Lichtbakken, welstandsridders en mogelijkheden
De afgelopen maanden was bij het Nederlands Architectuurinstituut de tentoonstelling ‘Architectuur van de Nacht’ te zien. De chronologische expositie gaat over de manier waarop gedurende de twintigste eeuw met licht is gewerkt in relatie tot gebouwen en de openbare ruimte. De tentoonstelling laat vooral de speciale projecten (van de Eiffeltoren tot Las Vegas) zien als wonderen van vooruitgang, maar laat de alledaagse lichtbakterreur links liggen.
Voor een lichtbak geldt hetzelfde als voor de verboden straatkunst: er wordt visueel beslag gelegd op het publieke domein. Er is echter een verschil: lichtbakken zijn aan eigen eigendom bevestigd zijn en dienen een economisch in plaats van een cultureel doel. Volgens het New Yorkse straatkunstcollectief Graffiti Research Lab vormt lichtreclame het eigenlijke graffitiprobleem van de Big Apple. In termen van beeldvervuiling werpen de economische boodschappen een veel grotere schaduw op het openbare domein dan de culturele grapjes die de straatkunstenaars aan de openbare ruimte meegeven. Een lichtbak mag dan op of aan eigen eigendom bevestigd zijn, het beïnvloedt net zo goed het aangezicht van de openbare ruimte.
Zeuren over lichtbakken heeft natuurlijk geen zin. Zeker niet in grote stadsstraten als het Damrak, waar juist de lichtreclame het grootstedelijk aangezicht vormgeeft en bij wijze van uitzondering Amsterdam een wereldse en metropolitane uitstraling meegeeft. Architecten en andere welstandsridders moeten de hand in eigen boezem steken en zich afvragen waarom ze nooit een poging hebben ondernomen om de lichtbak te integreren in de stedenbouwkundige en architectonische ontwerpen, in plaats van zich af te zetten tegen het bestaan ervan.
Lichtbakken zijn de lokroep van de stedelijkheid. Lopend in een vreemde stad zijn lichtbakken de wegwijzer. Op elk kruispunt waar een besluit over de te kiezen richting genomen moet worden, kiest men negen van de tien keer de straat met het meeste kleurenlicht. Het straalt activiteit en dynamiek uit; al met al een zeer spannend stedelijk element.
Waarom de vormgeving ervan echter nog steeds zo schreeuwerig en ‘eighties’ is, is een raadsel. Op de gevel is de lichtreclame vaak het meest bepalende element, maar vreemd genoeg het enige deel van de gevel dat niet door de architect is ontworpen. De hoeder van het aangezicht geeft daarmee zijn grootste troef uit handen als het gaat om het bepalen van de façade van een gebouw. Hoe dit komt is duidelijk: men is ertegen. Lichtbakken zijn niet mooi en storend. Hierdoor ontstaat de neiging om het onderwerp te negeren. Het ontwerp van de lichtbak is dan ook twintig jaar achtergebleven, en dat terwijl het vormgeven van het aangezicht van de openbare ruimte op hoofdlijnen toch een verantwoordelijkheid is van de architect en stedenbouwer.
Joop de Boer, Studio Golfstromen
Gepost: mei 25th, 2007 onder Openbare ruimte, De stad door Joop de Boer.
Comments: none
Schrijf een opmerking