafels en stoelen)? Waarom zou anders gezegd onze innerlijke ervaring van het zijn van een ‘ik’ en het hebben van een ‘bewustzijn’ minder direct of onmiddellijk zijn dan onze uiterlijke ervaring van het zien van een ‘tafel’ of een ’stoel’?

Zelf ben ik van mening dat er geen goede reden is om onze innerlijke ervaring als meer of minder rechtstreeks te beschouwen dan onze uiterlijke ervaring. Onze innerlijke ervaring en onze uiterlijke ervaring zijn voor wat betreft hun wereldconstitutieve karakter dan ook onderling gelijkwaardig.

Precies daarom is het adequater om te stipuleren dat beide typen ervaringen niet naar verschillende werelden verwijzen, maar daarentegen naar verschillende soorten entiteiten (e.g. bewustzijnsinhouden en materiële constellaties) binnen één en dezelfde wereld.

Om misverstanden te voorkomen merk ik tot slot wellicht ten overvloede op dat ik natuurlijk niet wil zeggen dat fictieve entiteiten (zoals eenhoorns) bestaan zodra iemand aan een eenhoorn denkt! Waar het om gaat is dat ‘de gedachte van het aan een eenhoorn denken’ als entiteit bestaat zodra iemand aan een eenhoorn denkt. Deze gedachte bestaat als gedachte net zo goed als de tafel voor mij als tafel bestaat.

In deze zin (en in deze zin alléén) is het wereldconstitutieve karakter van onze innerlijke ervaring equivalent aan dat van onze uiterlijke ervaring. Er is daarom één wereld met daarin verschillende soorten entiteiten (i.e. ‘mental states’ en ‘material objects’).

Groet,
G.J.E. Rutten

Comment from Kweetal
Time: 25/06/2010, 18:58

Je innerlijke ervaring verschilt in dat opzicht van de ervaring van uitwendige voorwerpen dat je die bij anderen niet kunt waarnemen, zoals ik schrijf. Dat anderen net zo’n zieleleven hebben als ikzelf kan niet meer zijn dan een veronderstelling.
Je schrijft: “Dualisme kan immers ook opgevat worden als de wijsgerige these dat er precies één wereld bestaat waarin zich twee verschillende soorten entiteiten bevinden, namelijk ‘bewustzijnsinhouden’ en ‘materiële constellaties’.” Nou, dat is dus precies waar ik het over heb.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 25/06/2010, 21:20

Beste Kweetal,

Je schrijft: “Nou, dat is dus precies waar ik het over heb”. Dit is natuurlijk niet het geval. Jij spreekt consequent over twee verschillende van elkaar gescheiden werelden: de uitwendige wereld zoals we die allemaal om ons heen zien (waarover volgens jou de zintuigen ons vertellen) en een inwendige wereld (door jou een kijk op onszelf genoemd).

Ik stel daarentegen dat we probleemloos kunnen uitgaan van één allesomvattende wereld met daarbinnen een ontologisch onderscheid tussen twee typen objecten (namelijk mentale en materiële objecten). Mijn één-wereld positie verschilt dus weldegelijk substantieel van jouw twee-werelden positie.

Zo kun je bijvoorbeeld vanuit jouw twee-werelden opvatting vrij gemakkelijk de overstap maken naar de these dat het uiteindelijk slechts om twee taalspelen of vocabulaires gaat. Een dergelijke overstap is vanuit mijn één-wereld opvatting niet mogelijk.

Verder stel je dat onze innerlijke ervaring van onze uiterlijke ervaring verschilt omdat wij de innerlijke ervaringen van anderen niet kunnen waarnemen.

Welnu, het is inderdaad zo dat wij de innerlijke ervaringen van anderen niet kunnen waarnemen. Het punt is echter dat wij de uiterlijke ervaringen van anderen ook niet kunnen waarnemen!

Dat anderen, wanneer zij zeggen een tafel te zien, iets zien dat ikzelf ook een tafel zou noemen is daarom niet minder een veronderstelling dan dat anderen, wanneer ze zeggen pijn te voelen, het soort gevoel hebben dat ik ook pijn zou noemen.

Het door jouw gesuggereerde verschil betreft daarom geen werkelijk verschil tussen onze innerlijke en uiterlijke ervaring. Het wereldconstitutieve karakter van beide type ervaringen is dan ook equivalent zoals ik in mijn vorige reactie uiteenzette.

Precies daarom kunnen we probleemloos uitgaan van één allesomvattende wereld met daarbinnen twee typen objecten in plaats van twee verschillende van elkaar gescheiden werelden.

Groet,
G.J.E. Rutten

Comment from Kweetal
Time: 26/06/2010, 10:32

Blijft het feit dat het voor jouzelf verschil maakt of je door affecten of door percepties wordt bewogen. Angst, woede of verdriet hebben voor jou een andere status dan licht en donker of warmte en kou.
Overigens heb ik het over filosofische of religieuze opvattingen als polytheïsme, monotheïsme, platoonse ideeënwereld vs. alledaagse wereld en het cartheisiaanse onderscheid tussen geest en stof, als ik het over dualisme heb. En dat geldt ook voor het animisme, dat immers uitgaat van een ontastbare en onzichtbare ziel.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 27/06/2010, 16:37

Beste Kweetal, natuurlijk heeft een affect zoals bijvoorbeeld het voelen van angst een andere status dan een perceptie zoals bijvoorbeeld het ervaren van zonlicht. Ik meen immers in het ene geval door iets binnen mijzelf en in het andere geval door iets buiten mijzelf bewogen te worden.

De oorsprong van mijn affecten behoort daarmee echter nog niet tot een andere wereld dan de oorsprong van mijn percepties. Verschil in kwaliteit, aard of locus is immers nog geen verschil in wereld. Precies daarom is de één-wereld opvatting adequater dan de twee-werelden opvatting. Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Kweetal
Time: 28/06/2010, 19:34

Hangt af van wat je onder “wereld” verstaat.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 29/06/2010, 10:13

Beste Kweetal,

Het feit dat een materiële constellatie een ander soort zijnde is dan een bewustzijnstoestand is op zichzelf geen reden om te beweren dat deze twee typen zijnden tot verschillende van elkaar gescheiden werelden behoren. Een verschil in soort ofwel ‘wat-het-is’ is nog geen verschil in wereld.

Nu zijn er filosofen die menen dat er, naast een verschil in soorten zijnden, eveneens sprake is van een, hiermee niet noodzakelijkerwijs parallel lopend, verschil in zijnswijzen ofwel ‘manieren van bestaan’.

Zo meent bijvoorbeeld Sartre dat de zijnswijze van een materiële constellatie (i.e. être-en-soi) verschilt van de zijnswijze van een bewustzijnstoestand (i.e. être-pour-soi). Alléén in het tweede geval is volgens Sartre sprake van ‘existeren’.

De claim dat de ene zijnde op een andere manier bestaat dan een ander zijnde impliceert echter evenmin dat deze twee zijnden tot verschillende van elkaar gescheiden werelden behoren. Ook een verschil in zijnswijze ofwel ‘hoe-het-is’ is nog geen verschil in wereld.

Natuurlijk kan men aan bovenstaande conclusies ontkomen door eenvoudigweg het begrip ‘wereld’ te reduceren tot ‘een klasse van zijnden van één bepaald type’ (e.g. de klasse van alle materiële zijnden) of ‘een klasse van zijnde van één bepaalde zijnswijze’ (e.g. de klasse van alle existerende zijnden). Een dergelijke reductie van de term ‘wereld’ zou echter wijsgerig deflatoir en daarom inadequaat zijn.

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Kweetal
Time: 29/06/2010, 14:31

Je doet alsof er één enkele vaste set van regels voor de filosofie is. Maar die is er niet. De filosofie heeft zich vanaf haar begin gekenmerkt door een veelheid van standpunten en benaderingen. Het begrip “wijsgerig deflatoir” doet dus de filosofie geen recht en is dus wijsgerig deflatoir.

En om een indicatie van de vele betekenissen van het woord “wereld” te krijgen hoef je maar even wikipedia te raadplegen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Wereld).

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 29/06/2010, 16:42

Beste Kweetal,

Er is helemaal niet één enkele vaste set van regels voor de filosofie. Zoiets zou ik dan ook nooit beweren! Dat de filosofie zich vanaf haar begin gekenmerkt heeft door een veelheid van standpunten en benaderingen lijkt mij verder nogal evident. Verdedig dus gerust in iedere discussie je eigen (al dan niet afwijkende) standpunt of benadering, maar doe dit door inhoudelijk in te gaan op hetgeen naar voren wordt gebracht in plaats van te vervallen tot gemeenplaatsen.

Verder doet het begrip ‘deflatoir’ de wijsbegeerte natuurlijk weldegelijk recht. Niet voor niets wordt dit begrip in veel hedendaagse filosofische discussies vaak ingezet.

Maar goed, waar het natuurlijk om gaat is dat de twee door mij genoemde reducties van het begrip wereld geen recht doen aan het verschil tussen jouw twee-werelden opvatting en mijn een-wereld opvatting. Ik zou immers onmiddellijk met jouw twee-werelden opvatting instemmen indien we uitgaan van één van beide reducties! Waarom? Welnu, precies omdat in dat geval jouw twee-werelden opvatting exact uitdrukt wat ik, uitgaande van de meer inclusieve conceptie van WERELD, in het kader van mijn een-WERELD opvatting onder woorden heb gebracht: de innerlijke ervaring levert ons slechts een ander soort zijnden of andere zijnswijzen dan de uiterlijke ervaring, geen andere WERELD.

(Merk op: De hoofdletters zijn bedoeld om het begrip ‘wereld’ zoals ingevuld door de twee reducties te onderscheiden van het begrip ‘wereld’ waarvan de een-wereld opvatting uitgaat)

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 30/06/2010, 18:03

Kweetal,
Je verbindt ‘dualisme’ met ‘animisme’, maar bij mij veroorzaakt dat enigszins een mentale kortsluiting. En dat heeft te maken met dit:

Huston Smith: “Tot nu toe hebben we gesproken over de afwezigheid van scherpe scheidslijnen in de oerwereld, maar er ontbreekt nog iets dat minstens zo veelbetekenend is, en wel een lijn die deze wereld scheidt van een andere die haar overkoepelt en haar tegenpool vormt. Dit onderscheid komt pas op in de historische religies, waar het een belangrijke rol speelt. Plato, die vanuit een filosofisch standpunt de Griekse religie verwoordde, spreekt over het lichaam als een graf. Het Oude Testament stelt de geschapen wereld tegenover een heilige, rechtvaardige, transcendente Heer. Het hindoeïsme ziet de wereld als maya, iets dat nauwelijks werkelijk is. De Boeddha vergeleek de wereld met een brandend huis waaruit we moeten ontsnappen. Volgens een apocrief geschrift zei Jezus: ‘De wereld is een brug; steek hem over, maar bouw er geen huis.’ De Koran vergelijkt de wereld met gewassen die snel moeten worden geoogst, omdat ze anders zullen verdorren tot stro. In Japan noemde Meester Taishi de wereld een leugen, waarnaast alleen de Boeddha waar is. Geringschatting van de wereld neemt in de historische religies een belangrijke plaats in. In de oerreligies zullen we een dergelijk scherp onderscheid nooit zien; een concept als de creatio ex nihilo, bijvoorbeeld, kennen zij niet. Oervolken zijn georiënteerd, laten we het nogmaals benadrukken, op één enkele kosmos die hen koestert als een levende schoot.” (Huston Smith, De religies van de wereld, p. 400.)

“… de archaïsche mythische mens voelt zich niet omringd door dode dingen, maar door wezens die leven en een wil hebben; zijn besef van causaliteit is sterker dan zijn gevoel voor substantie, hetgeen bijvoorbeeld betekent dat hij zijn eigen ik niet scherp onderscheidt van zijn familieleden (hij is oorzakelijk met ze verbonden) en van natuurverschijnselen …” (Laurens ten Kate (samenst. en red.), Rebekka Bremmer en Eelke Warrink (red.), Encyclopedie van de filosofie. Van de oudheid tot vandaag, Boom, Amsterdam, 2007, p. 534.)

De cultuurfilosoof Louis Dupré: “De mythische denkwijze brengt geen scheiding aan tussen het zelf en de wereld in de vorm van een subject-object tegenstelling. Ze verenigt beide in de vorm van een sterk gepersonaliseerde visie: ‘De primitieve mens heeft slechts één manier van denken, één manier van uitdrukken, één manier van spreken - de persoonlijke. Dat betekent niet (zoals vaak wordt gedacht) dat de primitieve mens, om natuurlijke verschijnselen te verklaren, menselijke eigenschappen toekent aan een onbezielde wereld. De wereld is voor de primitieve mens noch onbezield noch leeg maar juist vol leven; en het leven bestaat individueel in mens, dier en plant en in elk verschijnsel waarmee de mens wordt geconfronteerd.’ (Henri Frankfort, Before Philosophy, Penguin Books, , Baltimore, 1966, p. 14.)” (Louis Dupré, De symboliek van het heilige, Kok Agora, Kampen, 1991, p. 137.)

De cultureel antropoloog Ad Borsboom: “Alles hangt met alles samen in de levensbeschouwing van de Aborigines: het land dat je bewoont, het eten dat je op die plek vindt, hoe het land eruit ziet, de dieren die er wonen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen levende en dode natuur: het land, de rotsformaties, de mens, de dieren en de planten zijn allemaal onderdelen van een hecht systeem dat werd en wordt geschapen door de mythische voorouderwezens uit de Droomtijd.” (Klazien Laansma en Klare Taal [samenst.], Aboriginal Mythen, Elmar, Rijswijk, 1995, p. 12.)

Verder is de wereld net zo ondoorgrondelijk/begrijpelijk als een opera van Wagner bijvoorbeeld: ik hoor geluiden, ik zie mensen bewegen, maar wat is er aan de hand eigenlijk, wat is het dat zich vertellen wil?

Comment from Kweetal
Time: 01/07/2010, 11:12

@Benedict Broere:
Ik vraag me af hoe ik uit de door jou geciteerde teksten zou moeten afleiden dat Het animisme geen dualistische filosofie is. In al die teksten komt het woord animisme niet voor, dus hoe mijn kwalificatie van het animisme bij jou tot kortsluiting zou kunnen leiden is mij een raadsel. Je hebt het over voorhistorische religies en mythische levensbeschouwingen, maar ik had het over het animisme als filosofische opvatting. En die opvatting omvat, zoals het woord al zegt, het begrip ‘ziel’. En een ziel is niet van deze wereld, bijvoorbeeld omdat die blijft voortbestaan na de dood. Dat uit zich onder andere in de vorm van voorouderverering. Maar als je wilde betogen dat niet iedere voorhistorische levensbeschouwing een animistische filosofie is, dan ben ik het helemaal met je eens.

