De vraag naar het zijn in Bruno Latour's 'We have never been modern'
In zijn boek 'We have never been modern' geeft Bruno Latour een karakterisering van het moderne. De moderne tijd wordt gekenschetst door de omarming van één specifieke ontologie. Volgens de zijnsleer van de modernen bestaan er slechts twee zuivere primaire irreducibele zijnsvormen, namelijk enerzijds objecten (de natuur) en anderzijds subjecten (het sociale). Alles wat wij als mens in de wereld aantreffen dient volgens het moderne denken begrepen te worden als een constellatie van objecten en subjecten. Al het in de wereld gegevene is ofwel een object, ofwel een subject, ofwel een samenstelling ('mix') van objecten en subjecten. De objecten en subjecten zijn als zuivere zijnsvormen ontologisch primair. Zij zijn de eerste in de orde van het zijn. Alléén aan hen komt substantieel bestaan toe. Alle gegeven constellaties van objecten en subjecten zijn ontologisch secundair. Deze samenstellingen zijn laatste in de orde van het zijn. Ze zijn 'posterior' vanwege het feit ...

De filologie is de wetenschap die probeert oude geschriften in hun oorspronkelijke vorm te herstellen. Tot de uitvinding van de boekdrukkunst was de enige manier om teksten te reproduceren ze over te schrijven. Boekwinkels hadden schrijvers in dienst die teksten overschreven ten behoeve van klanten die een bepaald boek wilden hebben. En in de middeleeuwen hadden vele kloosters scriptoria, waarin monniken boeken kopieerden. Dat gebeurde niet alleen om ze te vermenigvuldigen, maar ook om ze te behouden. De levensduur van een boek is namelijk niet oneindig.
Rare vraag eigenlijk: heb ik een zelf? Typische filosofenvraag. De vraag impliceert dat er een ik is, dat die ik attributen kan hebben en dat het zelf zo'n attribuut zou zijn. En wat is dan dat zelf? Is dat een speciaal orgaan, is dat een bepaalde hersenfunctie, is dat iets dat sporen nalaat in ruimte en tijd? Filosofen worstelen al meer dan twee millennia met het geven van een goede omschrijving. De wetenschap heeft het nergens kunnen ontdekken, ook niet met gebruikmaking van moderne apparatuur, zoals fMRI-scanners. En het Mahayana-boeddhisme beschouwt het zelf als een illusie.
Het land van betekenissen kent vele lege plekken. Op die plekken kom je niet gauw, want de meeste wegen leiden naar bekend terrein. Alleen wat schrijvers en kunstenaars proberen dat onbekende gebied te verkennen. Van de plekken die bekend zijn, zijn de meeste door mensen gemaakt. Het bekende gebied bevat de piramiden, de Taj Mahal, de Chinese muur, en ga zo maar door. Nou zou je kunnen zeggen: keer je af van die producten van de mens en duik de natuur in. Maar als je dat doet kom je ook alleen op bekende plekken. De mens is overal op aarde al geweest, en de natuur verandert niet zo gauw. En als die dat al doet, is dat onder invloed van menselijke activiteiten.
Je hebt twee soorten vraagprocessen: de analytische en de synthetische, ofwel de majeutische en de creatieve. In het eerste geval probeer je een weg te volgen van vragen en antwoorden, die leidt van een probleemstelling naar een oplossing. Dat is wat Socrates doet in veel van de dialogen van Plato. In het tweede geval probeer je juist van de weg af te geraken om nieuwe terreinen te verkennen. Maar van de weg afraken kun je niet plannen. Dat moet spontaan gebeuren. Je stort je in het onbekende en hoopt daar iets nuttigs aan te treffen. Daar horen speciale vragen bij, zoals 'Po' van Edward de Bono. Maar ook met een vraag als “Wat is het?”, mits vele malen herhaald, kun je nieuwe terreinen betreden.