Wat is filosofie?

review door: Wouter Paardekooper. reacties: 0 pdf print

Meteen maakt Ortega ons duidelijk dat de titel niet verkeerd moet worden geïnterpreteerd. Het werk is bepaald géén algemene introductie in de filosofie. In elf titelloze voordrachten probeert Ortega het ‘ik’ uit de eenzaamheid te trekken waar het in is verzeild geraakt, na de idealistische denkers. In dit boek houdt Ortega een hartstochtelijk pleidooi voor het ‘openen van de buik van het idealisme, om het ‘ik’ uit zijn gevangenis te bevrijden, het een omgeving te bezorgen, het zoveel mogelijk van zijn zelfinkeer te laten genezen’ (pag. 142).

Het ‘cogito ergo sum’ van Descartes, het volledig afzonderen van het subject in de zoektocht naar de meest primaire waarheid, vind Ortega onvolledig. Hij wil de objectiviteit die het inhoudt behouden, maar tegelijk van het niet uit te houden idee af, dat de externe wereld, buiten het ‘ik’, louter subjectief en een hallucinatie zou zijn. Ortega benadrukt meerdere malen hoe hij nieuwe theorieën schrijven ziet als het verder bouwen op de ruïnes van vorige theorieën. In dit geval, de ruïnes van het idealisme. De werkelijke primaire waarheid is voor hem ‘het leven’. Hij geeft dit woord de betekenis van de interactie tussen het ik, het subject, dat de wereld waarneemt, en de wereld, het object, dat door het ‘ik’ wordt waargenomen. Die interactie vinden we ook terug op de achterflap, omschreven als ‘een eindeloos project, eeuwig in wording’. Het vormt voor hem de vereniging van Descartes’ opvatting (wat stelde dat de geschiedenis louter een opeenvolging van misstappen van de mensheid was), en het negentiende-eeuwse historicisme en positivisme (een opvatting die elke eeuwige waarde ontkent) (pag. 17).

Eerste omloop, breed

Ortega begint erg breed, misschien wel te breed, en gaat steeds specifieker. Hij begint bij de kwestie hoe het komt dat we vandaag de filosofie heel anders benaderen als de denkers uit het verleden. ‘Van hieruit zullen we steeds dieper doordringen in de centrale kwestie van deze reeks voordrachten. [...] We zullen die kwestie stukje bij beetje, in concentrische cirkels met een steeds geconcentreerdere straal benaderen.’(pag. 9)

Alvorens echter hiertoe over te gaan, maakt hij een omweg waarin hij onderzoekt waarom er in de jaren 1840 – 1900 zo’n negatieve sfeer om de filosofie hing. Hij vind zijn antwoord in wat hij noemt: het ‘terrorisme van de laboratoria’. In de tijden dat de natuurwetenschappelijke antwoorden hoogtij vierden, zouden de filosofen zich schamen omdat de antwoorden op hun vragen, niet op een dusdanige, fysisch onderbouwde manier van antwoord konden voorzien. Daarna gaat hij verder via het werk van Galilei en Newton (pag. 36) om te komen bij de ‘grondslagencrisis’, die de fysica op haar grondvesten deed daveren, en vanaf 1900 de filosofie weer de kans gaf op te flakkeren.

Tweede omloop, nauwer

In zijn poging helder het verschil uit te leggen tussen de wetenschap en de filosofie, komt Ortega tot de volgende verwoording: ‘Filosofie is kennis van het universum of van alles wat er is, maar van het begin af aan weten we niet wat het is dat er is, noch of wat er is een universum of een multiversum vormt en of dat universum of multiversum kenbaar is’ (pag. 68). Op de vraag waarom zo’n waanzinnige missie aangevat wordt, antwoord hij enigszins religieus: “Voor de Romeinse helden was niet het leven maar het varen een noodzaak. [...] Op een kleine patio in het Middenoosten verheft zich zacht een stem van Christus: ‘Martha, Martha – slechts één ding is noodzakelijk.’ En dat sloeg niet op de ijverige en nuttige Martha maar op de lieflijke en nutteloze Maria.” (pag. 68), waarmee hij duidt op de noodzakelijkheid van het nutteloze. (Hieruit blijkt, net zoals uit meerdere christelijk getinte passages in het boek, dat Ortega op zeer christelijke wijze dacht.) Hij antwoord dat filosofie is zoals sport: belangeloos, aanwezig voor en vanwege zichzelf, en het heeft oefening nodig. Het antwoord geeft hem een reden om verder te gaan met de tekst, en te filosoferen tout court. Hij omschrijft de filosofie als een onweerstaanbare drang naar het zoeken naar de ontbrekende stukken. Zoals het willen zien van de hele ijsberg, en niet enkel de top boven water. Haar fundamenteel doel noemt hij het duistere of het verborgene openbaren. Hij plaatst de filosofie, terecht, straal tegenover de mystiek, en zegt dat de filosofie in tegenstelling tot de mystiek graag een publiek geheim wil zijn. Dat filosofie niét een universum scheppen is, maar slecht de theorie ervan.

Derde omloop, nauwst

Ortega gaat steeds specifieker. In zijn derde omloop noemt hij de filosofie het universum trachten te vatten in één ‘adequate intuïtie’. Een intuïtie is het ‘weten dat iets is’, of je het nu fysisch kunt waarnemen of niet. En de filosofie wil dat met het volledige universum doen: het hele universum vatten, denken. Daartoe moet men erin slagen de gegevens van het universum te kennen. Wat die zijn, daar gaat deze omloop over.

Descartes heeft met zijn methodische twijfel het ‘ik’ teruggedrongen tot de innerlijke wereld, en heeft het volgens Ortega afgesneden van de externe wereld. Ortega wil die externe wereld betrekken in de primaire waarheid, waar hij naar op zoek is. Hij wil het idealisme overwinnen, zonder de innerlijkheid van het ‘ik’ te verliezen dat het idealisme haar gegeven heeft. Nochtans betekent het idealisme overwinnen noodgedwongen een naar buiten treden.

Dat is de paradox waar dit boek een antwoord op probeert te geven. Ook al is de samenhang van het boek soms ver te zoeken, toch slaagt Ortega hier erg goed in. Het boek is niet minder dan een verrijking.

José Ortega y Gasset, Wat is filosofie?, vertaling door M. Vanderzee, Utrecht: Ijzer, 2009, 201 pag., ISBN 978-90-8684-035-9



Tags
geen tags

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie