Waarheid en gemoedsrust

In de blog: Wereldvreemd reacties: 12 pdf print

Er is niets zeker in het leven. Je kunt van je partner te horen krijgen dat die het nou wel met je gehad heeft. Je kinderen kunnen je vertellen dat ze niets meer met je te maken willen hebben. Je kunt morgen van de dokter te horen krijgen dat je nog maar een maand te leven hebt. Of je kunt vandaag nog in een file worden aangereden en overlijden. Dat is allemaal mogelijk, en in de meeste gevallen zal de vraag "Waarom?" onbeantwoord blijven. Het leven zit vol verrassingen, aangename en onaangename, en je zult daar op de een of andere manier mee om moeten gaan.

Sinds het ontstaan van de filosofie hebben filosofen zich over de vraag gebogen hoe je zou moeten omgaan met de grillen van het noodlot. En, filosofen zijnde, zijn ze niet tot een eensluidend antwoord gekomen, maar hebben verschillende briljante antwoorden geformuleerd. Een van die antwoorden is dat het allemaal in een groter patroon past. Wat er met jou gebeurt kan zinloos lijken, maar het is deel van een groter geheel. Voor jou kan wat je overkomt onredelijk overkomen, maar het is onderworpen aan een diepere waarheid dan die van jouw persoonlijke overtuigingen. Voor Plato was de wereld van onze alledaagse belevenissen niet de ware wereld. De ware wereld, die die belevenissen hun betekenis geeft, is een wereld achter de wereld, een volmaakte wereld, waar de wereld van onze ervaringen maar een zwakke afspiegeling van is.

Plato dacht dat het op de een of andere manier mogelijk moest zijn om tot de ideeënwereld, de wereld achter onze wereld, door te dringen, en zo de ware werkelijkheid te ervaren. Dat was waar filosofen zich op dienden toe te leggen. Hun taak was het om de diepere waarheden te onthullen, ten behoeve van hun medemensen. Maar veel van zijn tijdgenoten en opvolgers waren daar niet van overtuigd. Ze geloofden niet in een absolute waarheid, in de mogelijkheid van ware, onbetwijfelbare kennis. Als ze om zich heen keken, zagen ze vele waarheden. Ieder mens heeft wel overtuigingen waar hij ten diepste op vertrouwt. Maar die overtuigingen verschillen van mens tot mens. En als je ze gaat onderzoeken, dan blijft er niets over waar je blind op zou kunnen varen. Iedere overtuiging berust uiteindelijk alleen maar op een bepaald gevoel, maar niet op iets concreets waar geen mens aan zou kunnen twijfelen.

In de generatie na Plato waren er allerlei filosofen die probeerden te komen tot een modus vivendi in het aangezicht van het besef dat er geen ultieme zekerheid is. De sceptici, zoals Pyrrho van Elis en zijn navolgers, waren daarin het meest radicaal. Zij probeerden zich van ieder oordeel te onthouden, en te leren leven zonder enige overtuiging. De stoïcijnen probeerden zich mentaal in te stellen op de onaangename verrassingen die de wereld zonder twijfel voor hen in petto had. En de epicuristen probeerden er het beste van te maken, en te genieten van de goede dingen die het leven toch ook heeft te bieden. Wat sceptici en epicuristen met elkaar gemeen hadden, was hun gerichtheid op ataraxia, ofwel gemoedsrust. Dat was voor hen veel belangrijker dan de een of andere abstracte waarheid.

Plato was ervan overtuigd dat er ergens zekerheden te vinden waren. Sceptici en epicuristen hadden daar geen behoefte aan. Zij trachtten niet gemoedsrust te ontlenen aan een gevoel van zekerheid, maar aan een bepaalde mentale instelling. Voor hen ging het niet om onpersoonlijke waarheden die ooit ergens te vinden moesten zijn, maar om hun eigen leven, en wat je daarmee deed. Ze probeerden niet voorbij de horizon te kijken, maar diep in zichzelf.

De strijd is nog steeds niet gestreden. Nog steeds zijn er platonisten en sceptici, en nog steeds zoeken sommige mensen naar zekerheden en andere naar gemoedsrust. In feite zoeken ook de waarheidszoekers naar gemoedsrust, maar ze denken die enkel te kunnen vinden in een geloof in ultieme waarheden. En dus zoeken ze naar godsbewijzen of naar theorieen van alles. Want het merkwaardige is dat de scheidslijn tussen de gemoedsrustzoekers en de waarheidszoekers loodrecht staat op die tussen religieus geïnspireerde mensen en atheïsten. Er zijn gelovigen die niet zo'n behoefte hebben aan een alleskunnende en alleswetende god, en er zijn wetenschappers die niet zo'n behoefte hebben aan onbetwijfelbare allesverklarende natuurwetten. Maar er zijn ook mensen die op een wetenschappelijke manier zoeken naar de ware god, mensen die geen toeval accepteren, maar overal de hand van god in zien.

Voor de ware gelovige zijn er geen bewijzen nodig, maar de wanhopige zekerheidszoeker probeert zijn overtuiging op alle mogelijke manieren hard te maken. Hij is niet tevreden voordat hij met wiskundige zekerheid het bewijs kan leveren dat God bestaat, en/of dat er een sluitende theorie bestaat, die een verklaring levert voor alles wat er in de wereld gebeurt. Daarmee stelt hij zichzelf een opdracht waarvan hij beseft dat hij die waarschijnlijk nooit zal kunnen afronden. Maar zelfs al mocht hij daarin wel slagen, dan nog is het de vraag of hij dan de ware gemoedsrust vindt.


Reacties (12)

Laat ik veronderstellen dat ik de wanhopige zekerheidszoeker ben die in alles de hand van God ziet. Aantal jaren heb ik me verdiept in de random processen van de menselijke psyche. Ik was namelijk overtuigd dat alle handelingen en gebeurtenissen uit het verleden een gevolg zijn van toekomstige manifestaties. Ik heb me dus verdiept in beursindex grafieken omdat de wisselwerkingen van het koop/verkoop gedrag dmv korte en lange termijn grafieken tot ver in het verleden bekend zijn.
Dit gezegd ben ik nu op het punt gekomen dat je dmv wiskundige complexe formules en met geometrische patronen herkenning met precisie top en bodems kunt voorspellen.
Geldt dit nu voor alle manifestaties in het leven? Kun je uberhaubt alles wat in het leven dmv wisselwerkingen met eenheden in golfgrafieken vasteggen? Is het religieus determenisme nu een feit? Is metafysica nu de echte wetenschap waar we mee bezig moeten houden? Dit zijn allemaal vragen waar ik nog geen antwoord op heb. Ik heb nog een lange weg te gaan.

Beste Ukkie,

In de financiēle wereld geldt nog steeds: resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst. En ook in de wereld van de fysica geldt iets dergelijks. Weersvoorspellingen worden altijd zonder garantie gegeven. Want een vlinder die in Brazilië met zijn vleugels klappert kan in Texas voor een storm zorgen.

Beste Kweetal,

Ik begrijp jouw ongeloof en je loyaliteit aan de heersende opvattingen. Ik kan hier genoeg argumenten aanvoeren dat er partijen zijn met fysici in dienst die dagelijks tientallen miljoenen uit de beurs halen. Daar gaat het even niet om. Wat voor gevolgen kan dit voor de wetenschap en wereldbeeld hebben als deze kennis naar buiten zou komen?

Beste Ukkie,

Nou, dan zullen de mensen wel boos zijn dat die fysici toch die banken failliet hebben laten gaan.

Beste Kweetal,

Het is slechts een kleinigheidje waar ik nu tegenaan loop in jouw verder altijd fraaie filosofische doorkijkjes die ik met veel plezier lees. Met de strekking van je stuk ben ik het in dit geval helemaal eens, maar toch….

“En als je ze gaat onderzoeken, dan blijft er niets over waar je blind op zou kunnen varen. Iedere overtuiging berust uiteindelijk alleen maar op een bepaald gevoel, maar niet op iets concreets waar geen mens aan zou kunnen twijfelen.”

….klopt het dat iedere overtuiging alleen maar berust op een bepaald gevoel? Natuurlijk hebben mensen ervaringen en voelen ze daar iets bij. Maar meer nog denk ik, dat een overtuiging in essentie is gesitueerd rond geldigheidsaanspraken, logica en de daaruit voortkomende argumenten. Het metafysisch-logisch bouwwerk van G.J.E. Rutten is daarom dan ook niet opgetrokken op basis van slechts gevoel, maar veeleer vanuit de wetenschap; de ratio.
Je overdrijft door te beweren, dat overtuigingen enkel zijn gestoeld op gevoel. Met gevoel kan ik namelijk niets beredeneren. Gevoel appelleert alleen maar aan de intuïtie en de onderbuik.

Groet, Prot.

Ps. Op welk gevoel berust jouw overtuiging? Ben jij die zogenaamde ware ‘gelovige’ uit je verhaal die geen bewijs nodig heeft, of ligt dat toch iets genuanceerder?


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 20 12 12:20

Beste Prot,

Voor wat betreft mijn opmerking over dat berusten op een gevoel beroep ik me op David Hume, die zei dat de rede de slaaf is van de passies. Heb je wel eens geprobeerd je ware motieven te achterhalen bij de beslissingen die je neemt? Dus niet: ik doe dit vanwege dat, punt, maar doorvragen: en waarom is dan dat het geval? Als je bij ieder antwoord weer de 'waarom'-vraag stelt, kom je uiteindelijk uit bij: "omdat ik dat zo voel/wens/verlang", dus bij emoties. En daar houdt het dan op.

