Een wijsgerige getuigenis over de noodzaak van het
Bij het schrijven van deel 2 van mijn boek over ethiek, Kritiek van het ethische bewustzijn (deel 1 verscheen najaar 2009 bij ACCO, Leuven) stootte ik op een boek over het humanisme waarvan ik het bestaan niet kende. Het is van de hand van de Noord-Amerikaanse filosoof Ralph Barton Perry (1876-1957): The Humanity of Man. Het is een intrigerende titel omdat die verwantschap vertoont met de mij bekende uitdrukking der menschliche Mensch, zoals die met betrekking tot de Duits-joodse filosofie van het begin van de twintigste eeuw werd en wordt gebruikt (Martin Buber, Ernst Bloch, maar ook Hermann Cohen en Ernst Cassirer). Een Oostenrijks auteur heeft, sprekend over “het joodse humanisme” van Karl Marx, zijn boek zelfs die titel gegeven2.
Leo Apostel heeft bij diverse gelegenheden met lof gesproken over werk van de Noord-Amerikaanse filosoof Ralph Barton Perry. Meestal verwees hij dan naar diens boek General Theory of Value (1927, maar vele herdrukken later). Ook naar de verzameling van Perry’s essays, Realms of Value, placht Apostel te verwijzen. Beide werken zijn mij daardoor bekend en ik kon de interest-theorie van Perry terugsporen tot in zijn in 1909 gepubliceerde “schets van een ethisch systeem”, The Moral Economy. Via de door mij hiervoor vermelde website kwam ik het wijsgerige testament —mijn formulering— van Perry tegen: “de menselijkheid van de mens”. Hij publiceerde zijn boek in samenwerking met Evelyn Ann Masi (Harvard, General Education Department), want hij was zwaar ziek geworden en hij overleed een jaar later.
Een eerste lectuur van dit boek overtuigde mij reeds van zijn bijzondere waarde: “het humanisme redden van een suicidaal isolement door het te verbinden met hedendaagse stromingen in wijsbegeerte en opvoeding die wetenschappelijk georiënteerd zijn.” Ik parafraseerde een zinsnede uit het woord vooraf.
Maar ik laat graag Perry zelf aan het word want zijn proza is glashelder en zijn argumentatie rechttoe rechtaan. Het is een antigif tegen een filosofisch denken —waartegen het toen al waarschuwde!— dat het moet hebben van duistere formuleringen en ingewikkelde constructies.
Man needs all of his sources of light. The tragedy of his intellectual history lies in the fact that one era considers it necessary to destroy its predecessors. They should combine their efforts against the forces of darkness. Man needs all of his centuries, not only the thirteenth but the tenth, not only the eighteenth but the thirteenth. This reconciliation and conservation of truths is the only philosophy of history which passes the test of history and philosophy themselves.
Het boek is een ‘defense of humanism’. Als zodanig behoudt het ook vandaag zijn betekenis als toelichting bij wat seculier humanisme zou kunnen betekenen. Daar is mijns inziens nood aan in een toenemend klimaat van vergodsdienstiging van het openbare en privé-leven op wereldvlak (creationisme, islam, scientology, etc.). Merkwaardig is trouwens dat Perry in hoofdstuk 6 van zijn boek het onderwerp van de onsterfelijkheid aansnijdt (‘Hope for Immortality’). Het bevat een lange beschouwing over de betekenis voor het humanisme van de idée van de onsterfelijkheid en van het belang van het geloof aan de onsterfelijkheid. Ik citeer Perry:
Het zal vreemd lijken dat een boek over een humanistische en naturalistische wijsbegeerte afsluit met een hoofdstuk over onsterfelijkheid, een geloof dat gewoonlijk bij het supernaturalisme hoort. Maar het vraagstuk van de onsterfelijkheid is een menselijk probleem en de auteur verlangt, voor zover dat mogelijk is, de grote filosofische problemen die uit de menselijke ervaring voortkomen aan te snijden. De humanistische filosofie ontkent niet de bovennatuur: het onderwerp van de onsterfelijkheid, dat het menselijk leven zo diep raakt, kan niet worden geïgnoreerd.
Lees het vervolg van dit artikel hier