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 18:06

Kweetal,
Alle vier de citaten hebben betrekking op het animisme, en dat animisme betekent zoveel als: dat men alles als bezield ervaart, alle natuur en ook zichzelf, en dat men dat alles als intens verbonden ervaart. Het is daarbij maar de vraag of die vroege mens wel zo scherp voor ogen had wat er precies met dat woord ‘ziel’ bedoeld werd en of hij dat concept eigenlijk al hanteerde en het niet veel meer een projectie is van moderne antropologen. De citaten geven in ieder geval duidelijk aan dat die vroege mens niet een splitsing van de wereld ervoer zoals dat juist zo kenmerkend werd voor latere cultuur en met name de westerse cultuur en dan vooral de cultuur na Descartes. Je zou eigenlijk jezelf lange tijd moeten onderdompelen in de belevingswereld van bijvoorbeeld de Navaho of de Aboriginal, om te kunnen ervaren wat het is om te leven in een ongespleten of ongecompartimenteerde wereld. En dan nog zal dat praktisch onmogelijk zijn, zozeer als wij doordrongen zijn van dualismen en splitsingen. De belevingswereld van de moderne mens is een heel andere dan die van de vroege mens. Bijvoorbeeld de Navaho denkt niet in termen van delen en gehelen maar ervaart alles als in elkaar grijpende processen. Die Navaho weigert ook bijvoorbeeld een abstract model als een globe te doorgronden, of is daar nauwelijks toe in staat, of ziet het haast als een geestelijke stoornis om daar mee bezig te zijn.

De belevingswereld van de vroege mens is heel concreet en direct, bevat nauwelijks abstractie, en is vol van leven. Abstractie en subject-object-ervaren is iets van een later datum, als culturen complexer worden, en gaan differentieren in manier van leven en wereldbeschouwing. De cultuurgeschiedenis van de mensheid is vooral een mentaliteitsgeschiedenis. En de mentaliteit van de vroege mens is een heel andere dan die van bijvoorbeeld de moderne westerse mens.

Ik zie trouwens dat je dat ‘animisme’ begrijpt als ‘filosofische opvatting’. Maar volgens mij begint daar eigenlijk al de verwarring. Want animisme is geen filosofie, het is een manier van zijn. ‘Filosofie’ veronderstelt een denken in abstracties, concepten, organisatie, ‘denken over’ een object-wereld, vanuit een ‘ik’ dat zich vragen stelt en gaat redeneren. En dan ben je al heel ver verwijderd van dat animisme.

En natuurlijk, binnen dat animisme, het latere animisme, vind je reeds mythen, bij wijze van proto-filosofie. Maar we weten hoezeer argwanend er bij bijvoorbeeld de Grieken gekeken werd naar ‘gevaarlijke’ denkers die nu tot het ijzeren repertoire behoren. Het betrof in belangrijke mate een ‘clash of mentalities’.

Het is een lange weg van ‘bezielde wereld’ naar ‘godenwereld’ naar ‘God-wereld’ naar ‘machine-wereld’ naar de ‘anything-goes-wereld’ van tegenwoordig. Maar zij bestaat, althans ik tref haar aan in de boeken die ik lees.

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 18:59

Verder ben ik het volledig eens met G.J.E. Rutten, dat hij ‘bewustzijn’ ziet, en ik hoop dat ik hem goed begrijp, als net zo natuur en wereld en werkelijkheid als bijvoorbeeld de kersenboom in mijn tuin. Er is daar geen onderscheid: mens is natuur, menselijk denken en ervaren is natuur, onze mentale diversiteit en eindeloos diverse expressie in cultuur: is natuur.
Wat mij evenwel ietwat teleurstelt, G.J.E. Rutten, dat is dat je op mijn voorzetje van verwijzen naar inmiddels wetenschappelijk aangetoonde, significante, bepaling van dat bewustzijn, niet zo je geluid laat horen, gegeven een thread elders. Maar mag ik nog even persisteren?
Zie bijvoorbeeld het volgende:
http://www.google.nl/search?q=What+it+comes+down+to+is+that+modern+society+discriminates+against+the+right+hemisphere.&hl=nl&rlz=1T4ADFA_nlNL383&ei=XpcrTKObD4r-OeCM0f0I&start=10&sa=N

Comment from Kweetal
Time: 01/07/2010, 20:38

@Benedict Broere:
Of jouw teksten over animisme gaan, betwijfel ik. Ze gaan eerst en vooral toch over voorhistorische culturen. Maar ik begin mijn stukje met “Voor zover de mensheid filosofieën heeft gekend, zal een van de eerste vormen van filosofie die van het animisme zijn geweest”. Ik heb het, met andere woorden, over het animisme als filosofie, over de denkwijze achter het animisme. En of de mensen waar jouw teksten over gaan die denkwijze hebben gehuldigd is irrelevant. Waar het om gaat is wat hedendaagse schrijvers als de grondslagen van het animistische denken opvatten. Voor alle duidelijkheid: ik heb het dus over animisme, een woord afgeleid van het Latijnse ‘anima’, ofwel ziel, en niet over primitieve culturen in het algemeen.

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 20:40

Kweetal,
Als je iets wilt proeven van de sfeer… van aboriginal-animisme… of anders de mystiek volstrekt ene wereld van tibetaans-boeddhisme… in contrapunt met de heldere rationele stem van westers modern onderzoek: http://www.youtube.com/watch?gl=NL&feature=related&hl=nl&v=3_Z5v_ZLs0o

(er zijn hier opmerkingen te maken, ik weet het…)

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 21:02

Kweetal,
This is quite shocking, ben je een crimineel, ben je in staat die mensen te laten zijn wat zij zijn? Wat is eigenlijk belangrijker in jouw beleving? Die mensen toen? Of jouw idee van die mensen toen? Waarom zouden die antropologen liegen? Je verward mij helemaal. Kweetal, je bent een denker. Denk!

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 01/07/2010, 21:27

Beste Benedict,

Inderdaad beschouw ik bewustzijn als niet meer of minder natuurlijk dan materie. Mentale toestanden behoren net zo goed tot de wereld als stoffelijke constellaties. Overigens ben ik wel van mening dat bewustzijn ontologisch irreducibel is. Bewustzijn is niet reduceerbaar tot één van de andere ontologische categorieën zoals materie, ruimte en/of tijd.

Jouw opmerkingen over het animisme zijn overigens de moeite waard. Zo schrijf je ondermeer: “Het is een lange weg van ‘bezielde wereld’ naar ‘godenwereld’ naar ‘God-wereld’ naar ‘machine-wereld’ naar de ‘anything-goes-wereld’ […]”. Dit is mooi en treffend opgemerkt. Mag ik je vragen in hoeverre jij academisch gevormd bent in de antropologie, filosofie en/of theologie?

Jouw google-link zal ik binnenkort eens aandachtig bekijken. Wellicht kom ik er dan bij je op terug.

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 21:33

Kweetal,
Het is verleidelijk, zittend in de moderniteit… eerst is er je ego… met al de usual suspects/vooroordelen, en dan is er de werkelijkheid. Probeer een moment te ervaren als een Aboriginal, nu, in Arnhemland, aan de andere kant van het bolletje. Onmogelijk, ik weet het, maar noodzakelijk te proberen, als opmaat tot elk spreken over animisme.

Comment from Benedict Broere
Time: 01/07/2010, 21:49

Oh, G.J.E. Rutten,
Je verwacht dat ik een specialist ben, dat ik mij ergens in die uithoeken helemaal ingevreten heb. Maar ik ben een fanaat generalist, een kunst-freak, wel intensief geluisterd naar prof Ben Vedder, en daarmee Heidegger, Gademar, …. Ik ben een outsider-denker. Je weet misschien wel, onverwacht - kan niet, onmogelijk, out of the blue — denken. En: Roger Sperry.

Comment from Kweetal
Time: 02/07/2010, 12:09

@Benedict Broere:
Als ik verslag had willen doen van een antropologisch onderzoek, dan had ik dat wel gedaan. Maar mijn stuk is filosofisch, niet antropologisch. Het gaat dus niet over aboriginals en dergelijke, maar over denkwijzen, en dat is kennelijk heel moeilijk in te zien voor iemand die zijn wijsheden via Google bij elkaar raapt.

Comment from Benedict Broere
Time: 02/07/2010, 13:03

Kweetal,
Elke filosofie ontkomt er niet aan zich eerst eens te orienteren op wat onderzoek aantreft in het veld, alvorens te filosoferen. En als antropologen aantreffen een manier van leven waarin overleden voorouderen ervaren worden als net zo levendig en deel uitmakend van de wereld als bijvoorbeeld bomen en bergen, dan moet je daar niet per se een twee-werelden-structuur in willen projecteren terwille van een bepaald filosofisch punt dat je maken wil.

Verder is mijn ene verwijzing naar Google er op gericht om de relevantie in beeld te brengen van onderzoek dat juist ook gaat over verschillende vormen van ervaren van werkelijkheid, onder andere het subject-centrische en gefragmenteerde en nihilistische ervaren van de moderne mens enerzijds, en het monistisch-holistische ervaren van de jager-verzamelaar en vroege landbouwer anderzijds.

Dit onderzoek bevat trouwens ook het antwoord op de vraag waarom wij, althans in verschillende mate, ‘behept’ zijn met het zoeken naar zin en betekenis.

Comment from Kweetal
Time: 02/07/2010, 13:49

Zucht…..
En dat allemaal vanwege het gebruik van een term die van zichzelf al een dualisme inhoudt, ongeacht waarop hij wordt toegepast of waarmee hij in verband wordt gebracht.
En wat ik nou eigenlijk wil zeggen, daar wordt niet op ingegaan.
Wat mij betreft: einde discussie.

Comment from Benedict Broere
Time: 02/07/2010, 14:56

Kweetal,
Ik zie, je gebruikt het woord ‘denkwijzen’, je hele tekst gaat daarover. Maar bijvoorbeeld dat onderzoek van Sperry gaat juist ook uitermate daarover, zozeer als bijvoorbeeld Andre Klukhuhn dat verder uitwerkt in die dikke bestsellers van hem. Maar jij schijnt zozeer vast te zitten in je eigen dualistische denkwijze en taalspel, dat je je helemaal niet kan voorstellen dat ooit het denken en ervaren een heel andere was, speciaal dat van de vroege mens waar je naar verwijst. Zo’n woord als ‘animisme’, daar is natuurlijk een dualistische wending aan te geven, speciaal als je er heel erg overheen leunt met een van dualismen doordrenkt modern denken. Maar de experts en onderzoekers zeggen dat de mens zelf - die aan dat animisme invulling gaven - helemaal geen dualisme ervaren, geen splijtingen, delingen, wereld hier wereld daar. Want voor hen is het allemaal EEn levend geheel.

Verder is het zo dat denken over zin en betekenis in een rijke variatie tevoorschijn komt uit die verschillende denkwijzen en wijzen van kennen waar Sperry en Klukhuhn van spreken. Resulterend in een bonte reeks van verwoordingen en vormen van ervaren, varierend van laten we zeggen animisme tot en met nihilisme.

Comment from Kweetal
Time: 02/07/2010, 17:17

We hadden het over animisme, volgens Wikipedia “Animisme (Latijn anima = ‘geest’, ‘ziel’) is het filosofisch, religieus of spiritueel concept waarbij zielen of geesten niet alleen existeren in mensen en dieren, maar ook in planten, stenen of natuurlijke fenomenen zoals donder en geografische zoals bergen en rivieren”. En sinds Descartes noemen we zoiets dualistisch. Wat die aboriginals daarvan vinden doet er niet toe. Of vind jij dat als de katholieken zeggen dat brood verandert in het lichaam van Christus dat ook werkelijk zo is?

Comment from Benedict Broere
Time: 02/07/2010, 18:40

Kweetal,
Je begint je tekst met het verwijzen naar een soort oertijd waarin voor het eerst iets in de trant van filosofie werd uitgevonden en dat we terugkijkend omschrijven als ‘animisme’. En verwijzend naar WIKI zie ik je schrijven: “En sinds Descartes noemen we zoiets dualistisch.” Maar het punt is dat de gemeenschap van onderzoekers van de (animistische) leefwereld van de vroege mens praktisch unaniem zegt dat er in dat ervaren helemaal geen sprake is van een dualisme of dualiteit of opsplitsen van de wereld in twee, zoals ons dat juist wel als bewoner van de Moderne Tijd en vooral sinds Descartes is gaan aankleven en dat we aanduiden met de subject-object-splitsing.

Tegelijk ook zou je in de lijn van Sperry kunnen zeggen dat die jager-verzamelaar zijn wereld meer ervoer via een dominantie van holistisch-integratieve vermogens. Waarnaast het ervaren van de Cartesiaanse mens vooral gekenmerkt wordt door de splitsingen en isolaties die optreden bij een dominantie van de analytische vermogens.

Ervaren-van-werkelijkheid dus als ten nauwste bepaald door cognitieve vermogens. Die trouwens niet altijd in dezelfde mate beschikbaar waren, maar die varieerden en zich dusdanig ontwikkelden, dat we nu aankijken tegen een lange reeks van heel verschillende vormen van religie en filosofie.

Met daarbij de moeilijkheid dat het niet zo eenvoudig is om vanuit de ene constellatie van mentale bepaaldheid, taalspel, ervaren van zelf en wereld, en kriteria van waarheid en werkelijkheid, je in te leven in de heel andere constellaties van elders en/of lang geleden. Zodat we er bijvoorbeeld toe komen te zeggen dat ‘wat die aboriginals ervaren’ er niet toe doet.

Vervolgens is het niet zozeer van belang of de verschillende opvattingen van die natuurmensen nu wel of niet met werkelijkheid te maken hebben, maar meer dat zij die werkelijkheid inclusief al de componenten die wij nu als metafysisch zouden omschrijven, als EEn geheel ervoeren. Onderscheidingen zoals waar Huston Smith het over heeft, kwamen pas veel later.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 03/07/2010, 01:10

Beste Kweetal,

Benedict stelt volgens mij terecht dat het animisme opgevat als de leefwereld van de vroege archaïsche oermens geen vorm van dualisme betreft. De vroege archaïsche oermens was niet subjectief gereflecteerd. Zij verkeerde in een toestand van ongereflecteerde onmiddellijkheid en ervoer van daaruit de wereld als een holistische monistische eenheid.

Jij beweert echter dat het animisme opgevat als subjectief gereflecteerde filosofische denkwijze weldegelijk dualistisch is. Laten we eens nagaan in hoeverre dit inderdaad het geval is.

Het animisme opgevat als filosofische denkwijze laat zich kortweg omschrijven als de filosofische opvatting dat alles wat bestaat leeft. De animistische denkwijze stelt anders gezegd dat alle stof leeft en dat al het levende stoffelijk is. Er is volgens de animistische denkwijze dus geen fundamenteel ontologisch verschil tussen de mens en haar omgeving. Beide dienen immers begrepen te worden als zijnde levend. Welnu, dit alles wijst volgens mij evenmin op een vorm van dualisme! Er is uitgaande van de animistische denkwijze immers maar één zijnscategorie: levende stof.

Natuurlijk zou tegengeworpen kunnen worden dat volgens het animisme opgevat als filosofische denkwijze de stof leeft omdat zij bezield is, zodat er sprake moet zijn van twee principes (ziel en stof). De animistische denkwijze zou uitgaande van deze tegenwerping dus wellicht alsnog als dualistisch gekarakteriseerd kunnen worden.

Dit mag zo zijn, maar daarmee is het animisme opgevat als filosofische denkwijze hoogstens een vorm van eigenschaps-dualisme en geen vorm van substantie-dualisme. Substantie-dualisme impliceert immers dat de ziel als aparte substantie gescheiden van de stof kan bestaan, hetgeen volgens de animistische denkwijze onmogelijk is.

Eigenschaps-dualisme is bovendien wijsgerig veel minder adequaat dan substantie-dualisme. Zie bijvoorbeeld mijn april 2010 bijdrage “Wat is de meest adequate vorm van dualisme?” op gjerutten.blogspot.com

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Kweetal
Time: 03/07/2010, 12:13

Beste GJE,
Ik begin onderhand aardig moe te worden van jullie geneuzel. Heb je mijn laatste reactie gelezen? Wou je ontkennen dat een filosofie waarbij enerzijds materiële verschijningsvormen en anderzijds geesten een rol spelen een dualistische filosofie is? Zo ja, dan zou ik nog maar eens in de boeken duiken.
En wat die zogenaamde animistische volken er zelf van vinden is voor hen van groot belang, maar voor ons niet. Of wou je soms ook beweren dat fysici die stellen dat massieve voorwerpen in feite uit een wolk atomen met veel lege ruimte bestaan ongelijk hebben omdat het gewone volk ze volledig met materie gevuld denkt? Filosofie is toch wat anders dan antropologie, net als natuurkunde iets anders is dan volksgeloof.
En nou zet ik echt een definitieve punt achter deze discussie. Als je het over iets anders wilt hebben ga ik daar graag op in. Maar het onderwerp dualisme is voor mij afgesloten.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 03/07/2010, 12:59

Beste Kweetal,

Natuurlijk is filosofie geen antropologie! De kritische evaluatie en beoordeling van opvattingen dient niet verward te worden met de vraag wát de opvattingen van een bepaalde cultuur feitelijk zijn. Dit lijkt mij eerlijk gezegd nogal een open deur!

Precies daarom maakte ik in mijn vorige reactie een expliciet onderscheid tussen ‘animisme opgevat als antropologische aanduiding voor de leefwereld van de vroege oermens’ (waarover Benedict spreekt) en ‘animisme opgevat als filosofische opvatting’ (waarover jij spreekt).

Dat de leefwereld van de vroege oermens niet dualistisch is wordt volgens mij door niemand (ook door jou niet) in twijfel getrokken. Niet voor niets liet ik dat punt in mijn vorige reactie verder rusten.

Waar ik wel op inging betreft de vraag of het animisme opgevat als filosofische opvatting dualistisch is. Welnu, op hetgeen ik daarover opmerkte ga jij in jouw reactie niet in.

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 05/07/2010, 10:05

Kweetal,
Die vergelijking met fysica gaat niet op omdat wetenschap tot dusver helemaal niets zinnigs weet te zeggen over het verschil tussen geest en materie, zodat we niet weten bijvoorbeeld of er nu wel of niet een verschil is tussen geest en materie (dualisme/monisme). Het is vooral in de westerse cultuur en zeker die van na Descartes, dat wij zo dol zijn geworden op het splitsen van de wereld in twee: geest en materie, denken en uitgebreidheid, subject en object, enzovoort. En die neiging tot splitsen is blijkbaar zo dominant dat we die ook hineininterpretieren in de leefwereld van mensen elders, die helemaal geen onderscheid maken tussen geest en materie.

Ondertussen wees ik ook op de neurologisch-psychologische drang achter al dit splitsen, zoals dat sinds Roger Sperry een bekend en veelbesproken onderwerp is geworden, maar dat schijnt al helemaal een blinde vlek te zijn.

De strekking van het verhaal lijkt er op neer te komen dat wij mensen al heel lang onszelf hebben bezig gehouden met het in beeld brengen van een extra wereld, teneinde zin te geven aan de werkelijke materiele wereld; waarbij de notie van die ‘extra wereld’ blijkbaar tevoorschijn komt uit ons ervaren van innerlijkheid. Maar afgezien daarvan dat het besef van innerlijkheid pas veel later dan de jager-verzamelaar opkwam, kan het zeer wel zo zijn dat de mens zoveel energie steekt in zingeving, omdat de werkelijkheid daarom vraagt, en omdat de mens, hoezeer gevarieerd ook, daar ook om vraagt. En op zich kan dit te maken hebben met bijvoorbeeld bestaansdrang en creativiteit en nieuwsgierigheid. Dat men er wil zijn, en dat men iets wil maken en ontwikkelen. Dat een groter zin zal ontmoeten in een wereld bijvoorbeeld, die verondersteld wordt te bestaan in creativiteit en drang te ontwikkelen, dan in een wereld die niets anders is dan een zinloze en bewusteloze en per ongeluk opgekomen verzameling materie.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 05/07/2010, 22:40

Beste Benedict,

Je schrijft dat de wetenschap tot dusver helemaal niets zinnigs weet te zeggen over het verschil tussen geest en materie. Nu mag het zo zijn dat de positieve wetenschappen zoals de empirische-psychologie en de neuro-biologie tot nu toe inderdaad niets significants gezegd hebben over de vraag of bewustzijn restloos tot materie reduceerbaar is. Hieruit volgt echter niet dat er in filosofische zin niets over deze vraag te zeggen valt.

Er is namelijk zonder enige twijfel een groot en opvallend verschil tussen bewuste agenten zoals wijzelf en slechts levenloze materiële dingen. Alleen al om deze reden kan het materialisme niet juist zijn.

Wij kunnen ons als mens onmogelijk voorstellen dat mentale bewustzijnsfenomenen als ruiken, zien, horen, voelen en denken niets meer zouden zijn dan slechts materiële constellaties. Geen uiteenzetting kan ons afdoende duidelijk maken dat het mentale restloos herleidbaar zou zijn tot louter materiële aggregaten. Dit wijst erop dat zonder echt goede argumenten voor het materialisme de dualistische positie inderdaad het meest adequaat is.

Welnu, ik ben nog nooit een echt goed wijsgerig argument voor het materialisme tegengekomen. Materialisten komen vaak niet verder dan het benoemen van correlaties tussen mentale- en materiële toestanden. Maar ja, een correlatie is natuurlijk nog geen identiteit. Zo correleert de vorm van de wijn netjes met de vorm van het glas waarin zij geschonken wordt. Niemand zal hieruit echter concluderen dat de wijn identiek is aan het glas.

Dat bewustzijn wezenlijk verschilt van materie kan ook nog op een andere manier verduidelijkt worden. Al dan niet functioneel gestructureerde aggregaten van elementaire deeltjes zijn ontegenzeggelijk niet identiek aan onze subjectieve kwalitatieve innerlijke ervaringen van kleuren, geuren en geluiden. Ontologisch gezien zijn deeltjes en ervaringen dus hoe dan ook numeriek verschillende zijnsvormen. Een bepaald type dualisme moet daarom wel correct zijn.

De enige manier om aan deze conclusie te ontkomen is eenvoudigweg ontkennen dat er subjectieve innerlijke ervaringen van kleuren, geuren en geluiden bestaan. Een dergelijk eliminatief fysicalisme is echter volstrekt implausibel. Natuurlijk ervaren wij kleuren, geuren en geluiden!

Wellicht zul je opmerken dat het dualisme als opvatting typisch is voor iemand met een neurologische drang tot splitsen. Een dergelijke repliek beschouw ik echter als een genetic fallacy ofwel als het ten onrechte verwarren van de oorsprong van een opvatting met de rechtvaardiging van die opvatting. De vraag waar een opvatting vandaan komt is namelijk een volstrekt andere kwestie dan de vraag of wij een bepaalde opvatting als correct moeten accepteren.

De vraag of dualisme correct is heeft dus niets te maken met de vraag waarom iemand dualist is. Deze tweede vraag kan wellicht beantwoord worden met een verwijzing naar een bij die persoon aanwezige neurologische drang tot splitsen. De eerste vraag kan echter uitsluitend beantwoord worden door inhoudelijk in te gaan op bepaalde argumenten voor en tegen dualisme - zoals ik in deze reactie heb gedaan.

Groet,
G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 06/07/2010, 19:22

Beste G.J.E. Rutten,
Het punt is dat verschillende vormen van bewustzijn de werkelijkheid verschillend ervaren en ook verschillende criteria hanteren wat betreft wat zij ervaren als waar en werkelijk. Voor bijvoorbeeld Daniel Dannett is bewustzijn een illusie voortkomend uit actieve hersenen, voor David Chalmers daarentegen is het onnegeerbare werkelijkheid. Beide kijken aan tegen dezelfde wetenschappelijke gegevens, maar trekken een verschillende conclusie. Hoe kan dat?

De afgelopen 2-3 eeuwen heeft het denken van intellectuele elites in de westerse cultuur een wending genomen naar subject-centrisme, fysicalisme, relativisme, nihilisme, enzovoort, die ongekend is als we dat afzetten tegen de rest van de geschiedenis. En hoe kan het dat een dergelijke wending in denken en ervaren van werkelijkheid heeft plaats gevonden? Zagen we plotseling via het licht van de Ratio hoe de wereld werkelijk in elkaar steekt?

Ik wees op dat monistisch-holisme van de Aboriginals, niet omdat ik nou zelf zozeer geneigd ben om mijn voorouders te aanbidden. Maar ik vind het van belang er op te wijzen dat er een samenhang is tussen bepaalde accenten in onze cognitieve vermogens, en daaraan te koppelen vormen van ervaren van werkelijkheid inclusief criteria van wat men als waar ervaart betreffende die werkelijkheid. Ondanks evenwel de gevarieerde subjectieve kleuring waarmee wij alles, inclusief ook andere culturen, bekijken/ervaren, moet het mogelijk zijn nog wel iets van een objectieve en mogelijk meer waarschijnlijke werkelijkheid vast te stellen. Maar dat dan alleen met een helder besef daarvan hoezeer ons ervaren van werkelijkheid bepaald wordt door verschillende vormen van kennen van die werkelijkheid. Globaal gezien de isolerende en objectiverende en uiteenhalende vorm van kennen van werkelijkheid en de deelnemende, verbindende en verenigende vorm van ervaren van werkelijkheid.

“It was as though each hemisphere were a separate mental domain operating with complete disregard, indeed, with a complete lack of awareness, of what went on in the other. The split-brain animal behaved in the test situation as if it had two entirely separate brains” (Sperry, 1964)

http://www.ibro.org/Pub/Pub_Main_Display.asp?LC_Docs_ID=3473

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 07/07/2010, 10:29

Beste Benedict,

Het mag zo zijn dat het soort overtuigingen dat iemand heeft mede bepaald wordt door zijn of haar neurologische en psychologische ‘make-up’. Voor de epistemische rechtvaardiging van beweringen heeft het echter geen zin om te verwijzen naar iemands neurologische of psychologische aanleg. De epistemische rechtvaardiging van opvattingen is namelijk een zaak van het uitwisselen van inhoudelijke argumenten voor of tegen een bepaalde opvatting.

Het is dus van belang dat we een onderscheid maken tussen enerzijds de genealogische vraag naar de herkomst van overtuigingen (waar neurologische en psychologische ‘make-up’ zeker een rol speelt) en anderzijds de epistemologische rechtvaardiging van beweringen (hetgeen uitsluitend een zaak kan zijn van deliberatie en argumentatie).

Neem bijvoorbeeld Mike. Mike gelooft in dualisme. Wij kunnen dan ook de genealogische vraag stellen waar het geloof in dualisme bij Mike vandaan komt. Het antwoord op deze vraag zou kunnen zijn dat Mike bang is voor de dood. Deze angst gaat bij Mike zover dat hij na jaren vurig is gaan hopen op het bestaan van een onsterfelijke ziel. Op een gegeven moment is deze hoop bij Mike vanwege zijn neurologische en psychologische aanleg omgeslagen in de overtuiging dat de ziel onsterfelijk is en daardoor uiteindelijk in het geloof dat dualisme juist is. Met dit antwoord bevinden we ons in de context van de herkomst van overtuigingen. We hebben immers de herkomst van Mike’s geloof in de juistheid van dualisme achterhaald. Een volstrekt andere vraag betreft echter de vraag of de these van het dualisme al dan niet epistemisch gerechtvaardigd is. Deze epistemologische vraag kan natuurlijk alléén beantwoord worden met een beroep op argumenten voor en tegen dualisme. Een genealogische verwijzing naar de neurologische en psychologische aanleg van Mike en andere mensen zou voor wat betreft deze rechtvaardigingscontext volstrekt inadequaat zijn.

Ik sluit mij verder aan bij jouw opmerking dat “het mogelijk moet zijn nog wel iets van een objectieve en mogelijk meer waarschijnlijke werkelijkheid vast te stellen”. Mijn positie is natuurlijk dat de these van het dualisme (i.e. de these dat het mentale een eigenstandige zijnsvorm is welke niet tot materie herleidbaar is) tot deze “objectief vaststelbare en mogelijk meer waarschijnlijke werkelijkheid” behoort. Juist dit vormde de inzet van mijn vorige reactie. Maar zie bijvoorbeeld ook http://gjerutten.blogspot.com/2010/04/eigenschapsdualisme-of_22.html

Overigens hanteer ik in mijn artikelen en bijdragen een term voor iets dat dicht in de buurt komt van jouw “objectieve en mogelijk meer waarschijnlijke werkelijkheid”. Ik noem haar: de-wereld-voor-ons. Zo benadruk ik het verschil tussen haar en ‘de werkelijke werkelijkheid’ ofwel de wereld zoals deze in en voor zichzelf is. Over de-wereld-in-zichzelf kunnen we als mensen namelijk helemaal niets weten. Zie verder eventueel http://www.filosofieblog.nl/?p=578

Groet,
G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 08/07/2010, 19:25

Beste G.J.E. Rutten,
Ja, het is heel mooi wat je zegt, en de complexiteit van de kwestie begint al enigszins door te schemeren via dat voorbeeld dat je geeft, die Mike die verontrust is wat betreft z’n eindigheid.

Maar ik zie in je respons vooral twee woorden oplichten, enerzijds dat woord ‘make-up’, en anderzijds dat woord ‘argumenten’. Dat ‘make-up’ zegt mij: belangrijk maar niet echt belangrijk, niet doorslaggevend. En ‘argumenten’, jawel, schakelaar-omhalend, positie-veranderend, bekerend-haast.

En juist dat laatste, daar heb ik mijn twijfels bij, vanwege de, laten we zeggen, Sperry-variabele. Speciaal als kwesties niet duidelijk zijn, als ze wetenschappelijk niet beslisbaar zijn, als het niet mogelijk is bijvoorbeeld, om te zeggen: kijk, hier heb ik bewustzijn, het bestaat echt, het is onnegeerbaar, vanwege die en die redenen, argumenten, steekhoudende, overtuigende argumenten; ja, dan ja, zeker in dat soort situaties doet de Sperry-variabele zich gelden, en meldt er zich bijvoorbeeld een Dannett die zegt dat bewustzijn illusie is, fictie is, schijn is, en dit zeker ook vanwege de veel grotere, en impliciet meewerkende, hartstochtelijk en haast dogmatisch aangehangen, wereldbeschouwing, ingegeven door een mentale constellatie, die niets anders toelaat aan werkelijkheid, dan maar accidentele, zinloze, bewusteloze, nihilistische werkelijkheid, aanhangsel van een sterk subjectcentrische, haast solipsistische, werkelijkheid.

Men heeft onderzocht de reactie van Westerlingen en Aziaten op een foto met daarop een tijger in een jungle. De Westerlingen zien in de eerste plaats de tijger en dan pas de jungle. Waartegen Aziaten eerst de jungle zien en dan pas de tijger. In bespiegeling daaraan vastknopend vallen woorden als ‘individualisme’ en ‘collectivisme’, ’substantiedenken’ en ‘contextdenken’, enzovoort. Verschillende mentale constellaties, verschillende percepties van werkelijkheid, verschillende waardering van ‘argumenten’.

‘Argumenten’, dat is een nogal talige bezigheid. Het past geheel in de traditie waarin al eeuwenlang de toon gezet wordt door Aristoteles - lees ‘Griekse filosofie’. Diep kijken in bijvoorbeeld de psyche van de Japanse cultuur (Karel van Wolferen, Ian Buruma, o.a.) toont evenwel een geheel andere waardering van ‘argumenten’ en ervaren van werkelijkheid. Die Westerlingen praten zoveel, die argumenteren zoveel, die hebben zo’n overdreven belangstelling voor logica. Waartegen wij Japanners afgaan op emotie en groepsharmonie, traditie en … datgene dat voor Westerlingen haast niet uit te leggen is, maar dat voor ons juist doorslaggevend is, dat voor ons allesbepalend is, ook nog voor ons ‘moderne’ Japanners.

De Sperry-variabele is een nog steeds moeilijk te doorgronden maar fundamenteel gegeven, dat zich in het filosofisch discours meldt met de voortschuivende hardnekkigheid als van een klimaatverandering. Geheel de diversiteit van culturele en wereldbeschouwelijke verscheidenheid heeft maar plaats gevonden via het brein van een mens die zich tracht te situeren binnen een uitermate complexe werkelijkheid. En het spoor daarbinnen van eindeloos gevarieerde opvattingen en ervaren en discussies daartussen, reflecteert een eindeloos gevarieerde mentale diversiteit.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 08/07/2010, 20:47

Beste Benedict,

Mooi gezegd. Ik begrijp waar je op doelt en waar je heen wilt, maar ik ben het op een belangrijk punt met je oneens.

Laat me bij het voorbeeld van dualisme blijven. Geen mens zal oprecht geloven dat hij of zij geen innerlijke ervaringen heeft. Welnu, geen mens is in staat om een echt voorstelbare uiteenzetting te geven van de manier waarop deze innerlijke ervaringen identiek zouden kunnen zijn aan opeenhopingen van materiële deeltjes. De neurologische aanleg van mensen verschilt namelijk niet zo sterk van elkaar dat er mensen zijn die zich daadwerkelijk kunnen voorstellen op welke wijze hun innerlijke ervaringen gelijk zouden kunnen zijn aan een collectie van materiedeeltjes. Iemand kan wel spitsvondig opmerken dat een innerlijke ervaring van pijn of genot gelijk is aan een groepje materiedeeltjes, maar je ook daadwerkelijk kunnen voorstellen hoe dit het geval zou kunnen zijn is een heel ander verhaal. Niemand is hiertoe werkelijk in staat. Geen mens kan zich omstandigheden inbeelden waaronder innerlijke ervaringen identiek aan materie zouden zijn. Dat geldt voor Dennett en Sperry, voor jou en mij, voor alle filosofen, voor iedereen die zich met dit thema bezighoudt, en ook voor elk ander mens. Dit gegeven is reeds een voldoende rechtvaardiging voor dualisme. Niet als opvatting over de-wereld-in-zichzelf (over hoe de wereld écht is kunnen wij niets weten omdat wij nooit buiten onze menselijke conditie kunnen treden), maar wél als opvatting over de-wereld-voor-ons ofwel de wereld zoals zij uiteindelijk voor elk mens is.

Door ons dus te realiseren dat ál onze uitspraken over de-wereld-voor-ons gaan kunnen we tot het besef komen dat het weldegelijk mogelijk is om tot voldoende intersubjectieve overeenstemming te komen over wijsgerige kwesties als dualisme versus materialisme.

De volgende definitie van rechtvaardiging is hiervoor van groot belang: een opvatting P (e.g. ‘dualisme is juist’) is gerechtvaardigd als opvatting over de-wereld-voor-ons dan en slechts dan als geen mens zich kan voorstellen ofwel kan inbeelden hoe ofwel op welke wijze niet-P überhaupt het geval zou kunnen zijn.

Uitgaande van deze definitie van rechtvaardiging is dualisme inderdaad gerechtvaardigd als bewering over de-wereld-voor-ons (niet als bewering over de-wereld-in-zichzelf!). Hetzelfde geldt voor andere algemeen-menselijke opvattingen als ‘er bestaan tafels en stoelen’, ‘lustmoord is verwerpelijk’ of ‘1+1=2′.

Bestaan er écht tafels en stoelen? Geen idee. Is de wereld-voor-ons zodanig dat er tafels en stoelen bestaan? Ja! Is dualisme écht juist? Geen idee. Is de wereld-voor-ons zodanig dat dualisme juist is? Ja!

Groet, G.J.E. Rutten

Comment from Benedict Broere
Time: 09/07/2010, 00:06

Beste G.J.E. Rutten,
Nou ja, ik denk inderdaad dat mensen van wat voor cultuur en mentale setting dan ook, als je hen de kwestie geheel zou uitleggen, dat zij dan inderdaad er in meegaan dat hun bewustzijn niet maar identiek is aan de biochemische activiteit in hun hersenen (hoewel ik vermoed dat hier nog heel wat antropologische bemerkingen bij te maken zijn). Maar op Dannett zal dit argument geen indruk maken. Want als ik hem goed begrijp, dan zegt hij zoiets als: dat bewustzijn een illusie is die wordt opgewekt door actieve hersenen. Het is er dus niet werkelijk, het is een bijproduct, een epifenomeen, een fictie waar we steeds maar in zitten. En afhankelijk van hoe dat woord ‘dualisme’ precies wordt ingevuld, zal hij er in meegaan als het primaat maar bij ‘materie’ ligt. Waarnaast het natuurlijk heel wat anders wordt als er gesproken wordt over dat bewustzijn als iets dat er werkelijk is, in zichzelf, werkelijk bestaand, ontologisch. Want dan komt plotseling het meer klassieke dualisme tevoorschijn. En dan gaat Dannett stuiteren. Maar goed, je geeft aan dat argument mee de opvatting dat wij alleen maar kunnen spreken over de wereld-voor-ons, en dan krijg je dus een dualisme dat alleen daarbinnen van toepassing is. En dat lijkt mij alles bij elkaar een heel goed standpunt: we weten dat we maar indirect en beperkt en subjectief gekleurd de wereld ervaren, en we weten ook dat we niet maar steeds de bewegende materie in ons hoofd ervaren maar ons bewustzijn zelf, zozeer als het ook best wel gerechtvaardigd is te denken dat we een wereld van atomen en moleculen bewonen. Dus dualisme? Voor ons in ieder geval? Ja, waarom niet? Het toont behoorlijk stevig.