En wat betreft mijn eigen instelling: ik ben een zoeker, iemand die steeds maar doorgaat met het uitpluizen van zijn eigen motieven, totdat die er horendol van wordt.

Beste Kweetal,

Als je teruggaat met de waarom vraag naar het punt waar je niet meer verder kunt, kom je uiteindelijk uit bij het niet meer weten. Dat is waar. Dit betekent echter niet dat er dan alleen nog maar gevoel overblijft.
Het niet meer weten is voor het gevoel ook onbegrijpelijk. Wat kunnen we voelen bij hetgeen dat we niet kennen en er in feite niet is? Welke emotie laat je daar op los? Verdriet, haat, liefde, woede, vreugde? Geen van alle worden door het onbekende getriggerd.

Wat we wel weten na de laatste waarom vraag, is dat we het daarvoor nog wisten en dat we bij dat weten gebruik maakten van regels: Logica, taal, geldigheidsaanspraken enz, enz.

Groet, Prot.

Ps Kweetal, wat is dat dan wat je zoekt? Toch geen bewijzen!? ;-)

Beste Kweetal..,

leven is lot, iets wat nog het meeste weg heeft van en ook klinkt als een fanfare. Filosofen zijn over het algemeen niet tevreden met deze enkelvoudige waarneming.


---
Bewerkt door wildjan op Jan 20 12 7:50

Beste Prot,

Waartoe die regels en die logica? Waarop hebben die geldigheidsaanspraken betrekking? Deze begrippen hebben betrekking op middelen. Maar waar komt het doel vandaan? Logica kan geen doelen stellen.

Beste Kweetal,

Het doel is in deze juist niet interessant. Het ging immers bij het ingebrachte punt over mijn twijfel; of gevoel in absolute zin tot overtuigingen leidt.

Mijn idee is dat overtuigingen zich niet zozeer vormen op basis van gevoelens, maar dat men eerder overtuigd raakt van logica en geldigheidsaanspraken. Dat zijn de schaarse middelen die we als mens hebben om onze samenleving en ons functioneren beter te begrijpen. Bij nader inzien is dat natuurlijk al een doel op zichzelf: het creëren van middelen met als intentie meer te weten.

In jouw verhaal zou ik daarmee uitkomen bij het mooie ataraxia.

Prot.

Beste Prot,

Ik denk dat als een bepaalde opvatting je emotioneel tegenstaat, die nooit je overtuiging kan worden. Logica en geldigheid zijn middelen om je in je overtuiging te bevestigen. Maar de overtuiging komt eerst. Daarmee heb ik niet gezegd dat een overtuiging bij nader inzien niet verworpen kan worden, als die qua logica en geldigheid niet houdbaar blijkt.

Om een voorbeeld te noemen: er zijn bibliotheken volgeschreven over ethiek, en op welke redelijke argumenten die gebaseerd zou zijn. Men doet het dan voorkomen of mensen een bepaalde ethiek aanhangen omdat ze rationeel overtuigd zijn dat dat de juiste zou zijn. Maar hedendaags onderzoek heeft aangetoond dat onze ethiek in onze genen verankerd zit, en overeenkomt met die van verschillende soorten apen en mensapen. Ethiek is een zaak van ons instinct, en dus emotioneel gegrondvest. Wat weer niet wil zeggen dat we daar geen keuzes in zouden hebben, zoals allerlei misdaden aantonen.

Beste Kweetal,

Is het niet meer een kwestie van overtuigd worden? Hoe en wanneer raakt men overtuigd van een bewering? Kinderen zijn geconditioneerd en zullen van alles overnemen vanuit hun omgeving. Ze kopiëren, zonder er vragen bij te stellen. Vanaf het moment dat ze zelf gaan nadenken zullen ze van bepaalde gekopieerde overtuigingen afstappen en op basis van goede redenen en argumenten hun eigen overtuigingen gaan vormen. We hebben hier te maken met de morele ontwikkeling van het individu.

Historisch gezien is er ook sprake van een morele ontwikkeling, maar dan van de mens als soort. We kunnen dat ook terugvinden in het civilisatieproces. Steven Pinker heeft er net een dik (en onbetaalbaar) boek over geschreven, dat “Ons betere ik” heet. Hij beweert daarin dat wij als mens veel minder gewelddadig zijn geworden!

Je stelt: “Maar hedendaags onderzoek heeft aangetoond dat onze ethiek in onze genen verankerd zit, en overeenkomt met die van verschillende soorten apen en mensapen. Ethiek is een zaak van ons instinct, en dus emotioneel gegrondvest.”

Je kunt toch niet spreken van één ethiek. Moraal is kiezen tussen ‘goed en kwaad’. Wat voor de één ‘goed’ is, zal voor de ander ‘kwaad’ zijn. Hoe kan dat dan voor de soort in het algemeen, de mens als dier, aangeboren zijn?

Groet, Prot.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie