Zin
Zijn wij er enkel voor onszelf, of is er meer? Als wij er niet meer zijn, als de laatste mens is omgekomen, is er dan nog iets dat betekenis heeft? Of sterft de betekenis van betekenis onze dood? Voor velen is dat de essentie van de vraag "Wat is de zin van ons bestaan?".
Zijn mensen de enige betekenisgevers die er zijn? Zijn wij het organisme dat zin geeft aan het heelal? Of is er nog iets anders, iets hogers, dat maakt dat als wij verdwijnen, ons bestaan niet voor niets zal zijn geweest? Er zijn velen die hun hoop daarop hebben omgezet in een geloof.
Veel mensen denken dat ze niet kunnen leven met een bestaan dat alleen zij een zin kunnen geven. Ze missen nog iets, iets wat hun betekenissen als het ware sanctioneert. Het feit dat we in die zin zo onaangepast zijn aan hoe we ons bestaan ervaren, zou kunnen duiden op een onzichtbare factor, op iets wat, toegevoegd aan onze ervaringswereld, ons helemaal op onze plaats laat voelen.
Maar is er wel iets volledig aangepast? Is er wel iets of iemand volledig op zijn plaats? De motor achter elke verandering is onaangepastheid. Zonder een frictie tussen organisme en omgeving is er geen sprake van evolutie. Zonder frictie tussen wensen en werkelijkheden zijn er geen menselijke activiteiten. En de wereld verandert voortdurend, mede dank zij die activiteiten. Is, zoals Heraclitus al zei, verandering de enige constante? En is dat dan ongerichte verandering of onafwendbare vooruitgang? Is er een einddoel, een stabiele toestand waarin er niets meer te verbeteren valt? En als er zo'n streven is naar volmaaktheid, wat maakt de startpositie dan zo onvolmaakt?
Wij zijn niet alleen denkers, maar ook voelers. Ons denken wordt gedreven door ons gevoel, of, zoals Hume zei: de rede is slaaf van de passies. Het zijn die passies die ons naar zin doen verlangen. Het besef er ooit niet te zijn geeft ons een gevoel van angst. En het verdwijnen van betekenis geeft ons een gevoel van leegte. Ons gevoel drijft ons voort, weg van de leegte, op weg naar de volmaaktheid. Die moet er zijn, ergens, dat is wat we voelen. Maar waar? We zien niet ergens licht aan de horizon. Wat ons voortdrijft is enkel een ongericht streven, een verlangen naar anders, beter, bevredigender. Maar de volmaaktheid kennen we niet. Volmaaktheid is niet meer dan een projectie, niet meer dan het completeren van een streven met een doel. Volmaaktheid is niet meer dan een hunkering.
Het enige dat we kennen is onszelf. Vanuit die positie bekijken we de wereld. Als wij ons leven beginnen als onkundig en onwetend, maar onszelf verbeteren door oefenen en leren, dan zien we dat ook in de wereld. De wereld begon ooit ongeordend, maar perfectioneerde zich steeds meer, met ons als resultaat. Wij staan, hier en nu, aan het einde van de geschiedenis. We zien de weg die naar hier heeft geleid, maar een weg verder zien we niet. Wij weten dingen die onze voorouders niet wisten. Wat wij kunnen had hun verbaasd doen staan. Wat voor ons vertrouwd is, zou voor hen nieuw zijn en onbekend. Maar voor ons zijn hun kennis en kunde oud en achterhaald, ook al beschikken we zelf er niet meer over.
Het is heel natuurlijk dat wij onszelf zien als culminatiepunt, als de plek waarin alles samenkomt. De wereld draait letterlijk om ons. Als wij het hoofd wenden, draait de wereld om ons heen. Vooruit lopend laten we wereld achter ons. Maar we zijn niet volledig autonoom. We voelen ons niet compleet. Er is nog heel wat dat we missen. Er is iets om naar uit te zien. Als wij een culminatiepunt zijn, maar er ontbreekt nog wat, dan moet er nog een ander culminatiepunt zijn, buiten ons. Iets waarheen de hele wereld op weg is. En dat is dan een eindpunt. Een top, een plek met enkel nog wegen naar beneden. En niets dat daar nog hoger reikt. Dat is wat ons gevoel ons zegt.
Maar is de rede het daar mee eens? Zijn er redenen om daarvan uit te gaan? Subjectief gezien ben ik een culminatiepunt, maar als ik dat ben, zijn de anderen dat ook. Als ik mezelf zie als een punt waarin allerlei lijnen samenkomen, als mensen zichzelf zien als punten waarin lijnen samenkomen, betekent dat nog niet dat er ook buiten de mensen punten zouden zijn waarin alle lijnen samenkomen. En als ik mezelf zie als het eindpunt van een geschiedenis, betekent dat nog niet dat de Geschiedenis met een grote G ook objectief gezien een eindpunt heeft.
De rede ontwaart nergens een drijvende kracht. Ze ziet alleen maar gebeurtenissen. En wie of wat daarvoor verantwoordelijk is, daarover kunnen we alleen maar veronderstellenderwijs spreken. En dat geldt ook voor waar het allemaal toe leidt. Geloof speelt daarbij een belangrijke rol. Geloof in een hogere macht of in onzichtbare drijvende krachten, geloof in objectieve kennis, geloof in ons eigen vermogen de wereld te doorgronden. Of je nou uitgaat van de wetenschap of van de hand van God, het vertrekpunt is altijd een geloof.
We kunnen slechts speculeren. God, goden, natuurkrachten, eigen verbeelding, het zijn allemaal mogelijke verklaringen voor wat ons overkomt. We weten zelfs niet hoe uniek we zijn, en hoe uniek onze manier van denken, onze begrippen, onze logica zijn. Is er maar één soort intelligentie? Over het bestaan van andere intelligente wezens, ergens in het heelal, kunnen we alleen maar speculeren. De vraag waar het hier om gaat is: als er ooit aliens op aarde landen, nadat wij daarvan verdwenen zijn, zouden die dan kunnen appreciēren wat het is dat wij daar hebben achtergelaten?
We hebben niets om onszelf mee te vergelijken. Hoe kunnen we dan weten of wat wij geloven waar is? Hoe kunnen we weten of er eigenlijk wel zoiets als waarheid bestaat? We kunnen alleen maar van onszelf uitgaan en stellen dat waar is wat wij waar vinden. Wijzelf zijn onze enige autoriteit, ook als het gaat om het geloof in een god. En er is niemand die het beter weet.




Reacties (24)
Beste Kweetal,
Het zou een stuk interessanter zijn wanneer je poogt om tot een fenomenologie van de zinervaring te komen. Wat zijn de momenten die constitutief zijn voor een ervaring van zin? Wanneer je je daarop zou toeleggen, dan ontkom je er volgens mij niet aan om tot de conclusie te komen dat zinervaringen altijd betrekking hebben op een groter verband, op een bredere context, waarin de ervaring gesitueerd is, en dat bovendien zinervaringen ontegenzeggelijk ervaringen zijn waarin ons iets toevalt in plaats van dat wij dergelijke ervaringen zelf krampachtig proberen op te roepen. Verder suggereert jouw tekst (al was het maar impliciet) dat religieuze vormen van geloof uiteindelijk neerkomen op gecultiveerde vormen van hoop en angst. Dit is een nogal eendimensionale duiding van het religieuze ervaren. Het zou niet onverstandig zijn wanneer je je een keer zou verdiepen in de fenomenologie van het verschijnsel van de religieuze ervaring. Begin eens met Schleiermachers "Over de religie: redevoeringen tot de ontwikkelden onder haar verachters" of Otto's "Het Heilige".
Groet,
Emanuel
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste GJE,
In hoeverre kan de fenomenologie mijn vraag beantwoorden: als er ooit aliens op aarde landen, nadat wij daarvan verdwenen zijn, zouden die dan kunnen appreciēren wat het is dat wij daar hebben achtergelaten?
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Ik weet niet precies of ik je tekst nu wel goed lees, maar je schijnt nog steeds in de waan te verkeren, dat het ik, het ego, het individu, de dragende grond van de werkelijkheid kan zijn, eigen kapitein kan zijn van zin van werkelijkheid, betekenis en zin van bestaan, eigen bepaler en maat van alle dingen, eigen God kan zijn. Maar hoe naïef! Hoe dom! Hoe onwetend! Zoek eens op – bijvoorbeeld – hoe mensen in een ‘burn-out’ kunnen geraken. Of hoe zelfs mensen depressief kunnen worden, zodanig dat het springen van een hoge flat of het staan voor een naderende trein, een aanlokkelijk alternatief kan zijn. Hoe illusoir is eigenlijk al het bestaan inclusief het ik. Hoe onmogelijk werkelijk te bewijzen, dat je er bent inclusief de wereld om je heen. En hoe noodzakelijk/verleidelijk/eromvragend is dan het er maar op vertrouwen, dat je er inderdaad bent, en dat ook die wereld er is, en dat er misschien wel een zin is, die jou met die wereld verbindt. Als de ene illusie die de andere ondersteunt. Of die zich eigenlijk als ‘thuis’ vindt in dat grotere Thuis.
Ik ga mee met je twijfel aan alles. Maar het is zo’n eenzame plek, die ‘twijfel aan alles’. Zodat ik mij soms, als ik mij koud voel, kil, bijna dood. Wil warmen aan dat verhaal. Zodat soms, verdomd, de wereld, er toch werkelijk toe doet!
De Bestemming, Marco Borsato, Vox Populi.
http://www.youtube.com/watch?v=HmAIuweCroo&feature=related
Binnen de muur van lawaai, de stem en de vraag: Heidegger en epigonen, samengevat in enkele woorden: “Du bist dass Schiff, Ich der Kapitän. Wohin soll denn die Reise geh’n?”
http://www.youtube.com/watch?v=aU1wLryjuEw
Dit nummer is de hele filosofie van de Moderne Tijd in een notedop.
Metaforen, metaforen, metaforen…
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Benedict,
Ik ben niet op de hoogte van een algemene tendens van mensen om in een burn-out te geraken, van een hoge flat te springen, of voor een aanstormende trein te gaan staan. Het overgrote deel van de 17 miljoen Nederlanders zie ik dat niet doen. Maar dat komt waarschijnlijk omdat de poppenspeler die ze aan de touwtjes heeft het zonde vindt om zijn poppen kwijt te raken.
Maar wie houdt nou die poppenspeler aan de touwtjes?
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
'Poppenspeler'? Had ik het daarover? Probeer eens je muur van vooroordelen te doorgronden. Het lijkt mij een filosoof eigen daar als eerste mee te beginnen, alvorens wat dan ook in filosofische zin te poneren. Is er een ik, en zo ja, waarin is dat ik? Of denk je dat dat ik er is op zichzelf? Maar hoe weet je dan dat er uberhaupt een ik is? Wat maakt uit, vult in, je ervaren, wat je zoal aantreft, als je 's morgens wakker wordt? Is het je bewust, dat dat ik maar een illusie is, voorkomend uit wereld die veel minder een illusie is? Je voorverstaan is als een dikke bril die steeds maar kleurt, alles dat je geeft. Terwijl er toch heel wat is, dat zegt dat het maar een variatie is, op een brein en bewustzijn, dat in de geschiedenis nog heel andere expressies toont. Het lijkt evenwel dat mensen hun filosofie, niet verder kan zien, dan wat er qua kleuring van brein en bewustzijn mogelijk is. Althans, Rilke vreesde reeds een gevoeligheid voor wereld te hebben, die in het opmarcheren van moderniteit, zeldzaam zo niet onmogelijk zou worden. En bijvoorbeeld McGilchrist, vermoedt dat mensen in vroeger tijden meer ervoeren van werkelijkheid, dan wij dat tegenwoordig nog gewoon zijn elkaar mede te delen.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Benedict,
Ik heb geen idee waar je het over hebt. En inderdaad, die zin begint met 'ik'. Maar ik denk dat als jij met iemand praat, ook een aanzienlijk deel van jouw zinnen met 'ik' beginnen. Het is toch blijkbaar een woord dat een bepaalde betekenis heeft, anders zou niemand het gebruiken. Dus wat is nou jouw probleem?
Overigens zie ik ook niet wat jouw reactie te maken heeft met de inhoud van mijn post. Ik heb het daarin toch meer over de mensheid in zijn totaliteit dan over een specifiek individu.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
(Onze reacties zijn bezig elkaar te kruisen. Ik had het volgende voorbereid. Het gaat ook meer in op je post.)
Sorry dat ik uit mijn slof schoot, maar ‘poppenspeler’… Ik denk dat menig religieus persoon een enorme afstand ervaart tot een dergelijke karakterisering van zijn/haar Absolute. En ik vraag mij af of er wel een religie aanwijsbaar is, waarin het Allerhoogste als ‘poppenspeler’ gezien wordt. Ook suggereert de term je idee dat religie je blijkbaar tot ‘pop’ maakt. En ook dat is weer zo’n idee, waar een religieus persoon zichzelf niet snel in zal kunnen vinden. In zelfs bepaalde vormen van religie, ziet men zichzelf als cocreator. Dat is heel andere koek.
In je tekst hierboven komt heel erg de mens naar voren als maat van alle dingen, en op zich is dat een mooi klassiek standpunt. Maar het is dan wel eigenaardig dat er een filosoof wordt genoemd – Heraclitus – die zo ongeveer de laatste is die genoemd standpunt zal onderschrijven. Want Heraclitus heeft het over de Logos, dat de diepe wet is in alle natuur, dus inclusief het menselijk bewustzijn en de cultuur, en op basis waarvan alle veranderlijkheid mogelijk is. Voor Heraclitus is niet de mens maar de kosmos maatgevend.
En nog steeds vind ik het een vreemd idee dat je als mens zin uit jezelf kan maken, net alsof wij niet uitermate een fenomeen zijn dat ondenkbaar is zonder het verdere universum om ons heen. Mensen zijn uiteraard heel variabel in hun ervaren van zin, zodat je kan zeggen dat de een het heel dicht bij huis zoekt, in bijvoorbeeld relaties en werk, waarnaast de ander dat ook doet, maar toch ook meer wereld in de cirkel van zin opneemt, zodat ineens ook de natuur toch van waarde is, en misschien ook wel heel die wereld een bepaalde zin heeft. Volgens mij bedoelt Rilke dat, dat ons mentale variabel is en het vermogen heeft zich meer open te zetten voor wereld, zoals het zich ook daarvoor kan sluiten. Er zijn mensen die urenlang in de meest prachtige en mysterieuze natuur kunnen verblijven, maar die alleen maar hout zien. Het is de moderne mens die die kant op is gegroeid. Met dat enorme IK en de wereld als exploiteerbaar object op afstand.
Wat zal ET denken bij de restanten van de mensencultuur op de planeet Aarde, ergens over tienduizend jaar? “Jammer, het is ze niet gelukt, te leven naar wie ze zijn en waar ze deel van zijn.”
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Voor wat betreft jouw verwijzing naar aliens het volgende. De titel van je blog post is 'zin'. Als lezer mag je daarom verwachten dat je het over de ervaring van zin zult gaan hebben. Dit is echter niet (of nauwelijks) het geval. En aliens zijn nu niet direct een vruchtbare categorie voor wie wil nadenken over zinervaring.
Groet,
Emanuel
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Benedict,
Nee, ik had het niet over God, toen ik het woord 'poppenspeler' gebruikte. Het was een reactie op jouw tirade, waarin je mensen een ik ontzegde. Als mensen geen ik hebben, maar toch handelen, wordt dat handelen kennelijk door iets buiten henzelf gestuurd. Een poppenspeler dus.
Ik zie ook geen enkele strijdigheid tussen de opvattingen van Heraclitus en die van Protagoras. Want wat is dat logos anders dan een menselijk bedenksel? Logos betekent 'woord', en woorden zijn typisch iets van mensen. Of niet soms?
Jouw probleem, en dat van Emanuel, is dat je alles in de religieuze sfeer trekt. En dan is iedereen die niet direct overal de hand van God in ziet, een moreel verwerpelijk wezen. Ik probeer daarentegen zoveel mogelijk mijn eigen verstand te gebruiken. En misschien kom ik daarbij ooit God tegen, maar tot nu toe kan ik zeggen, met Laplace: ik heb geen behoefte aan die hypothese.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Emanuel,
Mijn artikel heet 'zin', inderdaad. En misschien zie jij God als de enige bron van zin. Maar ik doe dat niet. Voor mij is zin eigenlijk synoniem met betekenis. Mensen willen overal betekenis aan hechten. Hun handelen moet niet zomaar iets doen, maar moet zich richten op iets voorbij die handeling zelf. Een handeling moet, met andere woorden, betekenis hebben, anders is die zinloos.
De vraag die ik in mijn artikel stelde is in hoeverre die zin, zoals wij die onderkennen - of misschien moet ik zeggen: mensen die niet direct God erbij halen onderkennen - universele geldigheid zou hebben, of dat het enkel iets is van mensen voor mensen. En dus met het verdwijnen van de mensheid zou ophouden te bestaan.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Je gaat te snel. Mijn punt is nu juist dat nadenken over zin pas wijsgerig relevant (en interessant) wordt zodra we ons eerst afvragen wat de constitutieve momenten van de zinervaring zijn. Hierboven noem ik er twee, maar er zijn er vast meer.
Door dit te doen zul je mijns inziens ontdekken dat zin niet iets is dat wij actief aan onze omgeving opleggen, maar juist door onze omgeving aan ons geschonken wordt wanneer wij ons daarvoor openstellen. En om dit in te zien hoef je helemaal niet direct naar God te verwijzen. Natuurlijk niet. Het is voldoende om te bezinnen op ervaringen als het samenzijn met goede vrienden, het lezen van literatuur, het luisteren naar muziek, of het beoefenen van wetenschap.
Groet,
Emanuel
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
In jouw reactie aan Benedict schrijf je: "En dan is iedereen die niet direct overal de hand van God in ziet, een moreel verwerpelijk wezen". Iedereen die mijn teksten en bijdragen ook maar enigszins kent weet dat ik volstrekt afstand neem van dit soort abjecte uitspraken. Verder is de suggestie dat jij in tegenstelling tot anderen zoveel mogelijk probeert je eigen verstand te gebruiken eenvoudigweg onzinnig als tegenwerping op de argumentaties en overwegingen van anderen. Hoewel de verleiding groot is om juist jouw denken in verband te brengen met "de muur van vooroordelen" waarover Benedict sprak, zal ik dit niet doen. Immers, dan bega ik dezelfde misstap als die jij maakt in jouw laatste reactie op Benedict.
Groet,
Emanuel
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Emanuel,
Ook zin is "in the eye of the beholder". Wat voor de een zeer zinvol is, kan voor de ander zinloos zijn. Met andere woorden: zin is iets dat door een persoon wordt toegekend aan een object of gebeurtenis. Dat neemt niet weg dat er zaken zijn die vrij algemeen door mensen worden gewaardeerd. Muziek is iets dat de meeste mensen aanspreekt, in de een of andere vorm. Mensen laten zich ook graag verhalen vertellen, per boek of in het theater. De grote vraag die ik hier aan de orde probeer te stellen is: in hoeverre zijn deze zaken typisch menselijk, of maken zij deel uit van een groter geheel? Is ons gevoel voor zin een product van onze voorgeschiedenis als diersoort of is het iets dat voortkomt uit de noodzakelijke samenhang der dingen, om het zo maar eens te zeggen. Zouden de eventuele intelligente aliens, elders in het heelal, ook Bach en Shakespeare kunnen waarderen?
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Inderdaad een grote vraag. We kunnen het vraagstuk van de zin natuurlijk ook proberen te benaderen vanuit haar tegendeel, namelijk het fenomeen van de zinloosheid. Indien er gebeurtenissen in het verleden aanwijsbaar zijn die niet alleen vanuit strikt menselijk perspectief zinloos lijken, maar ook vanuit een breder verband, zoals bijvoorbeeld de Holocaust, dan ligt het voor de hand dat er omgekeerd ook zinervaringen zijn waarin zich een zin meldt dat deel uitmaakt van een groter geheel dan het domein van het menselijke alleen.
Groet,
Emanuel
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Ik trof laatst een mooi voorbeeld van hoezeer verschillend mensen wereld kunnen ervaren en verklaren. Het voorbeeld begint met de vraag: Wat is een hamer? Vervolgens zijn er globaal twee verschillende antwoorden mogelijk, een analytische en een synthetische. In de analytische aanpak wordt geconstateerd dat de hamer is samengesteld uit een houten steel en een ijzeren kop met een gat daarin. In evenwel de synthetische aanpak wordt geconstateerd dat de hamer iets is waarmee je een spijker in een plank kan slaan om die plank te bevestigen aan iets anders. Vervolgens kan je je afvragen welke benadering nu het meest zegt over de zin van bestaan van die hamer, en ik denk dan dat het niet moeilijk zal zijn te concluderen, dat dat de tweede manier van verklaren zal zijn: de zin van bestaan van de hamer blijkt in z’n gebruik, in de toepassing ervan en waarvoor het gemaakt is.
Nu kan je je evenzo afvragen of en wanneer een mens zin van bestaan zal ervaren, onder welke omstandigheden, in welke manier van ervaren en verklaren. Zal dat de benadering zijn die de mens analytisch isoleert uit het geheel waar hij deel van is en zomaar weggenomen is uit z’n context en neergezet op bijvoorbeeld Rottumeroog? Ik denk dan dat afgezien van de fysieke ontberingen, die mens al snel het contact mist met partner, familie en vrienden, en met muziek en cultuur in het algemeen. Zodat de kans groot is dat zo’n persoon praktisch wegkrimpt van ellende en er na nog enige tijd helemaal niet meer wil zijn. Maar hoe maak je dan die mens weer een beetje happy? Dat-ie zegt: hé, verrèk, de wereld klaart op, ik heb weer zin in het leven! Is dan niet simpelweg de enige methode dat je hem weer terugzet in z’n context van naasten die om hem geven en van interesses die hem boeien?
Is daarom een mens wel te begrijpen als bron en dragende grond van zin en betekenis en als maat van alle dingen? Is het niet veeleer zo dat die maat en zin juist tevoorschijn komen vanuit de wijdere context waarin je als mens bestaat? De Grieken hadden het over de kosmos als van belang daarmee in harmonie te zijn. Maar wat als die kosmos maar een zinloos aanhangsel is van een ik dat denkt maat van alle dingen te zijn? Hoelang zal dat ik dan nog mogelijk zijn te verblijven in die kosmos? Of maakt het eigenlijk niet uit als het daaruit verdwijnt?
Het voorbeeld is ontleend aan: Dr. J.H. Croon & Dr. A.R.A. van Aken, De antieke beschaving in hoofdlijnen, Elsevier, Amsterdam / Brussel, 1972, p. 116.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Hallo Pim,
Je schrijft ergens: "we voelen ons niet compleet" Omgekeerd gesproken zou je kunnen zeggen, dat het mens, bij de huidige stand van zijn reflexie, onmogelijk is de "spirituele eenheid" van zijn bewustzijn volledig op de fysieke werkelijkheid af te beelden. Er blijft ahw. een anonieme reflexierest over, die anarchistisch aan de oppervlakte van deze -nietvoltooide- afbeeldingsgeschiedenis van het tweewaardige bewustzijn rondspookt, en die de projectie van de eigen subjectiviteit in de machine bovendien als een misprojectie, als een karikatuur van zichzelf beleeft. Bekend is ook de emotioneel gevoede afkeer van de machine bij alle theologen, verkapt of niet, namelijk van het 'duivelse pact' dat mens met de materie gesloten heeft, waarin hij namelijk zijn subjectiviteit prijs heeft gegeven in ruil voor een 'bezieling' van de voorheen dode materie in de machine.
Interessant is wat Gotthard Günther in zijn "Dieser Substanzverlust des Menschen.."(geschreven na 1950) schrijft over de fenomenologie van de machine.
Voor een metafysica, die op het overgewicht van het levensmotief over het doodsmotief in de geest gebouwd is*, is het niet mogelijk de machine als transcendentaal probleem van menselijke existentie te begrijpen. Want de machine is subjectiviteit en leven, die/dat door de dood volkomen overwonnen is. Relatief op de loutere natuur alsook tegenover de feitelijke objectiviteit van het Zijn is de machine iets volkomen anders. Dat heeft ze met het Ik gemeen. Maar de machine is een subject dat reeds gestorven of nog niet tot leven ontwaakt is. Dat is een verdere existentiële dubbelzinnigheid die de machine gemeen heeft met het levende subject, dat haar geschapen heeft. Het is onmogelijk, voor het wezen van de machine een transcendentale uitdrukking te vinden, die eenzinnig zegt, of leven aan het doodzijn van de subjectiviteit in de machine voorafgaat of daarop volgt. De idee van de macine leert ons in ieder geval één ding: de vooropgaande subjectiviteit slaapt niet in de machine en kan daar ook niet uit opgewekt worden. Ze is definitief dood. En wanneer er voor het subject, dat zich geheel in het object geprojecteerd heeft en daarin zijn subjectiviteit opgegeven heeft, ooit een opstanding is, dan kan dat alleen de opstanding van het object zelf, dwz. van de dood zijn, en niet die van het voormalige leven, dat in het dode zijn afgevloeid is. De dood is onherroepelijk en daarin behoudt het leven zich niet, maar het kan wel zijn, dat de dood uit de dood opstaat.
*bij Hegel is het leven iets wat zich in de dood 'erhält und ihn erträgt'. Ook in het indische Nirvana is de dood iets, wat door het leven tenslotte als een lastige schaal afgeschud wordt. Vergeten wordt, dat er voor dat leven, dat werkelijk in de andere zijnsmodus van het bestaan, de dood, overgegaan is, geen opstanding bestaat.
---
Bewerkt door wildjan op Jan 08 12 1:45
Beste Benedict,
Ik denk dat dat voorbeeld van die hamer afkomstig is van Heidegger. In zijn "Sein und Zeit" heeft hij het over Zuhandenheit en Vorhandenheit als twee manieren om de wereld te benaderen. Hij illustreert dat met het voorbeeld van een timmerman. Die weet precies hoe hij een spijker moet inslaan, daar hoeft hij niet bij na te denken. Op dat moment is voor hem die hamer zuhanden, het is iets vanzelfsprekends. Pas als het mis gaat en die spijker krom buigt, gaat die timmerman zich afvragen wat er mis is, met die hamer, de spijker of de plank. Op dat moment worden die vorhanden, ofwel voorwerp van onderzoek. Zuhandenheit is de basishouding, en men zoekt pas zijn toevlucht tot Vorhandenheit als er iets mis gaat. Filosofen en wetenschapper gedragen zich alsof het andersom is, alsof we handelen vanuit de onderzoekende houding, terwijl we dat meestal pas doen als de dingen niet gaan zoals we verwachten dat ze zullen gaan.
En wat Rottumeroog betreft, of liever: Rottumerplaat: daar wordt kennelijk heel verschillend over gedacht. Ooit hebben voor een radioprogramma daar twee schrijvers een week alleen verbleven. De ene, Godfried Bomans, voelde er zich ellendig, zo helemaal alleen, en kon niet wachten tot hij weer zou worden opgehaald. De andere, Jan Wolkers, die daar later een week zat, voelde er zich als een vis in het water, en had er nog wel langer willen verblijven. Kennelijk zijn mensen heel verschillend, als ze worden geconfronteerd met eenzaamheid en woeste natuur.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Croon en van Aken proberen met de hamer-vraag het Griekse denken te typeren – een verwijzing naar Heidegger zie ik niet. Het isolerende en brekende betreft dan bijvoorbeeld Socrates en Protagoras, de Epicureeërs, de Cynici en de Sceptici; het samen denkende bijvoorbeeld Plato, Aristoteles en de Stoa.
Interessant is waar Heidegger op wijst. Het komt er op neer dat de vraag naar zin zich eigenlijk pas meldt als de vanzelfsprekende en onbewuste zin verdwijnt door een ‘kink in de kabel’, een voorval of verandering die de gewone routine doorbreekt, en waarmee het zuhandene een vorhandene wordt. Of waarmee eigenlijk datgene dat is opgenomen in de onbewuste stroom van vanzelfsprekendheid een bewust gezien voorwerp van onderzoek wordt, met mogelijk daaraan gekoppeld de vraag naar zin, naar diepere zin.
Zelf denk ik trouwens dat religie, en in het verlengde daarvan filosofie en wetenschap, geboren zijn in juist een dergelijk doorbreken van het vanzelfsprekende, door verwondering, dood, leed, onrecht, enzovoort. De vraag is evenwel die naar het verdwijnen en het verschijnen van zin. Althans ik probeer plausibel te maken dat zin verdwijnt in gebrokenheid en verschijnt in samenhang. Of dat althans een mens waarschijnlijk meer zin ervaart in een die mens bevestigende context dan in een omgeving van afwijzing en ontbering. Ter illustratie daarvan geef ik dan dat voorbeeld van verbanning naar Rottumeroog. Waarmee ik niet bedoelde het avontuur van Bomans en Wolkers, die een kortstondige periode en daarin regelmatig omringd door journalisten op dat eiland verblijven.
Het is trouwens wel zo dat op zich de verschillende reactie van Bomans en Wolkers, weer illustratief kan zijn voor die samenhang van verbondenheid en zin. Want Bomans is er helemaal de mens niet naar om in die omstandigheden gelukkig te zijn. Hij is iemand van boeken, feautuil en pijp, en van luisteren naar muziek en bomen met vrienden. Waartegen Jan Wolkers veel meer een natuurmens is, een natuurmystieker, één met de meeuwen, zoals dat ook blijkt uit zijn latere enthousiasme over zijn natuurparadijsje op Texel, en zoals dat blijkt in zijn nog weer latere minimalistische schilderijen. De een is dus meer op z’n plek dan de ander, is meer in z’n zin dan de ander, is meer thuis in die betreffende context.
Het geeft, vertaald naar de filosofie, het idee dat zin net zo variabel is als mensen dat zijn, maar dat een diepere zin te maken moet hebben met ons bestaan in deze wereld.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Andre Kuipers op weg in de Ruimte in een russische raket. Ook wanneer zijn missie in een anonieme begrafenis in diezelfde Ruimte mocht eindigen, zouden we dan toch durven beweren dat zijn ondernemen geen Zin heeft gehad?
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Wildjan,
Ik zag toevallig op tv een interview met André Kuipers, waarin hij zich uitspreekt daarover dat hij verwacht dat de mens zich in de komende eeuwen zal uitspreiden over de Melkweg, en dat hij het bijzonder eervol vindt daarin een rol te kunnen spelen, een stap te kunnen zetten in dat gebeuren. Het is dan op zich weer heel wat anders wat wij als relatieve buitenstaanders van die ruimtevaart vinden of ons afvragen wat daar nu precies de zin van is. Maar ik denk wel dat in ieder geval Kuipers zelf zich een zin denkt daarin, iets dat motiveert en inspireert, zozeer zelfs, dat hij bereid is daarvoor zijn leven op het spel te zetten – want ruimtevaart is natuurlijk altijd nog een zeer riskante aangelegenheid.
Het onderwerp ‘zin’ is een boeiend gegeven en volgens sommigen is het zo ongeveer het kernthema van de filosofie. Mij doet het in ieder geval nog eens zoeken naar en lezen van wat daar zoal meer specifiek over geschreven is. Ik vond bijvoorbeeld het volgende – ieder met een naar mijn idee opmerkelijk citaat:
P. Sars en P. van Tongeren, Zin en religie. Wijsgerige en theologische reflecties rond de zinvraag, AMBO, 1990.
“Als leven zin heeft, kan die zin niet onder of voor of achter of voorbij het leven liggen, maar slechts erin; de zin van het leven moet iets zijn dat (verder) leven zinvol maakt.”
Paul van Tongeren, p. 107.
Hans Bouma, Duurzaam leven, Ten Have, 2005.
“Wanneer de ik-cultuur een duurzaam karakter heeft, ziet het er niet best uit voor die andere duurzaamheid – de duurzaamheid van deze planeet.”
Hans Bouma, p. 75.
Herman Berger, Werkelijkheid, aandacht en mystiek, Damon, 2006.
“Het Sein en het Dasein zijn een relationele eenheid. De mens is Dasein inzover hij de oproep van het Sein verstaat en eraan beantwoordt. Op de vraag: hoe is de mens zèlf bij de werkelijkheid, als dat niet primair door de beleving is?, zou Heidegger antwoorden: door niet van zichzelf en van de werkelijkheid weg te lopen maar werkelijk Da te zijn. En daartoe is de mens in staat: hij is Dasein. Authentiek existeert hij uitsluitend als hij aan de roep van het Zijn beantwoordt. Maar juist als Dasein is het hem óók mogelijk van zichzelf vervreemd te raken en weg te zijn. En hij is weg als hij de wereld als zijn maaksel beschouwt.”
Herman Berger, p. 106.
Berger benoemt trouwens het denken van Plato en Aristoteles, en daarmee was ik hierboven dus abuis, als een analyserend denken, in zoverre het zich concentreert op componenten van de werkelijkheid – mijn indruk was dat Plato en Aristoteles toch wel als convergente denkers te zien zijn en niet als splitsers en isoleerders, maar nog weer anders gezien heeft Berger gelijk. Berger zegt nog meer belangrijks, maar daarvoor is teveel tekst nodig om dat hier zo even aan te geven.
Jean Grondin, Over de zin van het leven, Klement / Pelckmans, Kampen, 2006.
Op de laatste bladzijde:
“De innerlijke dialoog, ons uitgangspunt, het uitgangspunt van elke zoektocht naar de zin van het leven, eindigt dus met het overstijgen van zichzelf. Het leven dat zin heeft – in het Latijn zou men zeggen het leven dat sapit, dat smaak heeft en dat de zin voelt – is het leven dat zich bindt aan een zin die het overschrijdt. Dit zinvolle leven, dit vita sapiens, dat smaak en gevoel heeft, is de meest verheffende en inspirerende hoop van homo sapiens.”
Jean Grondin, p. 117.
André Kuipers lijkt daarmee exemplarisch voor hoe dat zit met zin, wanneer het verschijnt, en wat het doet – het zit diep in de mens, dieper dan wat dan ook, genen, hersenen, welke reductie dan ook, om aan zin te doen, dat te denken, daarnaar te verlangen.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
“Als leven zin heeft, kan die zin niet onder of voor of achter of voorbij het leven liggen, maar slechts erin; de zin van het leven moet iets zijn dat (verder) leven zinvol maakt.” Dat maakt het voor de atheïst wel heel gemakkelijk. Immers, het alternatief voor het leven is het niets. En aangezien dat niets is, kan het ook geen zin hebben. Met andere woorden: de zin van het leven is het leven.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Je isoleert een citaat uit de gegeven tekst en becommentarieert het binnen je eigen perspectief. Maar het citaat bedoelde ik als gelezen te worden binnen de context van de andere citaten en de gegeven tekst. En dan betreft het een verschil in ervaren en denken die hier steeds maar speelt is ’t niet? Paul van Tongeren verwijst ook naar het gedicht ‘Troost der rivier’ van Ida Gerhardt, waarbij ‘rivier’ (ik zou zeggen, in de trant van Heraclitus) gezien moet worden als metafoor voor natuur, kosmos, veranderlijkheid, grilligheid, onverbiddelijkheid. De tweede strofe:
Want wie u trouw blijft, weet hoezeer geneest
Het peinzen, dat bij u te rade gaat, --
En zoekt en buigt zich over, tot hij leest
De zin, die in uw stroom geschreven staat.
P. Sars en P. van Tongeren (red.), Zin en religie. Wijsgerige en theologische reflecties rond de zinvraag, Ambo, 1990, p. 113.
Zo’n woord als atheïst wordt dan eigenlijk verwarrend. Want de a van atheïst duidt op de ontkenning van een theïsme dat door velen nogal strikt wordt ingevuld, zozeer strikt zelfs dat ikzelf bijvoorbeeld dat als een te nauwe jas ervaar en zogezien ook atheïst ben. Maar ik denk echt niet dat ‘het leven’ zich beperkt tot mensenleven of zelfs biologisch leven. Want als ik ook maar een beetje toegeef aan dat ‘overstijgen van zichzelf’, waar Jean Grondin van spreekt, dan krijg ik de indruk dat leven iets is dat geheel de werkelijkheid doortrekt of eigenlijk is.
Het ziet ernaar uit dat wij mensen heel globaal gezien de beschikking hebben over twee verschillende, want tegengestelde en eigenlijk complementaire cognitieve vermogens, die ons in uitersten enerzijds kunnen brengen tot het ervaren van zin en leven dat is ingekrompen tot mensenleven, en dat uitkijkt op een gefragmenteerde en daarmee zinloos geworden werkelijkheid, en anderzijds tot een ervaren van zin en leven dat juist reikt naar het geheel en de samenhang van die werkelijkheid. Die twee kunnen elkaar maar moeilijk verstaan, kunnen maar moeilijk doorgronden wat de ander eigenlijk zegt, laat staan ervaart. Maar filosofisch gezien lijkt het mij vruchtbaar, niet de een in te ruilen voor de ander, of de ander voor de een, maar te kijken naar wat zij beide aanleveren aan werkelijkheid.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Benedict,
Het isoleren van dat citaat uit zijn oorspronkelijke tekst had jij al gedaan. Als ik al geen *citaat* uit jouw tekst zou mogen isoleren, dan mag jij zeker geen zin uit zijn oorspronkelijke tekst isoleren, want die is dan nog veel meer een eenheid.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45
Beste Kweetal,
Van mij mag je citeren wat je wil, maar ik geef citaten en tekst met een bepaalde strekking. Jij haalt er een citaat uit en verklaart die binnen je eigen perspectief. Vervolgens geef ik aan dat het citaat van van Tongeren meer gelezen moet worden in de strekking die ik bedoel, gegeven waar hij enkele bladzijden verder op wijst – dat rivier-gedicht. Er is veel overeenkomst in wat Berger, Bouma, Grondin en van Tongeren schrijven. Het zijn verschillende variaties op eenzelfde thema: de relatie mens en wereld en of wij ons voor die wereld open stellen of niet.
---
Bewerkt door None op Jan 08 12 1:45