Comment from Benedict Broere
Time: 09/07/2010, 02:36

Beste G.J.E. Rutten,
Je ziet, ik ben het met je eens, want op mij komt het allemaal best wel overtuigend over. Maar nog zo’n beetje doordenkend en nachtbrakend bekruipt mij wel het idee van een disbalans in je rechtvaardiging. Want enerzijds wijs je op dat bewustzijn dat toch echt niet maar als bewegende materie ervaren wordt, maar anderzijds pleeg je toch maar even haast een waterscheiding tussen de wereld voor ons en de wereld zelf (Kant revisited). Ik bedoel, ik zit hier mijn bewustzijn te ervaren als iets dat er wel degelijk werkelijk is, maar net zozeer voel ik de stoel onder mij als ook iets dat er wel degelijk werkelijk is.

Als wij als homo sapiens niet in de afgelopen tweehonderdduizend jaar steeds een behoorlijk idee hadden gehad van de wereld om ons heen, dan waren wij meteen al in het begin uit die natuur weggevaagd. Dus op de een of andere manier is die waterscheiding niet zo groot dat wij niet in die natuur bestaan kunnen. Wij weten best wel iets van de wereld. Het is allemaal niet zo strikt. Daar zijn vloeiende grenzen. En net zozeer als ik mijn bewustzijn ervaar als iets dat er werkelijk is, zo ervaar ik ook die wereld om mij heen als iets dat er werkelijk is, hoezeer incompleet en subjectief gekleurd die ervaring ook is.

Comment from G.J.E. Rutten
Time: 09/07/2010, 11:15

Beste Benedict,

Je raakt aan een belangrijk aspect. Is het wel legitiem om uit te gaan van het door mij voorgestelde strikte onderscheid tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf? Zijn er geen vloeiende grenzen? Is het allemaal wel zo strikt?

Terechte vragen! De rechtmatigheid van de striktheid van het door mij gemaakte onderscheid tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf kan echter pas voldoende duidelijk worden wanneer we

1) haar begrijpen als gegrond in de Heideggeriaanse in plaats van in de cartesiaanse antropologie. Zie hiervoor bijvoorbeeld paragraaf IX van mijn thesis ‘Het kenbare noumenale’: http://www.gjerutten.nl/KenbareNoumenale_GJERutten.pdf

2) haar begrijpen als zijnde fundamenteel verschillend van het door Kant gemaakte onderscheid tussen de fenomenale wereld en de noumenale wereld. Zie hiervoor bijvoorbeeld mijn thesis of mijn blogbijdrage ‘Kant’s verkeerde en onvolledige inventarisatie’: http://gjerutten.blogspot.com/2010/06/kants-verkeerde-en-onvolledige.html

Kortgezegd, de wereld-voor-ons is het allesomvattende ofwel maximaal inclusieve waarin de mens geworpen is. De-wereld-voor-ons vormt dan ook de onoverschreidbare horizon van al ons ervaren en denken. De-wereld-voor-ons is het subject van al onze menselijke predikaties.

Is de wereld-voor-ons deels identiek aan de wereld-in-zichzelf? Wellicht wel, maar wij zullen dit nooit kunnen vaststellen precies omdat wij onszelf niet buiten de-wereld-voor-ons kunnen plaatsen.

Zo is zelfs de uitspraak dat er voorwerpen bestaan die onze zintuigen beroeren en zo onze ervaringen veroorzaken alléén gerechtvaardigd als uitspraak over de-wereld-voor-ons. Let op: ik zeg natuurlijk niet dat deze uitspraak ongeldig zou zijn als uitspraak over de-wereld-in-zichzelf. Juist dit kunnen we immers nimmer vaststellen!

Ook de uitspraak dat wij ons als mensen niet kunnen plaatsen buiten het standpunt van de-wereld-voor-ons is alléén gerechtvaardigd als uitspraak over de-wereld-voor-ons. Ja, zelfs de uitspraak dat wij een onderscheid moeten maken tussen de-wereld-voor-ons en de-wereld-in-zichzelf is alléén gerechtvaardigd als uitspraak over de-wereld-voor-ons!

Echt álles wat wij zeggen gaat onvermijdelijk over de-wereld-voor-ons. De-wereld-voor-ons vormt dan ook inderdaad het voor ons hermetische waarbuiten wij nimmer kunnen treden.

De-wereld-voor-ons is dan ook de door jou gezochte ‘omega’: een ultiem holisme waarbinnen wij als mensen analyseren en waarop ál onze menselijke analyses betrekking hebben.

Waartoe een dergelijke kennisleer allemaal kan leiden kun je eventueel hier lezen: http://gjerutten.blogspot.com/2010/06/het-kenbare-noumenale.html

Groet,
G.J.E. Rutten

Comment from Van de Weyer Rene
Time: 22/07/2010, 08:55

Dieren en planten zijn bezield door de natuur, zijn verbonden met de aarde in een twee dimensionale wereld van lengte en breedte en zijn deterministisch geprogrammeerd door de natuur. De mens heeft door de vrije wil de keuze zijn inherent determinisme te overstijgen en te komen tot indeterminisme, of zijn welbehagen te zoeken in zijn deterministische natuur bij het dierlijke beperkte. De mens leeft en denkt in een drie dimensionale wereld, met kosmos als uitdaging. Rivieren, het vuur, de wind, behoren tot de dynamica van de aarde en word bezielt door de zon. De zon op haar beurt door de kosmos. De kosmos door haar inherente wording.

Onze opdracht is niet de wereld kennen, maar wel de wereld in al zijn verscheidenheid ervaren. Het gebrek aan leeftijd en inzicht maakt de mens angstig voor de onbegrijpelijkheid van de wereld, als hij in de eerste plaats de natuur niet lief heeft. We moeten echter een duidelijk onderscheid maken tussen de wereld en de natuur. De natuur kunnen we begrijpen de wereld in al zijn verscheidenheid niet en heeft geen zin, gezien de razendsnelle veranderingen in de wereld daardoor blijft de wereld een vreemde voor de mens, waardoor alleen zijn ervaringen belangrijk zijn. Doordat we de wereld willen begrijpen verliezen we de natuur uit het oog, waardoor we deze onder druk zetten.

Voor de ontdekkingen in de kwantum fysica was God een afgietsel van de mens en zijn natuur het was een barbaar van het zuiverste water met vooral ondeugden want hij eiste dit en gebood dat. Lezen we de bijbel er maar op na. Die God die eisen stelt aan de mens is versleten opgebruikt is dood verklaar door F. Nietzsche en past niet meer in het huidige wereld- en mensbeeld. De God van de toekomst bezield, meer niet. Wat de mens met die bezieling doet bepaalt zijn vrije wil. Bezieling betekent hier concreet “de liefde voor de dingen en de ervaring met de dingen” Een liefde die de mens kan concretiseren door zijn redeneringvermogen en zijn vrije wil, door de ervaring in ‘zijn’ toegemeten tijd.
Door die ontdekkingen in de microwereld is God weer springleven maar heeft zich in tussen in drie stukjes moeten verdelen zoals de God uit het verleden “God de vader, God de zoon en God de heilige Geest” Door de fysica erkend als gravitatie (donker, krimpend, negatief) als dynamische energie( licht, uitdeiend, positief) informatie ( neutraal) die de werkelijkheid bepalen.

Wat we zien is de werkelijkheid, wat we daarbij veronderstellen moet in een taal gegoten worden en bekritiseerd kunnen worden, in het ander geval is de veronderstelling tijdverlies en staan de ervaringen in de weg.

De ervaring van de wereld is de handleiding die we kunnen raadplegen, wie gelooft er nu oude mensen?
Nochtans is het paternalisme als sturend kracht niet eens honderd jaar voorbij.

Schrijf een opmerking